De kleuren in de kapel van het Swigters Hofje

De kapel van het Swigters Hofje, na de restauratie.
Achter het zandstenen poortje aan de Amstel tussen de Halve Maansteeg en de Balk in’t Oogsteeg staat het Swigters Hofje, bestaande uit een rij huisjes onder één dak, evenwijdig aan een steegje dat doodloopt tegen de panden aan het Rembrandtplein.

De stichter was de rooms- katholieke boekenverkoper Isaac Swigters die overleed in 1750. Behalve de huisjes legateerde hij aan het R.C. Oude Armenkantoor een stukje grond van 685 x 475 cm, en een som geld om op die plek een eigen kapel voor de bewoonsters te bouwen. In 1960 kwam daar nog wekelijks een pater franciscaan van de Mozes-en-Aäronparochie de mis lezen voor de 18 bejaarde dames die voor huisvesting inclusief licht en warmte f 1,50 per week aan het RCOAK verschuldigd waren. Dat die eenkamerwoningen met hun smalle, steile trappen niet voldeden aan de huidige eisen voor bejaardenwoningen ligt voor de hand. De Stichting Leefklimaat nam in 1975 de huisjes over van het RCOAK, en richtte deze in voor jongerenhuisvesting. De kapel, van binnen niet groter dan 460 x 465 cm, bij een hoogte van 776 cm, had tijdens de verbouwing dienst gedaan als schaftlokaal en magazijn en ging daarna op slot, wachtend op sloop of restauratie. Het verval werd steeds duidelijker. Overleg tussen het Bureau Monumentenzorg, het RCOAK en de Stichting Jan Pietersz. Huis leidde tot de oplossing dat de vroegere eigenaar de kapel terugkocht en de door het J.P. Huis verzorgde restauratie financierde die, onder leiding van architect Henk Schröder, wat de decoratieve elementen betreft door Hans ’t Mannetje en zijn medewerkers van het restauratieatelier Uilenburg werd uitgevoerd. Daarbij ging het vooral om de altaaropbouw tegen de zuidgevel: een gebogen, door kolommen gedragen, kroonlijst met engelfiguurtjes, bekroond door een stralenbundel, een verre echo van de zwierige late barok die juist toen in Zuid-Duitsland en Oostenrijk triomfen vierde. Al het stucwerk was gebarsten door het gebruik van ijzeren doken, en bedekt door lagen verf. Bij het afpellen kwamen sporen van kleur en dofgeworden goud tevoorschijn. Het houtwerk van de galerij had als onderste laag een blauwig groen, variërend naar de mate waarin de plekken aan daglicht, c.q. zonlicht waren blootgesteld geweest. Dat blauwgroen moest volgens Henk Zantkuijl oorspronkelijk Berlijns blauw zijn geweest, de modekleur omstreeks 1750, die echter niet kleurvast is gebleken. Behalve kleursporen en pigmentkorrels was het de symboliek van de voorstelling die aanwijzingen gaf. Twee engeltjes die een gordijn opzij schuiven boven de vergulde stralenbundel rond het Alziend Oog, bekroond door een wereldbol en een kruis, dat is een preek in beelden. Ook het gewelfde stucplafond vertelt zijn verhaal. Vanachter een wolk voor een ultramarijnblauwe nachthemel komen vergulde stralenbundels te voorschijn, in het midden van de wolk de duif, symbool van de H. Geest.

Eén van de fraaie houten beelden uit het Swigters Hofje (thans verdwenen).

De wonderlijkste kleurverrassing leverden de twee beelden links en rechts van het altaar, de enige ‘roerende zaken’ die van de vroegere kerkinventaris waren overgebleven. Die waren bedekt door een dikke laag vuil geworden witte verf, zoals trouwens het hele interieur. De verwachting was dat die beelden van gips zouden zijn. Het was echter houtsnijwerk van opvallend goede kwaliteit, geschilderd in warm terracottarood. Die kleur is teruggekomen, evenals de granitoafwerking van de sokkels. Witgekalkt werkte de smalle hoge ruimte als een benauwende koker. De zorgvuldig uitgevoerde beschildering, gebaseerd op kleursporen, gedomineerd door blauw en goud, met schaduwnuances in het stucwerk geven de miniatuurkapel een extra dimensie. De beelden zijn waarschijnlijk geïmporteerd uit het toen vanuit Wenen bestuurde Vlaanderen. Het verhaal is helaas niet uit. De beelden werden onlangs herkend in de etalage van een antiquair door een kunstkenner die deze inventarisstukken van het Swigters Hofje zelf kocht en in zijn eigen huis veilig opborg. Wie verkocht de beelden aan de antiquair?

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 197/198, maart 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.