Nieuwe Kerk, Hermitage en kindermuseum

Ernst Veen: “Een droom gaat werkelijkheid worden”

Ernst Veen
In september 2006 is Ernst Veen 25 jaar directeur van de nationale stichting De Nieuwe Kerk. Een functie die hem op het lijf geschreven is. Door zijn inspanning is De Nieuwe Kerk de ontmoetingplek geworden die hij bij zijn aantreden voor ogen had. De tentoonstellingen met kunstschatten uit andere culturen zijn een begrip, evenals de tentoonstellingen over de wereldgodsdiensten. Sinds 2003 is hij ook directeur van de Hermitage Amsterdam. Een gesprek over zijn drie passies; de Nieuwe Kerk, de Hermitage en het kindermuseum.

Na een restauratie van ruim 20 jaar is de 15de-eeuwse Nieuwe Kerk in 1980 heropend en in datzelfde jaar droeg de Hervormde Gemeente de kerk over aan de nationale stichting De Nieuwe Kerk. Deze stichting, waarin alle kerkelijke organisaties, humanistische bewegingen en politieke partijen vertegenwoordigd waren, stelde zich ten doel om het gebouw een ontmoetingsplaats te laten zijn; een plek voor iedereen, ongeacht zijn of haar afkomst. Ernst Veen is in september 1981 bij de stichting in dienst getreden. “In de krant las ik dat de stichting De Nieuwe Kerk een cultureel secretaris vroeg. Dat leek me wel wat. Ik vond het een uitdaging om te kijken of er in Amsterdam nog plaats was voor een nieuw cultuurcentrum. Het sollicitatiegesprek herinner ik me nog goed. Het bestuur dat toen uit 20 mannen en vrouwen bestond, had zich in groepen gesplitst om de sollicitanten te ondervragen. Door de hele kerk verspreid zaten de diverse commissies en ik trok tijdens het sollicitatiegesprek van groepje naar groepje. Dat ik uit de 168 kandidaten uitverkoren werd, vond ik heel bijzonder. Ik kwam terecht op de plek waar ik graag wilde zijn, want ik heb altijd een voorliefde voor kerken gehad. Dat komt ook doordat ik uit een predikantengeslacht stam, mijn vader, grootvader en overgrootvader waren alledrie predikant.”

Het culturele erfgoed

“De eerste jaren dat ik bij De Nieuwe Kerk werkte, waren een grote speurtocht of wij met onze tentoonstellingen een eigen gezicht aan de kerk als cultureel centrum konden geven en een aanvulling konden vormen op het boeiende culturele Amsterdamse aanbod. Geld was er niet, subsidie kregen we nauwelijks en toch moest het geheel rendabel gemaakt worden. De kerk moesten we ook onderhouden, het is een rijksmonument en dat stelt terecht bijzondere eisen. Daarnaast hebben wij een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid, omdat jaarlijks de nationale 4-mei-herdenking in de kerk plaatsvindt en het is ook de plaats voor belangrijke koninklijke gebeurtenissen, zoals de inhuldiging van het staatshoofd.
In het begin organiseerden wij de internationale Kunst- en Antiekbeurs en waren er de exposities van de zondagsschilders. De eerste grote tentoonstelling Iconen uit Bulgarije was in 1985, daarna volgden er vele, zoals Cobra, veertig jaar in 1988. Het leuke is dat mede door deze tentoonstelling het Cobramuseum in Amstelveen gebouwd is.
Eind jaren ’80 wisten hoe we het echt wilden aanpakken. Toen is het beleid uitgestippeld dat we meestal in de wintermaanden de grote exposities over kunstschatten uit andere landen en culturen en over het thema wereldgodsdiensten wilden organiseren, zoals het Rijk der Scythen (1993), de Boeddha’s van Siam (1995), in 1996 die over Peter de Grote die toen driehonderd jaar geleden in Nederland was en in 2004 de grote Marokko-tentoonstelling.
Doen wat anderen doen vind ik niet interessant, dan kun je niets toevoegen. Wij hebben ons gespecialiseerd in het kennismaken met de cultuur van een bepaald land, een bepaald volk, een bepaalde godsdienst en daarmee hebben wij onze plek gevonden in cultureel Amsterdam. Ik vind het prachtig als het publiek kennis kan maken met het culturele erfgoed uit andere culturen. Daarom reis ik over heel de wereld om ter plekke te gaan kijken en praten, want je moet vertrouwen kweken, omdat je belangrijke kunstschatten wilt lenen.”

“Hoewel ik iedere tentoonstelling altijd weer even indrukwekkend vind, is de kerk toch op zijn mooist als hij leeg is. Ik loop elke dag even door de kerk om de sfeer te proeven, iedere lichtstraal is, afhankelijk van het seizoen, ademloos mooi. Als dan ook nog een van de twee orgels bespeeld wordt, dan ben ik extra ontroerd. Veel kerken in Nederland hebben geen goede herbestemming. Een autoshow bijvoorbeeld, dat gaat echt té ver in een kerk. Ik vind dat je nooit moet vergeten dat er een altaar gestaan heeft.”

Passie voor het werk

‘Wij doen aan cultureel ondernemersschap. Voorwaarden daarvoor zijn een gezonde bedrijfsvoering, heldere doelstellingen en vooral liefde en passie voor het werk. Het zit in je hoofd, op je netvlies en het is altijd aanwezig. 50 procent van ons geld ontvangen wij via de recette en de andere 50 procent van sponsors. Wij verkeren nu in de gelukkige omstandigheid dat het bedrijfsleven een groot vertrouwen in ons heeft. Dat heeft natuurlijk moeten groeien maar het is ons wel gelukt. Van een aantal sponsors weet ik nu al dat ze ons over tien jaar nog steunen. Vanaf eind jaren ’80 krijgen we van de gemeente Amsterdam een waarderingssubsidie van 110.000 euro en van het Rijk ontvangen we jaarlijks 180.000 euro. Ook ons nieuwe project, de Hermitage aan de Amstel, wordt voor het grootste deel door het bedrijfsleven gesponsord.”

Drie miljoen kunstschatten

Ernst Veen schreef in 1991 een brief aan Mikhail Piotrovsky, directeur van de Hermitage in Sint Petersburg, met de vraag of hij een keer langs kon komen omdat hij meer wilde weten over de Scythen, een nomadenvolk uit het zuiden van Rusland en over tsaar Peter de Grote (1672-1725). “Ik had contact met veel musea in de wereld, maar er was nog steeds dat geheim van dat grote mooie museum achter het IJzeren Gordijn, de Hermitage in Sint Petersburg. Na het Louvre in Parijs het grootste museum in de wereld met meer dan drie miljoen kunstschatten van alle culturen van deze aardbol. Ook had ik gelezen dat zij een schitterende educatieve afdeling hebben waar kinderen al op jonge leeftijd leren om naar kunst te kijken. Het klikte meteen tussen Piotrovsky en mij. Het toeval wilde dat hij net tot directeur benoemd was en ik was de eerste buitenlandse museumdirecteur die hem bezocht. Ik was totaal onder de indruk van het museum met zo’n enorme collectie aan kunstschatten. Alleen met het gebouw was het slecht gesteld, er was veel achterstallig onderhoud. De UNESCO had al een plan opgesteld om de Hermitage te helpen, maar zelf wilde ik dat ook doen. In Nederland heb ik toen de stichting Vrienden van de Hermitage opgericht. Binnen de kortste keren hadden particulieren twee miljoen gulden bijeengebracht en met dat geld is er voor de Rembrandtzaal een nieuw dak met verwarmingselementen gemaakt en nieuwe verlichting in de zaal, later zijn ook andere zalen waar Hollandse meesters hangen voorzien van een nieuw dak en nieuwe verlichting.
Na de eerste kennismaking hebben wij veel met Piotrovsky gewerkt. Samen met hem zijn de tentoonstellingen over Catharina (1996), de Islam (1999), de familie Stroganoff (2002) en over de liefde (2003) tot stand gekomen.

Hermitage aan de Amstel

Vanaf 1998 ben ik met Piotrovsky bezig om de Hermitage aan de Amstel op te richten. Ook hier heeft het geluk een grote rol gespeeld. 1n 1997 werd ik benaderd door Gerard Krijn, de toenmalige voorzitter van het College van de Nederlands Hervormde Gemeente met de vraag of ik iets zag in het in 1683 gebouwde Amstelhof , omdat het verpleeghuis in 2006 naar nieuwbouw in Nieuw-Vennep en Diemen zou verhuizen. Het College wilde dat het gebouw een publieksfunctie zou krijgen en bijvoorbeeld niet in een hotel zou veranderen. De gemeente Amsterdam heeft het gebouw toen voor 15 miljoen euro gekocht.
Op een mooie stralende winterse dag heb ik Piotrovsky het Amstelhof laten zien en hem gevraagd: “What do you think about the idea of a dependance of the Hermitage here on the riverside of the Amstel?”. Zijn antwoord was: “A crazy but wonderful idea”. Dat was dus het begin. Voor één euro heeft de gemeente Amsterdam het gebouw met een erfpachtovereenkomst van veertig jaar overgedragen aan de Stichting Hermitage aan de Amstel, die voor de lusten en de lasten zorgt draagt. De Staat der Nederlanden heeft negen miljoen gegeven en we hebben ook bij dit project belangrijke en betrouwbare sponsors zoals de BankGiroloterij, de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland. Evenals bij de Nieuwe Kerk zijn we niet totaal afhankelijk van de overheden. Begin 2007 start de verbouw van het Amstelhof. Het architectenbureau Hans van Heeswijk heeft het ontwerp gemaakt en het architectenbureau Merkx + Girod verzorgt het interieur van het museum. Het gebouw wordt als het ware aan de gemeenschap aangeboden, het publiek komt binnen aan de kant van de Amstel en door de mooi aangelegde omsloten tuin komen de bezoekers bij de kassa en kunnen zij een rondgang door het museum maken en door de beeldentuin aan de achterkant van het gebouw. Van het begin tot het einde zal het museum een belevenis worden. Nu zijn we bezig met de voorbereidingen en het verkrijgen van de vergunningen. We voeren overleg met de gemeente, de omliggende buurt en een aantal buurtverenigingen om alle veranderingen goed op elkaar af te stemmen. Eind 2008 gaat de Hermitage Amsterdam open en zullen er naast de permanente tentoonstellingen waaronder die van de geschiedenis van het Amstelhof, unieke tijdelijke tentoonstellingen komen met collecties uit de Hermitage in Sint Petersburg en uit andere Russische musea. Het is niet de bedoeling om kunst te exposeren van stukken die de Nederlandse musea bezitten. Geen Hollandse meesters dus. Wij verbreden het boeiende aanbod van Amsterdam. Een droom wordt werkelijkheid.”

De toekomst: drie musea

Op dit moment is in gebouw Neerlandia aan de Nieuwe Herengracht de eerste fase van de Hermitage Amsterdam ingericht. “ ’t Is ongelooflijk, maar sinds de opening in 2004 waren er al meer dan 250.000 bezoekers. Boven verwachting. Tot het moment dat de Hermitage Amsterdam haar deuren opent, blijven we hier tentoonstellingen organiseren. Daarna wordt het een kindermuseum. Het gebouw Neerlandia wordt één van de grootste educatieve centra van Nederland, waar gemiddeld meer dan 40 duizend kinderen per jaar alles over kunst en kunstgeschiedenis te weten kunnen komen. Ook dat is altijd een droom van mij geweest, een kunstcentrum speciaal voor kinderen.”

“Terugkijkend op 25 jaar werken voor De Nieuwe Kerk en sinds een aantal jaren ook voor het oprichten van de Hermitage Amsterdam verwonder ik me er nog steeds over dat wij zoveel steun krijgen, ik vind dat heel bijzonder. Ik hoop dat het publiek, jong en oud, in de toekomst prachtige tentoonstellingen kan gaan zien in onze drie gebouwen.”

Addy Stoel

De Nieuwe Kerk is van 17 december 2005 tot en met 17 april 2006 dagelijks open van 10 tot 17 uur. 020 - 622 66 49, www.nieuwekerk.nl.
De Hermitage Amsterdam is van 1 oktober 2005 tot en met 26 maart 2006 dagelijks open van 10 tot 17 uur, Nieuwe Herengracht 14 - Amsterdam - 020-5308751, www.hermitage.nl (ook voor algemene informatie over de Hermitage Amsterdam)

(Uit: Binnenstad 215, februari 2006)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.