Op de bres voor Amsterdam (XXXII)

Het Haarlemmerplein

Op de kaart van Balthasar Florisz. uit 1625 is duidelijk de functie van het Haarlemmerplein als wagenplein te zien.
De Stichting 'De Groene Reael' spant zich al jarenlang in voor een rehabilitatie van het Haarlemmerplein. Eens was deze open ruimte een van de wagenpleinen achter een stadspoort, wat tegenwoordig een 'transferium' heet.

Van de desastreuze doorbraakplannen, die grotendeels hun oorsprong hadden in het schema Verkeers verbeteringen uit de jaren dertig en die in 1953 de misleidende titel "wederopbouwplannen" kregen, is de oostelijke invalsweg gerealiseerd van het Weesperplein tot aan de Sint Antoniesluis en daar vastgelopen op het buurtverzet. Tezelfdertijd viel ten behoeve van de westelijke invalsweg de bebouwing van de Haarlemmer Houttuinen en de noordzijde van het Haarlemmerplein. Ook daar was buurtverzet, zij het niet zo militant als in de Nieuwmarktbuurt, maar toch genoeg om de Droogbak in stand te houden en invloed uit te oefenen op het profiel van de autoweg en het tot stand komen van de nieuwe woonbebouwing. Alleen bij het Haarlemmerplein lukte dat niet. Sinds 1975, toen de noordwand van het plein werd gesloopt, is dat een rusteloze restruimte geworden, open voor autostromen en treinlawaai.

Op deze luchtfoto uit 1930 is goed te zien hoe besloten het plein was.

De volgende ramp voor de buurt kwam eind jaren tachtig: de massale spoorverbreding die het woonklimaat verder aantastte en de bebouwingsgrens terugdrong vanwege aangescherpte geluidsnormen. Om verbetering te bereiken was - en is nog steeds - herstel van de beslotenheid nodig door herbouw van de noordwand. Een werkgroep Droogbak-Haarlemmerplein, waarin buurtbewoners deelnamen, heeft verschillende varianten uitgewerkt, die de een na de ander sneuvelden op 'financile haalbaarheid'.

Op de Burgerwijkkaart uit 1765 is de gesloopte buurt huis voor huis afgebeeld.

Steeds meer verschoof het accent naar een grootschalige investeerdersaanpak. Dit resulteerde in het plan-Soeters, dat niet alleen de oude rooilijn aanzienlijk overschrijdt, maar ook door zijn massaliteit in de omgeving, inclusief de karakteristieke Willemspoort, het bekende Madurodam-effect zou teweegbrengen. Het Haarlemmerplein moest een grootstedelijke allure krijgen, een mega-bioscoop met acht zalen, 200 ondergrondse parkeerplaatsen en eveneens ondergronds een AH-supermarkt, het kon niet op. De buurtbewoners konden als compensatie een "kunstwerk" op het plein krijgen, tussen de overgebleven, maar verplaatste bomen. Ook het plan-Soeters bleef steken en is nu tot opluchting van velen van de baan. De financiers zagen er bij nader inzien geen brood in, net als bij de eerste IJ-oever-plannen. 21 jaar na de sloping van de noordwand is het Haarlemmerplein nog steeds een gat in de stad in plaats van een plein, zoals vroeger.

Het was de Stichting 'De Groene Reael' die de strijd weer aanbond, ervan uitgaande dat het gemeentebestuur zijn fout uit 1975 tegenover de buurt dient te herstellen, in plaats van de consequenties van die fout cadeau te geven aan de commercie. Het oude pleinkarakter moet heroverd worden, rekening houdend met de nieuwe eisen van het milieu, het stadsgroen, de sociale veiligheid en de geluidsoverlast, aansluitend bij het traditionele Amsterdamse binnenstadspatroon van individuele huizen en waar mogelijk met gebruikmaking van oude gebeeldhouwde gevelfragmenten. Deze gedachte werd begin 1995 in een schetsmatige vorm gepresenteerd door de stichting.

Het Plan-Soeters voor grootschalige nieuwbouw. Schets van wat De Groene Reael voor ogen staat.

'De Groene Reael' stelt nu voor om een nieuwe, vereenvoudigde ontwerpronde te houden, waarbij herstel van de sociaal-economische en de architectonische samenhang van de buurt vooropstaat. Er is door de werkgroep Haarlemmerplein in de loop der jaren veel expertise opgedaan die benut kan worden. De stichting realiseert zich, dat de mooiste plannen vaak de duurste zijn, maar is van mening dat de gemeente wat goed te maken heeft tegenover de buurt.
Daarbij kan nog het volgende worden opgemerkt. In het patroon van voetgangersstromen in de binnenstad is het Haarlemmerplein geen kruispunt, zoals de Dam, de Munt, het Rembrandts- en het Leidseplein, maar een uithoek. De levendigheid die men er nu node mist, moet weer uit de buurt zelf voortkomen, niet van grootschalige nieuwe gebouwen die het van bezoekers van buiten de stad moeten hebben. Herstel van het Haarlemmerplein zou van de troosteloze ruimte het middelpunt moeten maken van een stadsvernieuwingsproject-nieuwe stijl voor de omringende straten.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 157, april 1996.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.