Met een nieuw standaard grachtenprofiel het volgend millennium in

De Amsterdamse binnenstad heeft een dermate sterk ruimtelijk en architectonisch concept dat zij vrij onopgemerkt veel kan verdragen. Dit is zowel een sterkte van, alsook een gevaar voor de binnenstad. Vanaf de jaren zeventig is de binnenstad ingericht op een functionele manier, die echter voorbijging aan het feit dat de Amsterdamse binnenstad behoort tot de allermooiste binnensteden ter wereld.
Voorbeeld van het dichtslibben van de stoep met straatmeubilair

De bestrating was een combinatie van betonproducten en asfalt, materialen die geen aansluiting konden vinden bij de architectuur van de bebouwing en van walmuren en grachten. Bij het materialiseren van het maaiveld gaf men zich geen rekenschap van de context, waarin dit maaiveld zich bevond. De toegepaste betonsteen is weliswaar goedkoop in aanschaf, maar de roze-rode deklaag bleek door UV-straling en zure regen aangetast te worden, waardoor een grauw straatbeeld ontstond. Bovendien bleek de restwaarde van het materiaal in vergelijking met de klinker nihil te zijn.
Het probleem van het foutparkeren werd, in de periode voordat de Dienst Stadstoezicht bestond, aangepakt door het plaatsen van fysieke objecten: palen, richels en betonblokken. Deze objecten veroorzaakten niet alleen een visuele vervuiling, maar namen ook veel ruimte in beslag die niet voor andere doeleinden gebruikt kon worden en vroegen om veel onderhoud.

Verandering in het denken

Het denken over de inrichting van de openbare ruimte is binnen Nederland, maar ook daarbuiten de laatste jaren sterk veranderd. De stad moet niet alleen functioneel zijn, maar ook mooi. Schoonheid als functie. Voorbeelden uit het buitenland zijn Barcelona en Parijs, maar ook een stad als Lyon. In Nederland liepen tot voor kort steden als Den Bosch en Breda op kop. De Amsterdamse binnenstad sluit zich na jaren achterstand aan bij de kopgroep. Een grote stimulans is het feit dat de Amsterdamse binnenstad aangewezen is tot beschermd stadsgezicht, waardoor veel meer mensen zich bewust worden van het unieke karakter hiervan. Het nieuwe profiel van de grachten gaat uit van duurzame materialen die weliswaar duurder in aanschaf zijn, maar met de tijd mooier worden en die een hogere restwaarde hebben: Hollandse klinkers en Belgisch hardsteen. Het zijn materialen die terug te vinden zijn in de architectuur van walmuren en bruggen en in de gebouwen. Het foutparkeren wordt niet langer door fysieke middelen onmogelijk gemaakt, maar beperkt tot een aanvaardbaar maximum door handhaving van de parkeerregels door de Dienst Stadstoezicht. Het standaard grachtenprofiel gaat dus uit van duurzame en contextuele materialen en het handhaven van foutparkeren. Het profiel is daarentegen niet historiserend. Vanuit het veranderde gebruik van de openbare ruimte is het niet mogelijk en zelfs niet gewenst om het profiel uit vroegere tijden op basis van kasseien en gele IJsselsteentjes terug te brengen.

Het nieuwe standaard grachtenprofiel

Aan de gevelzijde wordt een verhoogd voetpad aangelegd, vervolgens een rijbaan en een strook, waarin bomen, parkeerplaatsen en straatmeubilair zijn toegestaan. Zo heeft het profiel zijn natuurlijke driedeling. Het verhogen van het voetpad aan de gevelzijde is nodig om de voetganger voldoende veiligheid te bieden en om ten behoeve van de handhaafbaarheid een voldoende duidelijk onderscheid te hebben tussen rijbaan en voetpad. Het maaiveld ter plaatse van de gevel blijft op het oude niveau, opdat nieuwe banden rondom instoepingen worden vermeden.
De trottoirband aan de gevelzijde die rondom het bouwblok gaat, en dus samen met het voetpad een plint voor het bouwblok vormt, heeft een breedte van dertig centimeter. Door deze breedte oogt de band chique en voornaam, terwijl het mogelijk is om in de band inritten en kolken op te nemen. De breedte van dertig centimeter maakt het tevens mogelijk om op de band één voet te zetten, waardoor de band als trede werkt en niet louter als functioneel grondkerend element. De trottoirband heeft, in tegenstelling tot de conventionele betontrottoirband, een verticale in plaats van een schuine zijkant. Ook dit is gedaan om de band als architectonisch - en niet als wegenbouwkundig-element te profileren. Voor afwatering is in deze band een nieuwe bandkolk ontwikkeld met in het deksel het logo van de stad. Aan de waterzijde wordt op de brug een smallere hardsteen band van twintig centimeter toegepast.

Straatmeubilair

In het nieuwe profiel worden niet alleen voorstellen gedaan voor de bestrating, ook wordt straatmeubilair vervangen door betere exemplaren. In het oude profiel werden de bomen beschermd door zogenaamde hit me’s, beugels van dikke stalen buizen die de boom tegen auto's moesten beschermen. Deze hit me’s beschermden de bomen weliswaar, maar zijn onelegant en nodigden uit tot het stallen van fietsen, waardoor rondom een boom een rommelig beeld ontstond. In het nieuwe profiel worden rondom de boom vijftien- centimeter-verhoogde boomkransen voorgesteld. Deze beschermen de boom afdoende tegen parkerende auto's, terwijl de boom betere groei-omstandigheden krijgt. Ook het oude fietsrek van dof grijs gegalvaniseerd staal, de afvalbak en de zitbank type 1970 worden niet langer toegepast op de gracht, wanneer deze geherprofileerd wordt.

Het oude rek heeft een te laagwaardige vormgeving en materiaalgebruik, terwijl ook het comfort beperkt is. Ter vervanging is het nietje geïntroduceerd. Het is een soort kort hekje, waartegen men aan twee zijden een fiets kan stallen. Het nietje is gemaakt van roestvast staal. Dit materiaal is chique en onderhoudsvrij, terwijl het zich onderscheidt van de historische straatmeubilair-elementen, zoals de grachtenlantaarn en de gietijzeren hekken op de bruggen. Ook de afvalbak wordt als eigentijds object uitgevoerd in roestvaststaal. De oude bak met een duidelijke voor en achterzijde wordt vervangen door een ronde alzijdige bak met de inwerpopening aan de bovenzijde. De bak staat dus nooit meer scheef of met haar rug naar de ruimte. Bank type 1970 - de bank met één plank als zitting en met één plank als rugleuning die goedkoop oogde en rugklachten veroorzaakte- wordt vervangen door de sierlijke canapeebank.

Een straatmeubilairobject dat thans niet in harmonie met zichzelf is, is de grachtenlantaarn. Deze mast met verlichtingsarmatuur is destijds als tweedelig pak ontworpen, speciaal voor de hoofdstad die het wapen van de Keizer mocht gebruiken. In 1883 werd de combinatie mast-armatuur ontworpen als een eenheid. De decoratieve motieven van de mast kwamen terug in de armatuur en vice versa en de armatuur werd letterlijk bekroond. Gelet op het oorspronkelijke idee van de mast ben ik persoonlijk van mening dat het het meest correct zou zijn om uit te gaan van een restauratieve benadering die het oorspronkelijke ontwerp in ere herstelt. Historische objecten zouden historisch verantwoord behandeld kunnen worden, terwijl de eigentijdse objecten, zoals parkeerautomaten, fietsrekken, afvalbakken en nutskasten, een strakke moderne vormgeving mogen krijgen.

Na het vaststellen van het hoofdstuk over het Nieuw Standaardgracht Profiel zal binnenkort het Handboek Inrichting Openbare Ruimte worden vastgesteld. Met de vaststelling hiervan heeft de binnenstad een document, waarmee de eenheid en de samenhang van de inrichting in de binnenstad gewaarborgd zijn.

In het jaar 2000 worden in de binnenstad voor een aantal belangrijke openbare ruimten de ontwerpen uitgevoerd of wordt een aanvang gemaakt met de uitvoering ervan. De Nieuwendijk en de Warmoesstraat krijgen een nieuwe lay-out die deze twee straten als voormalige Amsteldijken weer op elkaar doen lijken en aansluiten bij de plannen voor de Dam. De start van de uitvoering van het plan voor de Dam staat eveneens gepland voor het jaar 2000. Het idee is om het plein te voorzien van een vloer van graniet en de zonzijde van het plein te vrijwaren van auto- en fietsverkeer. Het straatmeubilair wordt terughoudend en tijdloos vormgegeven, opdat de pleinruimte en de bestaande gebouwen optimaal tot hun recht komen. Ook de Leidsestraat, het Koningsplein en het Singel alsmede de Reguliersbree- en de Reguliersdwarsstraat worden voorzien van een nieuw jasje. De laatste drie projecten, gelegen in of bij de grachtengordel, worden daar, waar mogelijk, uitgevoerd in de materialen van het grachtenprofiel: klinkers en hardsteen.

Simon Sprietsma

Hoofdontwerper Openbare Ruimte van de Dienst Binnenstad

(Uit: Binnenstad 180, jan. 2000)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.