Het Rembrandthuis belachelijk gemaakt

Gedateerd 1 december 1994 verscheen de lang verwachte raadsvoordracht over het z.g. Saskiahuis: Waterlooplein 1 t/m 13, Zwanenburgwal ongenummerd, Jodenbreestraat 4 t/m 14. Omsloten door dat gebouw ligt het Rembrandthuis, dat met ruimtegebrek kampt. De eigenaar Kroonenberg wilde het Saskiahuis slopen om ter plaatse een modern woon- en bedrijfsgebouw te stichten en de Stedelijke Woningdienst was het daarmee eens. Het Cuypers Genootschap had echter aan de minister van WVC verzocht, het complex, dat omstreeks 1900 in verschillende fasen was gebouwd naar ontwerpen van de architecten Jacot en Oldewelt, onder bescherming van de Monumentenwet te brengen.
Het gevelontwerp, rechts het Rembrandthuis.

De Raad voor Cultuurbeheer en de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg ondersteunden dat verzoek. Het Bureau Monumentenzorg onderschreef de architectuur-historische en vooral de stedebouwkundige betekenis van het Saskiahuis maar achtte de waarde meer van lokale dan van nationale aard. Plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst zou daarom voldoende zijn. Het gemeentebestuur nam die conclusie over.
Op 3 april 1995 volgde een informatie- en inspraakavond in de Zuiderkerk. Deze was goed voorbereid: tekeningen van het bouwplan, uiteraard nog in een stadium van voorbereiding, waren geëxposeerd en alle gevraagde inlichtingen werden verstrekt. De hoofdzaak was dat van het Saskiahuis de gevels zouden worden gerestaureerd en opnieuw ingevuld. Van de belending ter linkerzijde van het Rembrandthuis zouden de gepleisterde 19de-eeuwse gevels één pandbreedte "opschuiven"; in de zodoende ontstane ruimte kon een uitbreiding van het Rembrandthuis komen. Daarvan was de gevel summier aangeduid, maar die schets gaf geen aanleiding tot verontruste opmerkingen. Een moeilijke opgave is die gevel zeker. Het huis, waar Rembrandt van 1639 tot 1658 woonde en werkte, dateert uit 1607. Circa 1660 werd het pand gesplitst en kreeg het zijn klassicistische tympaan. Die tympaan werd gehandhaafd, toen in 1907 de architect K.P.C, de Bazel de opdracht kreeg, de beide verwaarloosde helften te herenigen en in te richten tot museum. Zijn opzet was het gebouw zoveel mogelijk te reconstrueren in de toestand uit Rembrandts dagen, maar het interieur ademt toch eerder de sfeer van De Bazel dan van het midden der 17de eeuw. De gevel bood meer houvast, die is nadrukkelijk historiserend behandeld, met reconstructie van kruiskozijnen, glas-in-lood-ramen en luiken. Die restauratie-opvatting wordt nu streng veroordeeld (de heilige bouwgeschiedenis!), maar het resultaat is in dit geval overtuigend; het is een krachtige, karakteristieke gevel die in de verderop rommelige gevelwand duidelijk aanwijst: hier is het huis van Rembrandt. Aan de linkerzijde zijn nu de geornamenteerde stucgevels uit 1880 zes meter verder herbouwd; een architectuur die tegenwoordig steeds meer wordt gewaardeerd wegens haar sobere harmonie.

Merk op hoe lelijk de omhoogklimmende zijkant van de nieuwbouw het 17de-eeuwse pand overschaduwt.

Een extra complicatie bij het ontwerpen van de uitbreiding van het Rembrandthuis was de museale wens om zo min mogelijk daglicht binnen te laten, met het oog op de gevoeligheid voor daglicht van het eeuwenoude papier van de etsen en tekeningen. De invulgevel tussen het gereconstrueerde 17de-eeuwse gezicht van het Rembrandthuis rechts en het koel-deftige gezicht uit 1880 links hoeft zijn geboortejaar niet te verbergen. Het is duidelijk een opgave van deze jaren. Wel mogen voorbijgangers en museumbezoekers verwachten dat de gevel, waarin straks de ingang van het museum zijn plaats zal krijgen, met zijn buren in een redelijke verstandhouding zal samenklinken. Dat is trouwens een eerste kwaliteitseis van elk gebouw in een waardevolle stedelijke omgeving. Het Welstandstoezicht heeft die kwaliteitseis in de nota "De schoonheid van Amsterdam" in een reeks toetsingscriteria nader uitgewerkt. Bovendien besloot de gemeenteraad onlangs in te stemmen met de aanwijzing van de binnenstad tot beschermd stadsgezicht, wat toch ook zekere verwachtingen wekt.
Het bouwplan, waarvan hier de gevel is afgebeeld, trekt zich van dat alles niets aan, niet van de belendingen, niet van de verdere omgeving, niet van toetsingscriteria en niet van een beschermd stadsgezicht.
Iedereen zal zich verheugen over de extra ruimte voor het Rembrandthuis om zijn kostbare collectie beter te kunnen tonen. De betekenis van het met veel inspanning bereikte behoud van de Jacot-gevels spreekt duidelijker dan ooit, nu aan de overzijde van de Jodenbreestraat de Theaterschool is verrezen, die zich wat al te nadrukkelijk manifesteert naast het oude sluiswachtershuisje. Realisering van het bouwplan voor de invulgevel zal niet alleen het laatste restje vertrouwen in het gemeentelijke bouwbeleid teniet doen, dat gebouw zal het Rembrandthuis in de gevelwand reduceren tot een ietwat ridicuul aanhangsel van zijn eigen visueel lawaai.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 164, juni 1997)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.