Buurtbewoners geven moed niet op

Alternatief voor een slecht plan op het Rapenburg

Op Rapenburg 46-54 is bouwvergunning verleend voor een slecht bouwplan. Bewoners hebben een alternatief ontwikkeld en vragen om steun. Geldt hier dat je in deze bijzondere situatie geen standaardoplossing moet kiezen?
Historische foto

Tussen het Rapenburg en de Rapenburgwal, precies in het verlengde van de Uilenburgergracht ligt nu een braakliggend stuk grond waarop vroeger de steenhouwerij D. Weegewijs was gevestigd. De grond langs de Rapenburgwal is heel lang onbebouwd gebleven en pas na 1875, toen de nieuwe Houthaven in gebruik kwam, verrees hier langzamerhand bebouwing, waaronder de genoemde steenhouwerij. Daarbij hoorde ook het huis op nummer 44, het Zwitserse Huis, in 1899 ontworpen door G.A. van Arkel als woonhuis en bedrijfsruimte voor de eigenaar. De grond is voor een deel altijd onbebouwd gebleven en was als steenhouwerswerf in gebruik.
In 2000 is onderzoek gedaan naar het complex en werd voorgesteld het geheel op de monumentenlijst te plaatsen. De motivering daarvoor kan niet beter worden weergegeven dan door de samenvatting van het onderzoek door Vincent van Rossem te citeren:

G.A. van Arkel (1858- 1918) behoort tot de generatie architecten die Amsterdam na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 en na de daarop volgende opbloei van het economisch leven een nieuw gezicht heeft gegeven. Hij was niet een werkelijk origineel talent, maar zijn werk is zeer representatief voor de periode 1890-1910.
De directeurswoning van de steenhouwerij D. Weegewijs op het perceel Rapenburg 44-54 laat zien dat Van Arkel de lessen van Berlage al in een vroeg stadium op meesterlijke wijze in de praktijk kon brengen. Met name de zijgevel van het gebouw is een ontwerp van buitengewoon hoog niveau. De vrije groepering van ramen in het middendeel van de gevel, tussen de vrijwel blinde gevelvlakken ter weerszijden daarvan, is in 1899 een esthetisch waagstuk dat van bijna revolutionair elan getuigt. Behoud van dit bijzondere bouwwerk is zeer gewenst. Daarnaast vormt de steenhouwerij als geheel, directeurswoning inclusief de resterende loods en de werf voor de onbewerkte steenvoorraad die nu als tuin in gebruik is, een bijzonder stedenbouwhistorisch gegeven.
De relatie tussen de openbare ruimte en het water in de stad werd eeuwenlang gekenmerkt door bedrijvigheid, zoals houthandel en scheepsbouw. In de hedendaagse stad is deze bijzondere relatie met het water zeldzaam geworden, vooral natuurlijk omdat het bijna altijd om aantrekkelijke bouwlocaties gaat.
Het behoud van de steenhouwerij als geheel is daarom van cultuurhistorisch belang. Bovendien is het vrije zicht op de zijgevel van de directeurswoning essentieel voor de belevingswaarde van het monument.

Volgebouwd

Helaas zijn kort daarna de nog aanwezige loodsen gesloopt, zodat van een bescherming van het geheel geen sprake meer kon zijn. Desondanks geldt onverminderd wat over de waarde van de directeurswoning en over het belang van het in het zicht houden van de zijgevel daarvan wordt gezegd. Inmiddels is het pand genomineerd als monument maar de procedure is nog niet helemaal afgerond.

Helaas bood het bestemmingsplan veel te grote bouwmogelijkheden en de eigenaar van het terrein, ook eigenaar van het Zwitserse Huis, heeft daar gebruik van gemaakt door een bouwvergunning aan te vragen voor een plan waarbij het open terrein nagenoeg werd volgebouwd met niet in de omgeving passende nieuwbouw. Die vergunning is verleend met gebruikmaking van alle vrijstellingsmogelijkheden, waardoor de nieuwbouw een verdieping boven het Zwitserse Huis uitsteekt en het zicht op de zijgevel daarvan vrijwel geheel verloren gaat. Van een relatie met het achterliggende water van de Rapenburgwal en de Uilenburgergracht is geen sprake meer. Gevreesd moet worden dat het verloren gaan van het zicht op de zijgevel van het monument wel de laatste zorg van de eigenaar zal zijn. Aan onderhoud van het pand is al vele jaren helemaal niets gebeurd en alles wijst er op dat sloop wat hem betreft niet snel genoeg kan plaatsvinden.

Alternatief

Alternatief voor een plan op het Rapenburg

Een treurige toestand dus, maar gelukkig heeft niet iedereen de moed opgegeven. Er is een vereniging Belangengroep Rapenburg opgericht die op alle mogelijke manieren probeert het tij te keren. De vereniging is zelfs zo ver gegaan dat zij een architectenbureau een alternatief plan heeft laten maken. Dat verdient zeker vermelding in dit blad, maar het geeft tegelijk aanleiding tot een interessante discussie. Wat is er namelijk aan de hand?
Een belangrijk, maar in de Amsterdamse binnenstad tamelijk ongebruikelijk gegeven is dat de belangrijkste gevel van het huis de zijgevel is. Het zicht daarop moet behouden blijven. Daarnaast is het van belang enige relatie van de straat met het water te behouden. Dat is immers ook een historische gegeven. In de derde plaats moet het huis bewoonbaar blijven en dat vraagt afstand tot de belendende bebouwing. Van een simpel sluiten van de gevelwand, zoals in Amsterdam meestal voor de hand ligt, lijkt hier dus geen sprake te kunnen zijn.

Inge de Boorder van Menhir Architecten heeft voor de vereniging een ontwerp gemaakt dat probeert aan alle verlangens te voldoen, maar dat tegelijk in strijd komt met de bij onze vereniging gebruikelijke uitgangspunten. De hierbij gereproduceerde beelden spreken voor zich. Er is sprake van een duidelijke breuk met de traditie, ingegeven door de bijzondere situatie.
De nieuwbouw omvat ateliers en woningen. Voor de sterk van de traditie afwijkende ronde vorm is gekozen om het zicht op het water en op de zijgevel van het Zwitsers huis zo groot mogelijk te laten zijn. De verdiepingen zijn daarbij wat verder teruggelegd dan de bebouwing op de begane grond. Daardoor ontstaan er aan de straatzijde deels een hogere gevel, deels een muur met een poort die verwijzen naar de oude situatie. De open uitgevoerde poort biedt zicht op de tuin en het achterliggende water.

Vergezocht?

Maquette

Uit de ronde vorm van de bebouwing lijkt de horizontale geleding van de gevels weer voort te vloeien. Bij de keuze van de gevelmaterialen heeft de architect willen aansluiten bij de oude functie van het terrein. Je kunt je afvragen of dat niet wat vergezocht is, en het betekent een derde afwijking van de Amsterdamse karakteristiek.
Een verdere discussie over de merites van dit plan lijkt noodzakelijk, maar op voorhand zou ik er voor eigen rekening enkele opmerkingen over willen maken. We hebben hier te maken met een bijzondere situatie die om een bijzondere oplossing vraagt. De grote betekenis van de zichtlijnen op dit punt maken voor mij de ronde vorm acceptabel. Bij die ronde vorm moet een daarmee harmoniërende gevelindeling worden gekozen. Als die horizontaal moet zijn lijkt dat aanvaardbaar in deze situatie. Immers, als je afwijkt moet je het op een consistente manier doen en niet halfslachtig. Desondanks zou ik ook in die situatie een sterke voorkeur voor baksteen als gevelmateriaal houden, in ieder geval aan de straatzijde. Bij toepassing van stucwerk lijkt mij in deze situatie een wat donkerder tint te verkiezen boven de nu gesuggereerde lichte tint.

De keuze van de architect en mijn opvattingen daarover zijn vanzelfsprekend zaken die ter discussie staan. Om twee redenen lijkt het van belang om hier van deze ontwikkeling melding te maken.
Het is hartverwarmend te zien wat een bewonersgroep op tafel weet te krijgen in pogingen om tot een betere oplossing te komen. Dat voorbeeld verdient navolging, liefst natuurlijk in een eerder stadium, wanneer je een grotere kans op succes hebt.
Daarnaast is het van belang om ook voor onszelf ideeën te vormen over hoe je met bijzondere situaties omgaat. Juist bijzondere situaties zijn immers in een stad van groot belang. Het zonder meer pleiten voor standaardoplossingen kan in zo’n geval leiden tot een keuze die achteraf niet de juiste blijkt te zijn.

Herman Pinkse

(Uit: Binnenstad 208, november 2004)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.