De Vereniging Hendrick de Keyser op de Zeedijk

De vereniging Hendrick de Keyser is geen Amsterdamse maar een landelijke instelling. Zij houdt zich niet bezig met locale acties tegen sloopplannen, zelfs niet in Amsterdam, zij verzamelt huizen van bijzondere bouwhistorische kwaliteit. Zonder de collectie van de vereniging die nu ruim 300 gebouwen bevat, te beginnen omstreeks 1400 en doorlopend tot Berlage en Rietveld, zou de ontwikkeling van het Nederlandse woonhuis niet meer geschreven kunnen worden, in het bijzonder wat de interieurs betreft.
Sint Olofspoort nr 1 heeft de oostmuur van de Sint Olofskapel als achtergevel gebruikt. Het torentje van de Olofskapel werd in 1991-1993 herbouwd.

Toch waren het zeer Amsterdamse heren die in 1918 de vereniging oprichtten, en van de 17 huizen die de vereniging in haar eerste levensjaar aankocht, stonden er 14 in Amsterdam. In het jaarverslag 1998 lezen wij: "Wat deze heren bond was de ergernis over het verschijnsel dat vele belangrijke oude huizen die in de laatste decennia roekeloos en geheel onnodig waren gesloopt zonder dat iemand er naar omkeek; en wel omdat zij behouden hadden kunnen blijven als men hun historische en kunstwaarde maar begrepen en op commerciële wijze geëxploiteerd had". Dat laatste hield in dat de huizen na een beperkte opknapbeurt in gebruik moesten blijven als huurwoningen. Al gauw bleek dat de noodzakelijke onderhoudskosten en de huuropbrengst steeds verder uiteen weken, restauratiesubsidies en schenkingen moesten de afstand overbruggen. De vereniging heeft in de loop der jaren een reputatie verworven van architectuurhistorisch verantwoord beheer, de talrijke legaten bevestigen dat.
Tot de aankopen uit de eerste jaren behoren het hoekpand Sint Olofspoort 2-4, Nieuwebrugsteeg 13 en Zeedijk 1. Met deze twee aankopen werd een beleidslijn uitgezet: Zeedijk 1, genaamd "Het Aepgen", houdt sterker nog dan zijn leeftijdgenoot op het Begijnhof, de herinnering wakker aan de eeuwen dat Amsterdam een uit hout gebouwde stad was.

Zeedijk nr. 1, "het huis met de houten gevel".

Het huis op de hoek beantwoordde met zijn trapgevel uit 1618 of '19 aan de voorliefde voor het begin van de Gouden Eeuw welke toen algemeen was. Dat was immers de periode van geweldige Hollandse expansie, het hoogtepunt van de vaderlandse geschiedenis. De gevelsteen "In de lompen" duidt aan dat er oorspronkelijk suiker werd verkocht, later werd het een bakkerij, na 1950 was het nog een bakkerswinkel met bovenwoning. Toen in 1924 de tweede bovenwoning onbewoonbaar werd verklaard, kreeg de architect De Meijer de gelegenheid voor een zorgvuldig historiserende restauratie die in de gevels en vooral de pui de vroeg 17de-eeuwse detaillering terugbracht.
De geschiedenis van het huis met de houten gevel gaat verder terug, tot omstreeks 1550. De horizontale beplanking is weliswaar omstreeks 1800 vernieuwd, dendrologisch onderzoek van de binnenconstructie bevestigt de 16de-eeuwse archiefgegevens. Eén van merkwaardigheden is dat geen van de muren op een paalfundering rustte, er is direct gemetseld op zware planken, ongeveer 2.80 meter onder het huidige straatniveau. Bij de ontgraving kwamen bovendien een gepleisterde waterkelder en een welput te voorschijn. Volgens archiefstukken had "de Aep" ook een beerput. Na de aankoop in 1920 is het huis gebruikt gebleven als winkel met bovenwoningen, totdat zich de gelegenheid bood voor een grondige restauratie. Dat moest wachten tot 1986 - '87.

Tot 1618 verrees boven het straatje, dat nog altijd Sint Olofspoort heet, een poortgebouw in de stadsmuur.

Boven het straatje dat nog steeds Sint Olofspoort heet, verrees tot het begin van de 17de eeuw een poortgebouw, dat zijn militaire betekenis had verloren met de stadsuitbreiding van 1425. De toen oostwaarts opgeschoven begrenzing werd verdedigd door de gemetselde ommuring waarvan de Sint Antoniespoort, nu de Waag, en de Schreierstoren nog over zijn. Gebruikmakend van de oostmuur van de St. Olofspoort werd een kapel gebouwd. Op het smalle strookje tussen die muur en het straatje kwamen heel ondiepe huisjes.

De Sint Olofskapel

Op 29 juni 1963 kocht een optimistische stichting Kunstkontakt de Oudezijds- of Sint Olofskapel van de Hervormde kerkvoogdij. Vijf kleine huisjes aan de Sint Olofspoort hoorden er bij. Het merkwaardige kerkgebouw dat in het begin van de 17de eeuw zijn huidige vorm had gekregen door de samenvoeging van twee oudere kapellen, was voordien jarenlang in gebruik geweest als kaasbeurs. In 1959 was er al een sloopvergunning voor aangevraagd. Kunstkontakt liet de boel wat schoonmaken er verven, en organiseerde verkoop- en uitleenexposities. Die vreugde was van korte duur. Bouwtoezicht sloot het gebouw een jaar later wegens instortingsgevaar en Kunstkontakt ging failliet. De Friesch-Groningse Hypotheek Bank, hypotheekhouder, kocht het bouwvallige gevaarte tussen de Nieuwe Brugsteeg en de Zeedijk en liet dakreparaties uitvoeren. Daarbij ontstond brand: de muren bleven wel overeind maar van de merkwaardige kapconstructie was weinig over. De FGH-bank zag er toen geen heil meer in, en gaf het uitgebrande karkas met de huisjes ten geschenke aan de vereniging Hendrick de Keyser. Dat zijn nu niet de geschenken waar een monumenten-beherende instelling met een programma van urgente restauraties om zit te springen. De enige zakelijk verantwoorde oplossing zou zijn: slopen, eventueel met behoud van enkele stukken gevel, en op die plek een modern hotel bouwen. De reputatie van de vereniging H de K stond er garant voor dat die weg niet werd gevolgd. Er kwam een tijdelijk plat dak en daaronder konden de archeologen in de gemeente en van de universiteit opgravingen doen welke belangrijke vondsten opleverden. Vele vergaderuren brachten tenslotte oplossing, het belendende Barbizon Hotel aan de Prins Hendrikkade zag mogelijkheden in een gerestaureerde Sint Olofskapel als congrescentrum. In 1991 kwam een driehoekstransactie tot stand. De gemeente kocht de ruimte voor f 1,-- van H de K, en gaf het perceel in erfpacht met restauratieverplichting aan de stichting Restauratie Monumenten, die een gebruiksovereenkomst na voltooiing sloot met Barbizon. De oude kap werd gereconstrueerd, en in 1993 bekroond door een door de architect Joop van Stigt ontworpen klokkentorentje. Zo'n torentje heeft er vroeger ook op gestaan, maar dat was na een vorige brand, in de 19de eeuw verdwenen.

De bouw van het Barbizon hotel bood ook de gelegenheid om het merkwaardige huis Zeedijk 1 met de houten gevel onder handen te nemen, waarvan de brede achtermuur grenst aan het hotel. De restauratie onder leiding van het architectenbureau De Klerk vond plaats in 1986 – '87, het gebruik is betrokken bij het hotel: suites op de verdiepingen, horeca op de begane grond. De eigendom bleef bij de vereniging, want H de K verkoopt niet.

De intensieve bemoeiingen van de vereniging rondom de kop van de Zeedijk contrasteerde een tijd lang pijnlijk met de sociale verloedering van de openbare ruimte. Tussen de fraai gerestaureerde gevels bevond zich de meest beruchte no-go-area in Amsterdam. Bewoners konden soms met moeite hun voordeur bereiken, en moesten soms losgeld betalen voor hun poststukken die uit de brievenbussen waren gelicht. Ook die periode is nu achter de rug. Bewoners en bezoekers kunnen weer ongehinderd rondkijken in dit bijzonder mooie stukje van de oude stad. Wie precies de geschiedenis wil kennen van de door de vereniging Hendrick de Keyser in leven gehouden panden, moet het deel "Amsterdam" raadplegen van de vierdelige jubileumuitgave Huizen in Nederland, waarvan voor dit artikel dankbaar gebruik werd gemaakt.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 188, mei 2001.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.