Amsterdams Kroonlantaarn Comité

Inspraakbijdrage van Geert Mak

Het is niet zo moeilijk om op historisch verantwoorde wijze van de Amsterdamse straatverlichting van vroeger tijden te reconstrueren. Als u vrijwel alle lantaarns verwijdert, hebt u reeds het gewenste effect: een vrijwel totale duisternis. Tot ver in de 19e eeuw was het aantal Amsterdamse straatlantaarns een fractie van nu, en bij volle maan werden ze niet eens ontstoken. U kunt dat ook zien op allerlei prenten en schilderijen in het Historisch Museum: overal zie je boven de stad sterren flonkeren, de maan half achter de wolken schijnen, als boven een donker platteland. De hoeveelheid ongevallen in die duistere stad was dan ook niet gering, en dan heb ik het nog niet eens over de veiligheidsaspecten. Nog in 1893 verzeilden op één mistige decemberavond maar liefst zes en negentig Amsterdammers in de gracht.

Naar een totale reconstructie van deze historische situatie willen we, dat vermoed ik tenminste, niet terug. Wat dan wel?
Het terugplaatsen van oude straatlantaarns is niet een kwestie van nostalgie, maar de finishing touch van een proces van restauratie en stadsherstel dat na zo'n vier decennia in de binnenstad vrijwel voltooid is. Het is een logische ontwikkeling. Rond 1970 waren grote delen van de binnenstad zo vervallen, dat het plaatsen van die lelijke plastik lantaarnkappen nauwelijks opviel. Nu, naast al die ragfijn opgeknapte panden, is het zo langzamerhand geen gezicht.
Het terugplaatsen heeft ook een diepere functie. Straatmeubilair kan, vaak meer dan we willen toegeven, bepalend zijn voor de sfeer in bepaalde gedeelten van de stad. De patserige verlichting op het Damrak en het Rokin heeft er zeker toe bijgedragen dat dit deel van de binnenstad er tegenwoordig bijligt als een hoer. Het tegendeel kan ook het geval zijn. Goed straatmeubilair kan rust geven, een zekere orde, een bepaalde vorm van beschaving uitstralen. En het kan, bovendien, bijdragen tot een gevoel van identiteit: dit is de stad waar ik bijhoor, dit is 'mijn' stad waarvoor ik me mede verantwoordelijk voel. Ik las ergens als bezwaar tegen de kroonlantaarn dat hij zou "appeleren aan het stedelijk bewustzijn". Welnu, dat is juist een van de grote pluspunten. Want als we iets nodig hebben in verbrokkelde wereld is het juist dat vermaledijde stedelijk bewustzijn. Mensen hebben een schreeuwende behoefte aan wortels, aan collectieve identiteiten. Niet alleen de plaatselijke voetbalclubs hoeven in die behoeften te voorzien, dat kunnen ook de steden zelf zijn, met allerlei signalen en symbolen. Onder andere de kroonlantaarn.
Ik kies voor de kroonlantaarn op alle plekken waar dat maar verantwoord is. Dat is niet een zaak van nostalgie, maar puur van verantwoord stadsherstel. De palen die er nu nog staan horen bij de kroonlantaarn. Dat was de Amsterdamse lantaarn in de 19e eeuw. Juist het massaal plaatsen van de Ritterlantaarn zou er weer een nostalgische toestand van maken, omdat het nep zou zijn, omdat het niet een vorm van restauratie zou zijn, maar het terugroepen van een ouderwets sfeertje, en niets anders. Ik snap wel dat politici en ambtenaren hun eigen stempel op sommige zaken willen zetten, dat is hun goed recht, maar, alstublieft, luister in dit geval naar de experts. Herstel de oude stad, maak er niet een historisch illusielandschap van, een 19e-eeuws Disneyland.
Voor mij is de keuze heel simpel, en ik begrijp eigenlijk niet waarom er zo'n hevige discussie over moet plaatsvinden. De stad Amsterdam geeft zichzelf een cadeautje, want zo moet je dit zien. We gaan met z'n allen die mooie lantaarns langs de grachten weer in ere herstellen. Dan moet je dat ook doen zoals het hoort, en niet half, of nep, of net-niet goed. Na een prachtig diner serveer je ook geen bonbons van f 1,95. Een magnifieke restauratie van een grachtenpand rond je ook niet af met een plastik tuinlamp van de Blokker. Zulke dingen hebben met ons eigen gevoel voor stijl te maken, en met respect voor de stijl van de generaties die voor ons kwamen.
Laten we ons, kortom, dit cadeautje geven, maar dan ook goed. Ik verheug me er nu al op.

Geert Mak

(Uit: Binnenstad 195, nov. 2002.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.