Verwarring bij ambtenaren

Paaldansen rond nieuw funderingssysteem

Funderingsherstel is geen lolletje voor de bewoners van een pand. Dat kan veranderen, maar de Amsterdamse ambtenaren zijn verdeeld over een nieuw systeem dat daarvoor kan zorgen. Het ene stadsdeel accepteert de SOBU-paaltjes, het andere wijst dat af.

Den Haag, eind februari 2004

Henri Hillen

Tegenover me zit Henri Hillen. Hij heeft er de pest in. Steeds meer bekruipt hem het onaangename gevoel dat hij door Amsterdam wordt tegengewerkt. Niet dat hem dat persoonlijk veel kan schelen, zegt hij, maar tientallen Amsterdammers krijgen daardoor niet de mogelijkheid om te profiteren van het nieuwe funderingssysteem dat hij heeft ontwikkeld. Hillen heeft een ingenieursbureau voor specialistische bouwzaken en is eigenaar van Revac, een bedrijf voor specialistische technieken. Twintig jaar geleden toen hij nog bij de firma Nederhorst werkte, bedacht hij een systeem om het funderen en herstellen van funderingen makkelijker te maken. Vijfenzeventig woningen in Koog a/d Zaan konden dankzij deze uitvinding blijven staan door er dunne ijzeren paaltjes onder te doen. Daarna werd het systeem verder ontwikkeld en nu kan vrijwel elk pand er mee worden ondersteund. De lijst van projecten die hij er mee heeft uitgevoerd is inmiddels indrukwekkend. Ook in Amsterdam is hij de aan de slag gegaan, onder andere een jaar geleden in de Rijnstraat. Hillen: “Het bouwtoezicht van de centrale stad heeft mij toen gevraagd. De panden waren van de woningbouwvereniging ‘De Dageraad’ en die wilde voorkomen dat ze alle huurders tijdelijk uit hun winkel moesten zetten. Met mijn systeem hoefde dat ook niet.” Maar in de Rijnstraat begon de lente voor Hillen niet. Amsterdamse ambtenaren die het systeem moeten beoordelen waren verdeeld. Het bureau dat de funderingswerkzaamheden voor de Noord-Zuidlijn begeleidt, zou er ook in het centrum graag gebruik van maken, maar kan dat door de ambtelijke blokkades nog niet. Het voordeel van Hillens methode is dat bij zijn funderingstechniek de panden niet ontruimd hoeven te worden. Bedrijven die erin zitten, kunnen open blijven en dat zou het projectbureau voor de Noord-Zuidlijn heel wat geld schelen. Maar de stadsdelen Centrum en Oud-Zuid twijfelen. Ze hebben volgens Hillen steeds nieuwe vragen. Hij wordt er dol van. Het onafhankelijke onderzoeksbureau GEO Delft heeft het palensysteem onderzocht. Enkele citaten uit het rapport over de funderingsmethode met zogenaamde SOBU-palen:
“In muren wordt een inkassing gemaakt waarna de paal door wegdrukken op diepte wordt gebracht. De bestaande fundering wordt met een kernboor doorboord om het mogelijk te maken de palen in het hart van de muur en tussen de aanwezige houten palen te plaatsen. Bij het wegdrukken van de paal wordt gebruikt gemaakt van het bouwwerk als reactiekracht. Het onderste deel van de paal heeft een verzwaarde paalvoet. Na het bereiken van de einddiepte in het dragende zand wordt de paal, voorgespannen, verbonden met het bouwelement en gevuld met beton.”

De Revac-heipaal. In de muur wordt een inkassing gemaakt waarin de paal door wegdrukken op diepte wordt gebracht. Revac-heipaal. De druk wordt nauwkeurig gecontroleerd.

Hillen legt het nog eens uit: “Ik of de opdrachtgever laat eerst berekeningen maken hoeveel een paal moet dragen en daarna gaan de paaltjes via de muur de grond in tot de gevraagde draagkracht is gehaald. Door het voorspannen is de paal als een soort krik, je tilt het huis als het ware een beetje op en ontlast daarmee de bestaande fundering, die daardoor een langer leven beschoren is. In Amsterdam gaan we tot in de eerste of tweede zandlaag. Maar in het centrum van Amsterdam vertrouwde men in het begin de aflezing van de drukmeter niet en gaf men de voorkeur aan de berekende diepte die meestal dieper aangeeft. Ik heb het tegenovergestelde ook meegemaakt, dat de paal op een bepaalde diepte zat waar volgens de drukmeter de gevraagde draagkracht nog niet was bereikt, en waar volgens de berekeningen van de ambtenaren het eindpeil was bereikt. “Zullen we dan nu maar stoppen?”, vroegen we. “Nee, doe dat maar niet”, zeiden ze. In dergelijke omstandigheden wordt aan de drukmeter wel degelijk de voorkeur gegeven.

Hillen vertelt over de Huidenstraat. Na veel gepraat, besloot het stadsdeel-Centrum het werk te gedogen, maar er moest na de werkzaamheden wel een rapport komen om de vragen, die het stadsdeel had, te beantwoorden. Hillen: “Ze hebben het rapport gehad, maar ze wilden steeds meer weten. In de Huidenstraat willen we bij een ander pand aan de slag. De eigenaar heeft Centrum een vergunning gevraagd, maar ze blijven maar vragen stellen. Om die te beantwoorden is een uitbreiding van het onderzoek van GEO Delft nodig. De kosten, 4000 euro, zou de Noord-Zuidlijn betalen.”

Officieel is het werken met het SOBU-systeem niet aanvaard. “Wat men niet kent, dat wil men niet”, zegt Hillen berustend. “Burgers en bedrijven schakelen ons al vele jaren in als er een probleem is. Het grote voordeel van ons is namelijk dat het pand niet leeg hoeft te zijn als we gaan werken. Bij de ‘Amsterdamse methode’ moet dat wel. Kijk, als iemand een leeg pand heeft en ons systeem wil gebruiken, dan adviseren wij de ‘Amsterdamse methode’ te kiezen. Onze paaltjes zijn duurder dan het Amsterdamse systeem, het financiële voordeel behaal je doordat er niet hoeft te worden gebroken, dat de bewoning of de bedrijfsvoering in zo’n pand door kan gaan.”
Dat sommige stadsdelen betwijfelen of SOBU wel doeltreffend is, doet Hillen glimlachen. “We hebben in Zutphen een kasteel opgetild, we hebben al twee kerktorens nieuwe steun gegeven. En dan dat huis in Maassluis dat scheef stond. Zo scheef zelfs dat de bewoner als hij aan tafel zat, niet meer kon genieten van het uitzicht op een sloot, dat hij vroeger wel had. Dat uitzicht wilde hij terug hebben, dat is gelukt. We hebben dat huis recht – en 70 cm hoger – gezet.”
Hillen vertelt over de talrijke aanvragen die hij van Amsterdammers krijgt om in hun pand aan de slag te gaan. Bij het wijkcentrum D’ Oude Stadt, dat over de palen publiceerde in het wijkblad, ligt inderdaad een lijst waarop vijftien mensen staan die hun fundering willen verbeteren met het SOBU-systeem. Hillen: “Dat is begrijpelijk, we hoeven niet te graven, aan een werkruimte van een meter hoogte hebben we voldoende, we hoeven geen vloeren te slopen en je hoeft je huis niet uit. En de ambtenaren in Amsterdam, die vragen en vragen maar. We hebben nu een vergunning aangevraagd om Huidenstraat 14 en een pand aan de Leliegracht te funderen.” De zucht van Hillen is veelbetekenend.

Begin maart, Amsterdam

Het traditionele heien: houten palen waarop betonsegmenten (voorgrond) worden geplaatst. Het funderen met betonsegmenten - de huidige methode.

“Het systeem van meneer Hillen is een goed alternatief”, zegt R. Veldhuijsen van Milieu- en Bouwtoezicht van de Centrale stad-Amsterdam. Zijn afdeling werkt voor gebieden die niet onder de stadsdelen vallen en soms toetst hij ook voor stadsdelen. Een paar stadsdelen, zoals Centrum en Oud-Zuid toetsen zelf. Veldhuijsen: “GEO Delft is inderdaad met een rapport over het SOBU-systeem gekomen en wij hebben ons daaraan geconfirmeerd. Het systeem is volgens ons afdoende voor allerlei werken. De stadsdelen zitten echter nog niet op één lijn. De Pijp houdt het niet tegen, maar Centrum en Oud-Zuid hebben twijfels. Wij zijn als Centrale stad nog wel voorzichtig. Bij het SOBU-systeem gaan de paaltjes via een muur de grond in. Hoe houdt zo’n muur zich, en wat moet de dikte van zo’n muur zijn? En als je echt een fundering moet vernieuwen, dan kon je wel eens zoveel van die kleine paaltjes nodig hebben, dat het een kostbare zaak wordt. En in de binnenstad kan je rare dingen tegenkomen, vooral als er geen tekeningen zijn waarop de oude funderingen staan. Dat maakt het werken met het Hillen-systeem wel iets risicovoller dan bij het werken met de bekende methodes.”
Dat Amsterdam niet op één lijn zit, wordt duidelijk door een gesprek met Albert de Vries, hoofd Bouwtoezicht van het stadsdeel centrum. “We hebben Hillen gevraagd aan te tonen of het veiligheidsniveau dat in het Bouwbesluit staat, wordt gehaald. We hadden een proefproject in Huidenstraat 10 en daar is eigenlijk veel mis gegaan. De gegevens die wij wilden hebben, kwamen er niet uit. We vinden dat het resultaat niet voldoet aan de eisen over het draagvermogen. Doordat ook de oude fundering nog onder het pand zit, konden we akkoord gaan met het resultaat. Maar zonder aanpassingen kunnen we de methode niet toestaan op andere locaties. GEO Delft heeft ons proberen te overtuigen dat alles in orde was, maar we hebben nog veel vragen. Intuïtief vinden we dat het systeem mogelijkheden biedt, maar er moet een goed onderbouwd onderzoek komen. Inderdaad, de Centrale stad heeft een genuanceerder standpunt.”
Collega Peter Hoekstra vult De Vries aan: “Wij twijfelen over de duurzaamheid van de palen. Je zou er bijvoorbeeld een betonomhulling omheen kunnen doen in het bovenste stuk. Ach, er zijn zo veel oplossingen. Het vervelende is dat we geen goede rapportages van andere stadsdelen hebben. Ik geef toe, het is een mooi systeem, maar een pand moet niet te zwaar zijn, niet meer dan twee of drie verdiepingen.”
Frans Sas van het stadsdeel Oud-Zuid heeft ook reserves. Ook hij wil meer onderzoek. Sas: “GEO Delft wil daar 4000 euro voor hebben. Hillen wil dat niet betalen. Wij ook niet. Tja hoor eens, dan hadden ze al die dingen die wij willen weten, maar eerder moeten onderzoeken. We hebben een proef gehad in de Ferd. Bolstraat en die is mislukt, de gegevens die wij wilden kwamen er niet uit De eerste paal knikte en bij de laatste paal ging er ook iets mis.”
Bij stomerij Clean Center in de Ferd. Bolstraat is met SOBU-palen de fundering vernieuwd. Eigenaresse mevrouw Peters: “Wij konden wel gewoon door blijven werken, maar het heeft allemaal vreselijk lang geduurd. Twee maanden deden ze er over, maar bij de buren waren ze in twee weken klaar. Ik heb wel eens getwijfeld of we niet beter met een traditioneel funderingssysteem hadden kunnen werken. We konden wel blijven doorwerken, maar je hebt wel wat stof en elk stofje is bij een stomerij te veel. Bovendien vond ik dat de gemeente erg moeilijk deed. Goedkoop waren we niet uit, het funderen van de twee panden kostte samen 110.000 euro, bij het oude systeem zouden we de helft zijn kwijtgeraakt. Daar staat tegenover dat het nu niet nodig was om een hele nieuwe vloer aan te laten brengen en dat scheelt natuurlijk ook veel geld.”

Rijswijk, een dag later

G. Visser van het het ingenieurs en adviesbureau Zevenbergen in Rijswijk dat voor Revac onderzoek doet, is niet onder de indruk van de op- en aanmerkingen die het Centrum en Oud- Zuid hebben gemaakt. “De muren worden niet aangetast, trouwens bij de traditionele methoden moet er ook gebroken worden. De draagkracht is het probleem niet, dat kunnen we aantonen, bezwaren tegen de stevigheid van de paaltjes kunnen we ondervangen. Ook kunnen we maatregelen nemen om de vraagtekens over de duurzaamheid van de palen weg te nemen. Niet geschikt voor meer dan drie bouwlagen?? Natuurlijk heeft het systeem beperkingen, maar in Amsterdam kun je, met de gebruikelijke buisafmeting, zeker tot vier of vijf hoog gaan. Het is moeilijk in Amsterdam, we hebben besprekingen gehad met Amsterdam- Centrum, Oud-Zuid en meneer Geuzinge die het funderingswerk langs de Noord-Zuidlijn begeleidt. Die laatste zou kijken of er een potje is om dat nadere onderzoek te doen.”

Een dag later

Aan de telefoon de heer Geuzinge, begeleider van het funderingsherstel langs de Noord- Zuidlijn. Hij is duidelijk “Iedereen vindt het funderen met SOBU-palen een mooi systeem. Ik zou kijken of er een potje is voor nader onderzoek. Dat is er helaas niet. Centrum en Oud- Zuid moeten beslissen wat er nu gebeurt.”

Den Haag, een dag later

Hillen: “Ik ga Geuzinge bellen. Ik wil hem dat geld voor dat onderzoek wel geven, maar dan moet ik wel zeker weten dat die ambtenaren van Amsterdam geen verdere vragen meer hebben, anders blijf ik aan de gang.”
Hoe zat het met de Ferd. Bolstraat?
Hillen: “We zijn in dat ene pand inderdaad lang bezig geweest, daar moesten tweeënveertig paaltjes onder, in het pand daarnaast maar acht. Bovendien moesten we bij het eerste pand van die ambtenaren allerlei proeven doen. Dat nam zo veel tijd in beslag dat we op een gegeven moment hebben besloten daarmee te stoppen. Je kan niet eeuwig doorgaan.”

Den Haag een dag later

Hillen: “We hebben een vergunning voor de Leliegracht en die voor het tweede pand in de Huidenstraat komt er ook aan. Er zijn allerlei voorwaarden gesteld waaraan we moeten voldoen en bij het werk zullen we op de vingers worden gekeken door mensen van het bouwtoezicht in stadsdeel-Centrum en Oud-Zuid. We worden onder curatele gesteld. Dat aanvullende onderzoek vind ik nu niet meer nodig. Alle vragen zullen beantwoord worden bij het werk aan Leliegracht en Huidenstraat. Ach, ik kan me voorstellen dat die ambtenaren op safe spelen, dat ze van alles willen weten, maar hun vragen en eisen zijn soms overdreven. Toch ben ik ben blij dat er nu een doorbraak is. Nog vóór de zomer is er duidelijkheid.”

Laatste nieuws

Het stadsdeel Centrum houdt dinsdag 1 juni in het Mozeshuis een openbare bijeenkomst over onder andere funderingsgebreken en funderingsherstel. Het SOBU-funderingssysteem komt daarbij ook aan de orde.

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 205, mei 2004.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er is momenteel 1 reactie op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.