Vereniging Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen

Trompreliëf

Jacob van Lennep en Jan ter Gouw, auteurs van "De Uithangteekens in verband met Geschiedenis en Volksleven beschouwd" (Amsterdam 1868) noemen in deel I, in het hoofdstuk 'Merkwaardige personen', vader en zoon Tromp de lievelingen van het volk. Het was hen opgevallen dat zij tal van uithangtekens met Maarten Harpertz. en Cornelis aantroffen, maar dat Michiel de Ruyter, toch ook geen onverdienstelijke vlootvoogd, op geen enkel uithangbord of gevelsteen vereeuwigd was.

Twee Amsterdamse Trompen beschrijven zij: een op de Prinsengracht bij de Looiersgracht en een 'op de Bierkaai, op de hoek der Zwartlakensteeg , een kniestuk boven de deur, met den tromp van een kanon nevens zich, welke toespeling bij de afbeelding van Tromp nooit ontbreken mocht'. De Tromp van de Prinsengracht bestaat niet meer, die van de Bierkaai, oude naam voor een deel van de Oudezijds Voorburgwal, heeft de tand des tijds doorstaan.

Houtreliëf met Admiraal Tromp vóóór restauratie

Bij alle volgende gevelsteenbeschrijvers komen we dit deurkalf tegen. Suasso, in zijn schetsboek, legt geen verband met de Trompen, hij noemt het een "geharnast borstbeeld van een vlootvoogd temidden van zeeattributen, gebeeldhouwd hout". In 1903 (Noord-Hollandsche Oudheden, VI, blz. 101) wordt wel de naam Tromp aan het 'rijkbesneden deurkalf' verbonden, maar welke Tromp, de vader of de zoon, blijft onduidelijk, ook in de Monumentenlijst van 1928. In de eerste druk van zijn Historische Gids (1929) verbindt d'Ailly de naam Maarten Harpertz Tromp aan het deurkalf, maar in de latere drukken wordt de juiste naam Cornelis gebruikt. Het was H. Warnaars, die in 1942, in een artikel in het 39ste Jaarboek Amstelodamum deze, juiste, naam aan het deurkalf verbond.
Ter gelegenheid van een schilderbeurt van het pand in 1941 werd ook het deurkalf onder handen genomen. Het reliëf was bedekt met een dikke korst geelachtige verf en miste alle scherpte. Zelfs het opschrift was niet meer te lezen. Bij het verwijderen van de verfkorst trof men de oude polychromering aan en viel het op, hoe gedetailleerd het snijwerk was.
Via de toenmalige directeur van het Scheepvaartmuseum kwam Warnaars erachter dat een gravure van Lambertus Visscher naar een portret van Cornelis Tromp door Ferdinand Bol als voorbeeld voor de houtsnijder had gediend.

Portret van Cornelis Tromp. Gravure van Lambert Visscher (Rijksmuseum)

Onder het toeziende oog van architect A.A. Kok werd het reliëf schoongemaakt, op onderdelen hersteld en in de aangetroffen kleuren geschilderd. Het was weer een pronkstuk op de Oudezijds.
Werd in het boekje "Ken je Amsterdam?" van M.G. Emeis nog een foto afgedrukt van het egaal overgeschilderde reliëf, in "Amsterdamse Bouwkunst en Stadsschoon" (2de druk 1944) kon een foto van het pand met het schoongemaakte deurkalf worden opgenomen.
H.W. Alings, in zijn Amsterdamsche Gevelsteenen spreekt zijn waardering uit over de restauratie: "In fraaie frissche kleuren troont daar een buste met opschrift Admiraal Tromp met schip en attributen, eerst vervuild en voorbijgelopen, thans weer een lust voor de oogen door de zorgen van architect A.A. Kok...".
Voor zover bekend werd na de opknapbeurt in 1941 geen onderhoud meer aan het deurkalf gepleegd, noch aan de rest van de deuromlijsting. Het werd vuil, de verf verbrokkelde, details braken af, de bovenrand rotte weg, enfin het zag er op den duur niet meer uit. In 1997 nam de VVAG het initiatief tot een sponsoractie tot herstel van de gehele deuromlijsting, waar het unieke deurkalf ten slotte deel van uitmaakte. In januari 1998 werd Tromp uitgenomen, de bovenrand viel er toen al gedeeltelijk spontaan van af, en naar het atelier van Kees van Mierlo overgebracht. Bij het afnemen van de met rijk Lodewijk XIV- ornament versierde basementen van de deurstijlen bleek, dat slechts de dikke verflagen het eikenhouten snijwerk bij elkaar hield; de achterzijde was totaal verrot.

Uitgenomen houtreliëf na restauratie Na restauratie

In het atelier, op de werkbank, was goed te zien dat een grondige restauratie niet overbodig was. De gehele profielrand langs de bovenzijde, die geen deel uitmaakt van het eigenlijke reliëf, bleek totaal verrot en kon zonder moeite met de hand verwijderd worden. De houtrot had zich in ernstige mate doorgezet in de daaronder liggende afsluitende rand van het eigenlijke snijwerk. Ook grote delen van de onderrand moesten vervangen worden. Na het afkrabben van de oude verfresten bleek, ondanks het hoge reliëf, het snijwerk wonderwel goed bewaard te zijn. Op een paar plekken, o.a. in de wang van het negertje, was rot opgetreden en de vingers van Tromp waren verdwenen, maar details, zoals de diamantjes op het medaillon en van de riemgesp, kwamen gaaf onder de verflaag te voorschijn. Bij dit onderzoek bleek ook dat het ruim 1,35 m brede deurstuk uit twee grenen delen van oorspronkelijk ruim 12 cm dik, was samengesteld. Het onderste gedeelte was 50 cm breed, terwijl ter hoogte van het voorhoofd van Tromp een aanvulling van circa 15 cm was gebruikt. Het smalle bovengedeelte was ernstig door vocht aangetast, ondanks de zware loodslab die het deurstuk tegen inwateren moest beschermen. Tevens bleek dat de bovenste draperie eveneens uit een los deel gesneden was en voor de eerste schilderbeurt aangebracht was. Onder de draperie was de achtergrond namelijk onbeschilderd. Het 'teksttapijtje' bleek eveneens uit een los plankje gesneden en later aan de console gespijkerd te zijn.

Na het herstel van de ontbrekende delen en het vullen van enkele horizontale scheuren en barsten, kon Jan Hilbers aan het verguld- en schilderwerk beginnen. Schilderijen van andere zeehelden in vergelijkbare borstkurassen, in het Rijksmuseum en het Scheepvaartmuseum, leverden belangrijke aanwijzingen over o.a. de kleur van de klinknagels. Aan de hand van de gravure kon het medaillon gereconstrueerd worden. Dit ovale, door een kroon gedekte, gouden medaillon met een profielkop van koning Charles II, gevat in een rand van diamanten, had Tromp in 1674 gekregen bij zijn overkomst naar Engeland.
Het schip rechts is De Gouden Leeuw, het pronkstuk van de Admiraliteit van Amsterdam, waarop Tromp in diverse zeeslagen, o.a. bij Kijkduin in 1673, triomfen had gevierd. Het lijkt alsof het schip zware slagzij maakt, maar de houtsnijder had geen andere keus, hij moest de rechthoekige gravure 'vertalen' naar het halfronde reliëf. Op het grote schilderij 'Het IJ voor Amsterdam' van Willen van de Velde de Jonge in het Amsterdams Historisch Museum neemt De Gouden Leeuw een prominente plaats in, het valt op dat de leeuw daar op de spiegel naar links gewend is, in tegenstelling met de leeuw op de gravure en op ons deurstuk.
Het negerknechtje met de gepluimde helm van zijn baas komt ook voor op een portret dat Jan Mijtens maakte van Margaretha van Raephorst, de vrouw van Tromp . Daar beide knechtjes identiek gekleed zijn ligt de veronderstelling voor de hand dat het echtpaar Tromp werkelijk een negertje als bediende in dienst had, iets wat in die tijd niet ongebruikelijk was . Na terugplaatsing en afwerking van de deurposten en de onderstukken zal Tromp weer in de originele kleurenpracht de aandacht trekken van de vele passanten. Zonder het initiatief van de VVAG en de bijdragen van vele sympathisanten zou dit niet gebeurd zijn.

Onno Boers

  1. Een foutje van de auteurs, het is de hoek van de Blauwlakensteeg.
  2. H.B.E. Warnaars. Admiraal Cornelis Tromp in den gevel van het huis Oudezijds Voorburgwal 136 te Amsterdam. In 39ste Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum (1942), blz. 105.
  3. M.G. Emeis jr. Ken je Amsterdam?, 50 schetsen (1940), blz. 30.
  4. H.W. Alings. Amsterdamsche Gevelsteenen (Amsterdam 1943, tweede druk 1949), blz. 104.
  5. Willem van de Velde de Jonge (1633-1707), Het IJ voor Amsterdam, doek 179,5 x 316 cm Amsterdams Historisch Museum Inv.nr. A 7421. Detail met De Gouden Leeuw in kleur op omslag van "Amsterdam Historisch" Marijke Carasso-Kok (1975).
  6. Doek, 136 x 104 cm 1668. Rijksmuseum Amsterdam, Inv.nr. A 285.
  7. Zie o.a. het schilderij 'Fantasie-interieur met Jan Steen en Jan van Gooien' van Jan Steen en 'Familiegroep in landschap' van Frans Hals.

(Uit: Binnenstad 174, januari/februari 1999)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.