Lelijke tegenstellingen zonder water

Argumenten voor het terugbrengen grachten

Het graven van de Herengracht in 1613, met op de achtergrond de Munttoren (Gemeentearchief Amsterdam)
Op woensdag 29 september a.s. vindt de inspraakavond plaats over het voorstel van stadsdeelwethouder Frankfurther om in de Elandsgracht of de Westerstraat de gracht terug te brengen. Daaronder komt een parkeergarage om de bovengronds op te heffen parkeerplaatsen te compenseren en het plan financieel mogelijk te maken. De vereniging ondersteunt dit voorstel. In dit artikel wordt uitgelegd waarom.

Amsterdam wordt wel het ‘Venetië van het Noorden’ genoemd en ook wel ‘de stad van de grachten’. Volkomen terecht, want water is het meest beeldbepalende element van de Amsterdamse binnenstad. De karakteristieke schoonheid van de stad wordt voor een belangrijk deel bepaald door de uitgekiende wijze waarop het water een onderdeel is van de openbare ruimte. Zo was het ook bedoeld: het water kreeg in het ‘masterplan’, dat ten grondslag lag aan de 17de-eeuwse stadsuitleggingen, de hoofdrol. Daar waar in de ‘ideale stad’ van de Renaissance de belangrijkste straten lopen, liggen in Amsterdam de waterwegen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het water tot op het kleinste niveau, namelijk dat van het kavel, het karakter van de stad heeft bepaald. Het water is zo verweven met de stad dat het in de 19de eeuw niet mogelijk bleek van de waterstad een landstad te maken zonder het stadsschoon te vernietigen. Historicus J. van Eck schreef in 1936: “Een stad gegroeid als waterstad kan nimmer een schone landstad worden (...), ontneemt men haar water, dan zal zij worden een onharmonisch geheel vol lelijke tegenstellingen”.

Harmonieuze verhouding

De Westerstraat, de gedempte Anjeliersgracht De gedempte Elandsgracht

Wie de huidige Westerstraat kent, weet hoe waar dit is. Overal in de binnenstad ligt aan het stadsschoon een harmonieuze verhouding tussen de maat van de huizen en de breedte van de straten en grachten ten grondslag. De grachten zijn breed en de straten smal, behalve in de gedempte grachten waar de verhoudingen zoek zijn. Mensen voelen dat en ervaren direct de lelijkheid van een gebied dat alleen als parkeerterrein geschikt lijkt. Om die reden is het niet voldoende de auto’s ondergronds op te bergen en van het gebied een plein of wandelboulevard te maken, zoals sommigen voorstellen. De stedenbouwkundige schade wordt er niet ongedaan door gemaakt en de harmonieuze verhoudingen worden niet hersteld. Het zou geen bijdrage leveren aan de restauratie van de binnenstad.

In de 19de eeuw begon een lange periode van stedenbouwkundige aantasting, waarin het dempen van grachten, al dan niet gericht op het maken van verkeersdoorbraken, samen met sloop en buurtsanering het belangrijkste instrument van cityvorming was. Ook na de in 1901 gewonnen strijd om de Reguliersgracht werden er nog veel grachten gedempt. In de 19de én 20ste eeuw werden in totaal meer dan 70 (delen van) grachten gedempt dan wel versmald. De pogingen om van de waterstad een landstad te maken, zijn eigenlijk op niets uitgelopen. De binnenstad is nog steeds ongeschikt voor het moderne verkeer en waar men vroeger de stad wilde openleggen, zoekt men thans naar manieren om het verkeer zoveel mogelijk te weren. Intussen is de binnenstad beschermd door de Monumentenwet en wordt de plaatsing op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO voorbereid. Er is dus alle aanleiding te onderzoeken welke stedenbouwkundige schade kan worden hersteld. Dat kan gezien worden als een volgende fase in de strijd voor het behoud van de Amsterdamse binnenstad. De restauratie van de binnenstad, die in de vorige eeuw nog vooral betrekking had op het bouwkundig herstel, de woonhuisrestauraties, leidt als vanzelf naar een grotere aandacht voor de stedenbouwkundige omgeving waaraan de monumenten hun context ontlenen. De toegenomen belangstelling voor de kwaliteit van de openbare ruimte betekent in Amsterdam ook aandacht voor het water.

Vervalsing?

Het vervangen van de walmuur van de Blauwburgwal in 1999

Het Waterplan Amsterdam stelt dat “een stedenbouwkundige kijk, een samenhangende visie op de inrichting en het gebruik van het water als onderdeel van de openbare ruimte en de bebouwde omgeving noodzakelijk (is).” Het grachtenplan van Frankfurther is een volgende stap in de ontwikkeling die door wethouder Guusje ter Horst is geïnitieerd. In het debat over het grachtenplan wordt door sommigen gesteld dat het terugbrengen van een gracht ‘Anton Pieck’ is, een historiserende benadering die een stuk geschiedenis van de stad zou uitwissen. Het maken van een nieuwe oude gracht zou geschiedvervalsing zijn. Maar waarom zou een herstelbeweging niet evenzeer onderdeel van de geschiedenis kunnen zijn? En gaat het niet allereerst om het stedenbouwkundig plan van de binnenstad? Is de Herengracht dan ‘Anton Pieck’ zodra er weer een walmuur is vervangen vanwege noodzakelijk onderhoud? De stad wordt elke keer weer opnieuw gereproduceerd en blijft in stand dankzij al die inspanningen. Daar is niets mis mee. Ook wordt wel eens gesteld dat de oorspronkelijke bebouwing veelal verdwenen is en het dus geen zin zou hebben de gracht terug te brengen. Dat is onzes inziens juist des te meer een reden om de gracht terug te brengen, in de verwachting dat de hergraven gracht op haar beurt weer bebouwing oplevert die in maat en schaal wel bij de historische binnenstad past.

Argumenten

De aanwijzing van de binnenstad tot ‘beschermd stadsgezicht’ in de zin van de Monumentenwet betekent niet dat het gebied bevroren wordt. De aanwijzing betekent dat de overheid de taak heeft nieuwe ontwikkelingen zodanig in te passen dat de bestaande cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden gerespecteerd en versterkt worden. Het grachtenplan, waarin het maken van een ondergrondse parkeergarage de mogelijkheid biedt het water terug te brengen, is dus een goed voorbeeld van ‘behoud door ontwikkeling’. Dat betekent tegelijkertijd dat voorstellen om het maken van een parkeergarage te combineren met het maken van een plein of wandelboulevard de bedoelde waarden niet respecteren en dus moeten worden afgewezen.

Protest van tegenstanders in de Westerstraat

De belangrijkste argumenten voor het weer opengraven van gedempte grachten op een rijtje zijn:

  1. Het hergraven van grachten betekent een keuze voor behoud en herstel van de oorspronkelijke stedenbouwkundige structuur van de binnenstad. Het is een restauratie van de binnenstad.
  2. Het maken van een ondergrondse parkeergarage lost een hedendaags probleem op en verhoogt de aantrekkelijkheid van het gebied, zonder het beschermd stadsgezicht aan te tasten. Dat is ‘behoud door ontwikkeling’.
  3. Het betekent ook een upgrading van het gebied: de woonhuizen worden grachtenhuizen, de bewoners kijken uit op een gracht in plaats van op een parkeerterrein, de woonfunctie wordt versterkt, enzovoort. De leefbaarheid wordt vergroot omdat het schone water van tegenwoordig en de bomen ‘groen’ zijn, terwijl auto’s stinken (eigenlijk hetzelfde argument als vroeger toen de stinkende grachten een reden waren om ze te dempen).
  4. De mogelijkheden voor vervoer van goederen en mensen (de dynamische functie) en voor recreatie op het water (de pleziervaart) worden vergroot. Daarmee wordt de beleving van de binnenstad als waterstad en dus ook identiteit en het imago van Amsterdam versterkt. Er is tevens een positief effect op het toeristische product van de hoofdstad.
  5. Het herstel van de waterstructuur verbetert de mogelijkheden voor waterverversing en -doorstroming en levert een bijdrage aan de in de 21ste eeuw steeds belangrijker wordende noodzaak voor waterberging – een landelijke opdracht die ook door de steden moet worden vervuld.
Kortom, het waterplan is leuk en nuttig tegelijk. Als je de fotomontages ziet hoe het zou kunnen worden, begrijp je niet dat er mensen tegen zijn. Toch sluiten ook wij onze ogen niet voor de tegenargumenten en de heel legitieme vrees van winkeliers en marktkooplui dat hun nering schade zal leiden. Daar moeten oplossingen voor bedacht worden. Sterker: hun wensen moeten een belangrijke plaats in het grachtenplan krijgen. Dat is overigens al het geval. Laat deze historische kans dus niet voorbij gaan.

Walther Schoonenberg

(Uit: Binnenstad 207, september 2004)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.