Amsterdamse gevelstenen

Bijzondere min in de Nieuwe Leliestraat

In september 2003 kon het ernstig aangetaste steentje De MIN uit 1662, op verzoek van de eigenaar/bewoner, aangepakt worden. Een financiële injectie van het Nederlandse Borstvoedingscentrum en het Restauratiefonds van de VVAG maakten het een en ander mogelijk.
In de Voorlopige Monumentenlijst van 1928 wordt het pand Nieuwe Leliestraat 82 omschreven als “Trapgevel van bak- en bergsteen. Toppilaster met haakanker. Gevelsteen De Min 1662”. De oude trapgevel werd omstreeks 1930 vervangen door historiserende nieuwbouw (een zogenaamd ‘Van Houten-pandje’) en de gevelsteen kreeg, na een grondige afloogbeurt, weer een plekje boven de pui. De, niet geringe, beschadigingen werden op onvakkundige wijze met grove cement aangevuld, een manier van restaureren die in die tijd niet ongebruikelijk was.

vóór na

Versuikering

Ruim zestig jaren van blootstelling aan (vervuilde) lucht, weer en wind hadden ernstige vormen van oppervlakte-aantasting en versuikering veroorzaakt en de cementherstellingen waren duidelijk zichtbaar geworden.
Bij de restauratie in september 2003 werden de cementvullingen tot op de gezonde steen verwijderd en met op kleur gebrachte restauratiemortel aangeheeld. De putten in het fond en de beschadigingen van de letters werden op dezelfde wijze behandeld. Minuscule kleursporen en Hollandse 17de-eeuwse schilderijen waren de uitgangspunten voor de polychromie. Een opvallend detail is het strakke, witte kapje op het lange afhangende haar van de vrouw.

Zeldzaam

Een staande vrouwenfiguur met twee, soms drie kinderen komt op gevelstenen doorgaans voor als personificatie van de Liefde, vaak geflankeerd door stenen met het Geloof (vrouw met kruis) en de Hoop (vrouw met anker). Een complete serie is ooit vanaf de Laagte Kadijk 18-19-20 overgebracht naar Edam waar ze nog steeds te zien zijn op Nieuwe Haven 42. In de Noord-Hollandsche Oudheden (1903) worden ze nog op het Amsterdamse adres beschreven als drie zeer fraaie gevelstenen.
Onze min is als versteende voorstelling van een vrouwelijk beroep een zeldzaamheid. We kennen in deze categorie slechts één winkelierster (Wijde Heisteeg 5), twee melkmeisjes (St. Luciënsteeg en Zeedijk 19) en één turfvulster (collectie bureau Monumenten & Archeologie).

Onno Boers

Lit: O. Boers, “Geloof, hoop en liefde in steen”, Ons Amsterdam, 45ste jaargang, p. 148.

(Uit: Binnenstad 206, juli 2004.)

[Vereniging Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.