Ontwerper Verhallen uit Den Bosch:

"Ik kijk in Amsterdam wel door de slonzigheid heen"

Den Bosch doet meer met hetzelfde geld de binnenstad van Den Bosch: je waant je bijna in Barcelona. Ga naar de Kerkstraat, geen betonnen tegels, maar langwerpige stukken wit graniet. De middenweg, ook van graniet, heeft een vaste breedte, het trottoir volgt de gebogen lijn van de gevels en wordt dus op sommige plekken breder, waardoor de lijn van de gevels prachtig uitkomt. Je kijkt verbaasd naar de fietsenrekken, kunstwerkjes, je blijft zelfs staan bij de putdeksels die fraai van ontwerp zijn.

Ergens in die Kerkstraat ligt een deel met betonnen stenen, daar is het net Amsterdam. Kuilen, tegels die niet goed vastliggen. Ze zijn er jaren geleden gekomen, omdat het gemeentebestuur de openbare ruimte voor een koopje wilde inrichten. Dat deel wordt nu vervangen, ook daar komt graniet. Den Bosch heeft in de gaten dat je bij het inrichten van de openbare ruimte niet op geld moet kijken. Op het Kerkplein ga ik er eens goed voor zitten. De kerk heeft een nieuwe trap gekregen, een ideale zitplaats voor het bekijken van het pleinleven. En ook hier het graniet op de vloer. Mijn verbazing zal later nog groter worden als ik ontdek dat Den Bosch voor dezelfde hoeveelheid geld veel meer kan doen dan Amsterdam.

Barcelona

In het stadskantoor glundert ontwerper Harry Verhallen als ik mijn verbazing uitspreek. Hij zit in een ontwerpteam van zes man; als supervisor is Beth Gali aangetrokken. Zij komt uit... inderdaad, Barcelona. Zij maakte onder andere het 'masterplan' voor de Olympische Spelen, waardoor deze Spaanse stad een internationale snoepdoos voor ontwerpers van openbare ruimte werd. "Zij komt eens per maand naar Den Bosch en dan spreken we alles door", zegt Verhallen met een glimlach. Hij vertelt ook dat bij een nog te bouwen winkelcentrum met woningen nabij de ArenA, Busquetts is betrokken, ook iemand uit Barcelona die grote faam geniet. Natuurlijk, de achthonderd jaar oude binnenstad van Den Bosch is klein: 110 ha en zij heeft slechts twaalfduizend inwoners. Verhallen kan in tien jaar zesentwintig miljoen gulden in de openbare ruimte stoppen, en dat is veel geld voor een klein gebied.

De Kerkstraat, hoe zijn ze op het idee gekomen van dit fraais?
Samen met Beth Gali heeft Verhallen een paar dagen lang de sfeer van die straat op zich laten inwerken. Verhallen: "En nu ligt er voor Nederlandse begrippen fluweel op straat, Vierhonderdvijftig gulden per vierkante meter kostte het. We hebben het plan uitvoerig met bewoners en winkeliers doorgesproken. We hebben gezegd dat we prachtige straten en pleinen kunnen maken, maar dat zij er voor moesten zorgen dat het daar ook veilig en schoon was. En het werkte, de gevels werden fraai, de gesloten rolluiken verdwenen, er kwam open smeedwerk voor in de plaats. De eigenaars van terrassen zorgden dat er overal rieten stoelen kwamen. Het is een eenheid geworden. Natuurlijk, ze hadden aanvankelijk bezwaar tegen dat graniet, ze waren bang dat het te veel galm zou geven, dat het niet bij Den Bosch zou passen. Nu zijn ze razend enthousiast". En waar kwamen de platen graniet vandaan? Inderdaad: uit Barcelona.
Verhallen: "Voordat we een ontwerp maakten, hebben we een trip langs zeventien Europese steden gemaakt. In Italië zagen we pleinen die er al eeuwen met dezelfde bestrating liggen, die naarmate ze ouder werden, steeds mooier werden. En we dachten: waarom maken we hier niet zoiets? We zijn altijd te krenterig om duur materiaal te gebruiken, maar je moet beseffen dat de kosten vanzelf worden terugverdiend. Je hoeft niet om de tien jaar alles overhoop te gooien omdat de boel gaat verzakken. Het graniet ligt op een laagje beton. Onpraktisch, omdat er zo veel leidingen en buizen onder liggen Helemaal niet. Er liggen mantelbuizen onder, waar je de leidingen door kan trekken en ook onder die betonnen constructie kan je werken. Geen enkel probleem. En stel dat onverhoopt dat graniet ooit eens weg moet, dan kun je die platen er vrij makkelijk uithalen en kan je dat dure materiaal verkopen, maar volgens mij gaat die straat eeuwen mee."
Ik vertel hem over het Spui in Amsterdam dat er fraai uitziet, maar waar de steentjes al weer loszitten. Verhallen: "Het heeft allemaal te maken met wat je er financieel voor over hebt."

Duur Amsterdam

In Amsterdam informeer ik wat de aanleg van het Spui heeft gekost. Dat blijkt 500 gulden per vierkante meter te zijn. Ik kan mijn oren niet geloven dat is vijftig gulden meer dan het graniet in Den Bosch dat op een betonnen fundering is gelegd en dat jarenlang geen onderhoud nodig heeft. De ambtenaar vertelt dat de Kalverstraat eveneens 500 gulden per vierkante meter heeft gekost. Als in Den Bosch graniet op betonpuin wordt gelegd, kost dat 350 gulden per vierkante meter. Voor een straat waar normale gebakken klinkertjes worden gelegd trekt Den Bosch 250 gulden per vierkante meter uit. De Amsterdamse ambtenaar raadt me af die cijfers te publiceren. "Het is allemaal niet te vergelijken. Dat graniet in Den Bosch kan heel goedkoop spul zijn en u maakt mij niet wijs dat daar een straat met gebakken klinkers 250 gulden per vierkante meter kost, dat kan niet." Maar het blijkt wel te kunnen. In Den Bosch kopen ze een Mercedes en voor hetzelfde geld schaft Amsterdam een mini-autootje aan. Amsterdamse ambtenaren zouden ook eens naar ontwerper Verhallen moeten gaan.

Op het stadskantoor daar legt deze het geheim van zijn succes uit. "Op de eerste plaats moet je een gemeentebestuur hebben dat het belang van een goede openbare ruimte inziet en er geld voor over heeft en op de tweede plaats moet het ontwerp door superspecialisten gedaan worden. Je moet nooit trends gaan volgen. Dus nooit lantaarns met bollen gebruiken, omdat het mode is, niet overal van die Anton Pieck-keitjes neerleggen. Je moet de openbare ruimte bij het karakter van de stad aanpassen. Het probleem is dat de mensen die namens de politiek beslissingen nemen, niet deskundig zijn en dat het soms moeite kost ze van je ideeën te overtuigen. Dat is hier gelukt. We hadden hier eerst ook overal klinkers, maar daar zijn we vanaf."

Verhallen wil dat de binnenstad niet eenvormig wordt ingericht. "Je moet je aanpassen bij de sfeer van een bepaald gebied. Als de gevels mooi zijn, dan moet je zorgen voor een rustige bestrating; als dat niet het geval is, dan moet de muziek door de openbare ruimte worden verzorgd, je moet raak schieten. En wat we hier doen: het mooiste plein pakken we als laatste aan, dat moet de klapper worden. Natuurlijk wilden ze ook hier eerst alleen maar klinkers hebben. Maar er is een omslag gekomen, dat kwam vooral, nadat ze hadden gezien wat Huett in Parijs had gedaan en toen realiseerde men zich dat als de overheid iets voor de bewoners over heeft, dat je dat dan in de stad kan laten zien."

Geen Anton Pieck

Verhallen is er geen voorstander van dat in de Bossche binnenstad met oude lantaarns wordt ge- werkt. "Dat is Anton Pieck." Er kwamen dus moderne lantaarns die speciaal voor Den Bosch werden ontworpen. "Je moet ook in een oud centrum voor dynamiek zorgen."
Over de manier waarop Nederland met de openbare ruimte omgaat, wordt Verhallen niet lyrisch. "Groningen... tja, alles is in gele klinkers uitgevoerd, maar een bezwaar vind ik dat je nergens een 'high-light' hebt. Rotterdam... het Beursplein is prachtig, maar als ik zoiets hier zou doen, word ik ontslagen; zoiets past niet bij Den Bosch. Amsterdam??"
Verhallen zwijgt even, alsof hij zoekt naar een diplomatiek antwoord. "Kijk, de openbare ruimte in Amsterdam krijgt natuurlijk te veel op haar donder door de grote drukte... waar ik me over verbaas is dat je asfalt ziet in mooie winkelstraten, dat is zo somber, waarom geen graniet??"
Inderdaad, het hoeft geen kwestie van geld te zijn, want Amsterdam is met goedkoper materiaal nu duurder uit.

Onlangs opperde wethouder Guusje ter Horst het idee om voor de openbare ruimte een zogenaamde smaakmaker aan te stellen die alle ontwerpen toetst. Verhallen is daar geen voorstander van: "Dat kan nooit een persoon zijn. Je moet wel zorgen voor een goede supervisor, iemand die internationale ervaring heeft en die meedraait in het ontwerpteam, net zoals bij ons Beth Gali."
Hij kijkt verbaasd als we vertellen dat in Amsterdam niet de ontwerpers het laatste woord hebben, maar de rayonmanagers. "Dat kan de kwaliteit nooit ten goede kopen, dat wordt het ene compromis na het andere."

Wat is volgens Verballen een ideaal plein? "Een leeg vlak dat rustig is ingericht en dat op het volgende evenement wacht, een ruimte waar je ook kan spelen, niet op een glijbaan, maar bijvoorbeeld op een trap, banken aan de rand om te keuvelen of om het stadsleven te bekijken."
Het is nog niet zo lang geleden dat ook in Den Bosch pleinen als parkeerruimtes werden gebruikt. Dat is voorbij, de binnenstad is autoluw gemaakt. "Twintig jaar geleden namen we een proef met een voetgangersgebied. De commotie was geweldig. Ondernemers hielden protestmarsen, ze hadden zwarte banden om de armen en droegen zwarte vlaggen. Nu willen ze dat het gebied zo groot mogelijk wordt."

Hoofdstad?

Harry Verhallen studeerde aan de Academie voor Bouwkunst in Tilburg stedebouw. Als stedebouwkundige begon hij zijn Bossche carrière, na tien jaar besloot hij zich op de openbare ruimte te concentreren. Als eerste klus rukte hij ten strijde tegen de overmaat aan verkeersborden. "Er waren zo veel nonsensborden, die wilde ik weg hebben. Dat kan als je pleinen en straten zo inricht dat een groot aantal zaken meteen duidelijk wordt, dat je geen borden nodig hebt om te vertellen waar je heen moet."
Toen die klus geklaard was ging hij aan de slag om via de openbare ruimte het karakter van Den Bosch te vertalen. "Elke stad heeft haar eigen sfeer, haar eigen functie, die moet je zichtbaar maken. Den Bosch is Bourgondisch en dat proberen we te uiten. Wat mij in Amsterdam zo opvalt is dat je nergens de indruk krijgt dat het de hoofdstad van Nederland is. Nou ja, bij het Vondelpark zie je het, maar dan heb je het wel gehad. Het heeft te weinig allure. Als ze op het Damrak mooie bestrating van natuursteen zouden hebben aangelegd, als ze dat met finesse zouden hebben ontworpen, als het straatmeubilair eenvoudig was gehouden... die lampen... vreselijk. Ik geef toe: soms moeten lampen zeggen: Kijk naar mij, maar dan moeten ze ook allure hebben. Zo zou je op de Dam voor het neerzetten van lampen niet op geld moeten kijken. Daar mag een lichtmast best 50.000 gulden kosten, dan ben je de hoofdstad waardig. Bij het herinrichten van de Dam moet je overigens heel zorgvuldig te werk gaan. Je moet zorgen dat er een hoog verwachtingspatroon ontstaat. Je zal altijd zien dat als men uit drie ontwerpen moet kiezen, er altijd voor het goedkoopste wordt gekozen. Dat gebeurt niet als je een hoog verwachtingspatroon hebt gewekt, dan moet je wel flink uitpakken. Je kan bij de Dam historiserend te werk gaan, ik houd daar niet van, ik vind dat je dan de Efteling nabouwt."

Verhallen en zijn team hebben er in Den Bosch voor gezorgd dat elk deeltje van de binnenstad andere accenten kreeg. Hij zou dat ook in Amsterdam willen. "Weet u dat ik zelfs op de Amsterdamse grachten vaak niet weet waar ik ben, ik moet soms op een straatnaambordje kijken om daar achter te komen. Waarom geef je elk van die grachten niet een verschillend accent, niet de een met graniet aanleggen en de ander met klinkers, nee, je moet het dan in hele kleine dingen gaan zoeken. Elke gracht heeft een eigen sfeer, laat dat uitkomen, maar doe het voorzichtig."

Leunpaaltje

Midden in zijn werkkamer staat een paaltje van roestvrij staal mooi te zijn. Verhallen: "Wij hebben ook van die lage Amsterdammertjes, zoals je ze in Amsterdam ziet. Ze gaan er bij ons uit, en de nieuwe palen komen alleen op de koppen van de straat. Nu staan in een straat tweehonderd Amsterdammertjes en ze worden dan door een stuk of tien nieuwe palen vervangen. We hebben voor een hoogte van 1.30 m gekozen, en het leuke is, een heleboel mensen die deze kamer inkomen gaan bij die glimmende roestvrije paal staan en leunen erop. We hebben ze speciaal voor Den Bosch laten ontwerpen, ze kunnen niet omver gereden worden want ze gaan diep de grond in, graffiti haal je er in een wip af. Ze gaan levenslang mee en ze zien er prachtig uit. Je moet niet krenterig zijn als het om openbare ruimte gaat. Nederland heeft veel goede ontwerpers, maar die kunnen zich niet onderscheiden, omdat ze voortdurend door geldgebrek worden beperkt."

Voordat we een wandeling in de binnenstad gaan maken, noemt Verhallen de pleinen die hem het meest aanspreken. De Plazza del Real in Barcelona "zo simpel, zo mooi". De ruimte rondom het Louvre in Parijs, de Parade in Den Bosch, het Beursplein in Rotterdam, het Rembrandtsplein en het Spui in Amsterdam. "En ik ben natuurlijk gek op de grachten. Ik kan in de Amsterdamse binnenstad trouwens lekker rondslenteren. Ik kijk wel door de slonzigheid heen, maar dan denk ik wel steeds: wat zou het hier mooi kunnen worden."

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 165, sept. 1997.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.