De IJ-oevers

Oud-wethouders waarschuwen

In de Raad voor de Stadsontwikkeling, vroeger Raad voor de Stedebouw (ARS), vond een wisseling van de wacht plaats. Vier leden traden af, onder wie de voorzitter Schuiling, vier nieuwe namen hun plaats in, met F. van de Ven als voorzitter, tijdens een openbare zitting op 22 januari in het Stadhuis.

In een lezenswaardig boekje gaf ir. D. Slebos, een van de afzwaaiers, een overzicht van de nu 35-jarige historie van deze adviesraad, die in 1957 werd ingesteld als een gesprekscentrum tussen het gemeentelijk apparaat en de toen ook al ontevreden burgerij. De raad heeft zich ontwikkeld tot een onafhankelijk orgaan dat, gevraagd en ongevraagd, deskundige adviezen uitbrengt over stedebouwkundige zaken, adviezen waarnaar gewoonlijk te weinig werd en wordt geluisterd.
De bijeenkomst op 22 januari leverde opnieuw enkele opmerkelijke uitspraken op. De nieuwe voorzitter Van de Ven was ongerust over de situatie dat de overheid steeds minder greep krijgt op de kwaliteit van de stedebouw. Hij wees in het bijzonder op de omgeving van Schiphol: "De stedebouw zal hier een speelbal worden van het gegoochel van belangen die uitsluitend worden bepaald door de wens, in korte tijd zoveel mogelijk geld te verdienen". Heel boeiend was een forum van oud-wethouders Publieke Werken die werden ondervraagd door Martin van Amerongen.
Naast elkaar zaten G. van 't Huil, H. Lammers, C. de Cloe, M. van der Vlis en R. de Wit. Over de IJ-oevers zei Van 't Huil: "Men verliest uit het oog dat het de bedoeling was het IJ terug te geven aan de stad. Door de hoge bebouwing die er komt wordt de stad juist van het IJ geïsoleerd. C. de Cloe:
"Het kapitaal van Amsterdam ligt tussen Schiphol, de Zuidas en Diemen. Dat moet verzilverd worden, daarmee valt of staat de positie van Amsterdam in Europa". R. de Wit vreest dat de IJ-oevers een te grote symboolfunctie hebben gekregen: "Amsterdam moet zich aan het IJ niet overtillen. Het is gevaarlijk om, zoals Amsterdam nu doet, ontwikkelingen op andere plaatsen tegen te houden". H. Lammers vreest dat de IJ-oevers in de avonduren en de weekends een uitgestorven, naargeestig gebied worden: "Je dringt de stad een functie op die niet bijdraagt tot de levendigheid". (Citaten, ontleend aan Het Parool van 23 januari).
Alleen de huidige wethouder Saris hield een rammelend, onsamenhangend verhaal dat het heil van Amsterdam afhangt van de geprojecteerde kantoortorens aan het IJ.
Twee weken later meldden de kranten dat de ING-bank, de belangrijkste financier van de IJ-oever plannen, zich terugtrekt. Prachtige plannen zeiden de bankiers, maar de berekeningen kloppen niet. De volgende klap viel in Den Haag: geen extra miljarden voor de verkeersvoorzieningen waarop de AWF rekende. Wat nu?

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 138, febr. 1993)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.