De sluipweg wordt verruimd
Voor bouwplannen die niet voldoen aan de bepalingen van het voor de beoogde situatie geldende bestemmingplan, mag volgens de wet géén vergunning worden verleend. Dat is lastig, want de procedure voor het vaststellen van bestemmingsplannen duurt lang, de bouwers hebben altijd haast en uitstel kost geld. Een uitweg biedt artikel 19 van de Wet Ruimtelijke Ordening. Burgemeester en Wethouders mogen voor een van het bestemmingsplan afwijkend project vergunning verlenen wanneer Gedeputeerde Staten daarvoor een verklaring van geen bezwaar hebben gegeven.
De bedoeling was dat die
bepaling zou worden toegepast voor bouwwerken van beperkte omvang of met een geringe
afwijking van het bestemmingsplan, de zogenaamde ‘postzegelplannen’. Een schoolvoorbeeld
van misbruik van artikel 19 was de vergunningverlening voor het beruchte project ‘De Kolk’.
Daar gold een bestemmingplan-Nieuwendijk/Kalverstraat uit 1986, in 1990 (gedeeltelijk)
door de Kroon goedgekeurd. Terwijl een bestemmingsplan beoogt richtlijnen te geven waar
de bouwer zich bij de ontwikkeling van zijn plan aan te houden heeft - eventueel met enkele
vrijstellingen - werd hier het bestemmingplan tot vier keer toe op maat geknipt van het steeds
agressiever wordende bouwplan. Telkens waren het ‘kleine’ wijzigingen: de bekende salami-
tactiek. Gedeputeerde Staten stelden wel één voorwaarde: een positief oordeel van de
Welstandcommissie. Die had het plan integraal afgekeurd. Geen nood, er werd aan wat details
gefrommeld, en onder voorzitterschap van de directeur van de Woningdienst bogen de heren
het hoofd; geen aanmerkingen meer op de architectuur. Zo hoort dat in het poldermodel, je
moet niet dwarsliggen tegen ambtelijke machthebbers. Flexibel opstellen heet dat.
Het overmatige gebruik, om niet te zeggen: misbruik van artikel 19 WRO begon echter het
ambtelijk apparaat te veel te worden. In 1998 werden in Noord-Holland 2900 aanvragen in
behandeling genomen, in 1999 waren het er al 3200. Op 3 april wordt een wijziging van de
Wet Ruimtelijke Ordening van kracht. Daarmee vervalt de bepaling dat er een herziening van
het bestemmingsplan in voorbereiding moet zijn. Voor een aantal categorieën bouwprojecten
in strijd met het geldende bestemmingsplan mogen Burgemeester en Wethouders zonder
verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten de gevraagde vergunning afgeven, en
GS mogen die categorieën zelf uitbreiden.
Het beleidsinstrument bestemmingsplan, dat via de inspraakprocedures de omwonenden
bescherming biedt tegen aantasting van hun leefmilieu, wordt ontkracht. De overheid ‘treedt
terug’. De weg is vrij voor architectonische brutaliteiten. Dynamiek!
Geurt Brinkgre
(Uit: Binnenstad 182, mei/juni 2000)
[Inloggen]
Reacties
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.
