Keuze tussen verschillende roedeverdelingen

Restauratie van Keizersgracht 209

De restauratie van Keizersgracht 209 heeft tot een discussie geleid over het terugbrengen van een oude roedeverdeling in de voorgevel. Het is een bekend probleem waarbij in de loop van de tijd veranderende restauratieprincipes een grote rol spelen.
Keizersgracht 209 op een oude foto (Bureau Monumentenzorg). Keizersgracht 209 na restauratie. Het beeld De Hoop.

Keizersgracht 209 is een pand, oorspronkelijk uit circa 1620, met een zeldzame vier ramen brede gevel (1). In 1734 werd het huis zowel inwendig als uitwendig ingrijpend verbouwd. De voorgevel werd in de heersende mode van die tijd opnieuw opgemetseld: een hardstenen basement vormt sindsdien het voetstuk van de bakstenen gevel die geflankeerd wordt door zijlisenen en bekroond door een rechte lijst met attiek in Lodewijk-de-XIVde-stijl. De kroonlijst wordt gedragen door versierde consoles. Tussen deze consoles bevinden zich kleine raampjes, die enig licht verschaffen aan de dwars op het pand staande kap. Het attiek wordt gevormd door een open balustrade met een groot gebroken fronton als middenverhoging. De balustrade is op typisch barokke wijze naar achteren gebogen, op de hoeken staan siervazen. Midden in het gebroken fronton staat een groot vrouwenbeeld, de personificatie van de Hoop. Het beeldhouwwerk is van hoge kwaliteit en wordt toegeschreven aan Jan van Logteren. Uit de tijd van de verbouwing (1734) dateren eveneens de marmeren gang en het monumentale trappenhuis met stucwerk en 'lantaarn'. Zeldzaam is de vergulde smeedijzeren trapleuning.
In de 19de eeuw is het pand opnieuw grondig verbouwd. Er werd een nieuwe roedeverdeling in empirestijl aangebracht en op de beletage zijn enkele fraaie stijlkamers vervaardigd (2). Deze stijlkamers bestaan nog steeds. De voorgevel daarentegen is in het begin van de 20ste eeuw wederom gewijzigd: de empirevensters maakten plaats grote glazen ruiten.

Niet uitgevoerde reconstructie 18de-eeuwse roedeverdeling. (Tekening Hubers en Wiebe, Architecten.)

De huidige eigenaar heeft overwogen om de 18de-eeuwse roedeverdeling opnieuw aan te brengen, maar vond dat toch wat 'te druk'. Er bestond nog een reconstructietekening met empirevensters van het gemeentelijk Bureau Monumentenzorg uit 1975. Het huidige bureau, dat aanvankelijk de grote glazen ruiten wilde handhaven omdat deze eveneens 'deel uit maken van de bouwgeschiedenis van het pand', kon om het bestaan van de oude reconstructietekening niet heen. Uiteindelijk werd besloten om de empirevensters terug te brengen. Bovendien is de reconstructie van de 19de-eeuwse vensters in de voorgevel goed te verdedigen, omdat zich aan de achterzijde van het pand vensters in dezelfde stijl bevinden. Doorslaggevend was echter de aansluiting bij de 19de-eeuwse stijlkamers.

De keuze vormt een interessant probleem en laat duidelijk zien dat ramen twee kanten hebben: sluit je aan bij de 19de-eeuwse interieurs achter de gevel of bij de 18de-eeuwse gevel zelf? Bij de restauratie van Keizersgracht 209 is voor het eerste gekozen; de in de 19de eeuw gewijzigde en nu gereconstrueerde ramen sluiten aan bij de waardevolle 19de-eeuwse stijlkamers daarachter.

Walther Schoonenberg

Voetnoten:
(1) Doorgaans zijn woonhuizen in Amsterdam drie of vijf ramen breed, afhankelijk van het feit of ze op een enkel of een dubbel kavel zijn gebouwd. In principe waren alle kavels even breed.
(2) H.J. Zantkuijl, "Bouwen in Amsterdam. Het woonhuis in de stad", Amsterdam 1993, p. 390 en 457.

(Uit: Binnenstad 193, mei 2002.)