Oudekerksplein 6-8

In ons vorige nummer maakten wij melding van het besluit van minister d'Ancona van 6 november '92, om de door brand vernielde panden Oudekerksplein 6-8 te schrappen uit het register van beschermde monumenten. Tegen zo'n besluit staat beroep open krachtens de Wet AROB, en van dat recht is gebruik gemaakt dor Stadsherstel, door onze vereniging en door het wijkoverleg d'Oude Binnenstad.

Op 9 maart vond in de WVC-toren in Rijswijk de hoorzitting plaats van de departementale bezwaarschriften-commissie. Het oordeel van die commissie gaat naar de Raad van State, waar ten slotte de beslissing valt over de vraag, of de minister al dan niet juist gehandeld heeft. Het duurt 6 a 8 weken tot het rapport bij de Raad van State arriveert, en dan moet het daar in behandeling worden genomen. Onze ervaring is dat de Raad van State zoiets zorgvuldig doet, en de stapel bezwaarschriften is hoog.

De door brand verdwenen panden die Stadsherstel wil herbouwen.

Burgemeester en Wethouders hebben, vooruitlopend op dat besluit, het nieuwbouwplan van architect Soeters voor die plek ter visie gelegd: Dat plan is bepaald beter, in ieder geval veel minder detonerend als onderdeel van de omlijsting van de Oude Kerk, dan het eerste, inmiddels ingetrokken ontwerp. Toch blijft het argument overeind dat reconstructie van de verbrande panden de enige juiste invulling belooft van een voor het stadsbeeld zó gevoelige plek, en dit argument is des te sterker, nu Stadsherstel een herbouwplan heeft klaarliggen dat voldoet aan het programma van eisen, daaraan nog enige woningen toevoegt en niet duurder is. De bouwvergunning voor het bouwplan-Soeters mag bovendien niet worden afgegeven. In het bezwaarschrift van Stadsherstel worden daarvoor drie redenen genoemd. De eerste is dat er nog geen onherroepelijk besluit is gevallen over het al dan niet afvoeren van de monumentenlijst. De tweede is dat de bouwvergunning in strijd zou zijn met het geldende bestemmingsplan, terwijl er evenmin een voorbereidingsbesluit is genomen over herziening van dat bestemmingsplan, zodat de gemeente ook geen gebruik kan maken van de verkorte procedure volgens artikel 19 van de Wet Ruimtelijke Ordening. De derde reden is inhoudelijk de belangrijkste: het bouwplan is in strijd met het beleid inzake het te beschermen stadsgezicht. Dat beleid - of tenminste het voornemen daartoe - is een nota 'Amsterdam binnen de Singelgracht' van oktober '88, en de daaropvolgende brief van de rijksdienst. Daarin worden onder meer als criteria genoemd dat nieuwbouw moet aansluiten op de stedebouwkundige karakteristiek ter plekke, en dat er sprake moet zijn van een geleding die is afgestemd op het moduul van de historische panden. Toetsing van de criteria heeft niet plaatsgevonden.

Kortom: de tervisielegging van het bouwplan-Soeters biedt het zoveelste voorbeeld van de slordigheid, waarmee de gemeente omspringt met de wettelijke procedures en met de monumentale waarden van de binnenstad.

Uit betrouwbare bron vernamen wij dat voor het nieuwbouw-plan van Soeters f 600.000,- extra gereserveerd wordt uit het Stadsvernieuwingsfonds. Als het er om gaat op een uiterst gevoelige plek het herstel van het historische stadsbeeld te blokkeren, dan blijkt er ineens geld beschikbaar te zijn. Dat kan nauwelijks meer "slordig" worden genoemd, het is veel erger.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 139, april 1993)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.