VII. Deur- en raamomlijstingen I

Belangrijke ornamenten aan de historische gevels zijn deur- en raamomlijstingen. Deze onderdelen bepalen voor een groot deel de rijkdom aan geveldetaillering van de Amsterdamse huizen. Hoe zijn deze stijlornamenten ontstaan en waaraan zijn ze te herkennen?

Bij nadere beschouwing valt de ouderdom van gevels vaak aan deze omlijstingen af te lezen. Door deze uit de gevel stekende omlijstingen wordt de architectuur sterk verlevendigd en krijgt de gevel een grote plasticiteit, terwijl de dikte van de gehele gevel meestal niet meer dan 30 tot 40 cm bedraagt.

Vensternissen en bogen

Het poortje van het voormalige Burgerweeshuis Deuromlijsting van Keizersgracht 126

In de gotische periode voor 1550 werden de vensternissen van de stenen gevels omrand door vormen die de nis van buiten naar binnen afschuinden. Dit zijn in het algemeen rondstaaf- (tek. 1a) of peerkraalprofielen (tek.1b). In de renaissance-periode werden in Amsterdam voor het eerst raamomlijstingen toegepast die uit het gevelvlak staken. Het vroegste voorbeeld is te zien naast het noorderportaal van de Oude Kerk. In 1545 werd daar de Heilige Grafkapel gebouwd met een vensternis en rondboog waarboven een duidelijke renaissance-omlijsting met pilasters te zien is (tek. 2). Na de Alteratie van 1578 werd in 1581 door Joost Jansz. Bilhamer de toegangspoort met deuromlijsting van het Burgerweeshuis aan de Kalverstraat ontworpen (foto 1). Deze omlijsting bestaat uit rusticablokken. In het begin van de zeventiende eeuw ontwierp de stadsbouwmeester Hendrik de Keyser veel natuurstenen toegangspoorten, die ook als speciale deuromlijstingen aan te merken zijn, bijvoorbeeld de toegangspoort naar de binnenplaats van het Oost-Indisch Huis. In 1634 ontwierp Jacob van Campen de meisjesbinnenplaats van het Burgerweeshuis met klassieke kroonlijsten en architraafomlijstingen (tek. 3). Hij liet zich inspireren door de boekwerken van de Italiaanse renaissance-architecten Palladio en Scamozzi.
De zeventiende-eeuwse bouwmeesters van Amsterdam volgden bij de omlijstingen van ramen en deuren de detaillering van de vroege voorbeelden (tek. 4). Amstel 216 en Keizersgracht 674 van architect Adriaan Dortsman uit 1671 zijn voorbeelden uit het derde kwart van de zeventiende eeuw.

Tek. 1.
Rond staafprofiel vensternis Oude Kerk (vóór 1550)
Peerkraalprofiel
Tek. 2.
Renaissance omlijsting Heilige Grafkapel Noorderportaal Oude Kerk (1545)
Profiellering zijkant
Tek. 3.
Rraamomlijsting architraafform Burgerweeshuis (Hendrik de Keijzer, 1634)
Profiellering met hoekoplossing tbv kruiskozijn
Tek. 4.
Raamomlijsting Amstel 216 (Adriaan Dortsman 1691)
Raamprofiellering zijkant
Tek. 5.
Raamomlijsting Amstel 218 (Lodewijk XIV, 1ste kwart 18de eeuw)
Raamprofiellering boven-zijkant-onder
Tek. 6.
Deuromlijsting NZ Voorburgwal 284 (Lodewijk XIV, 2de kwart 18e eeuw)
Profiellering deuromlijsting, boven-zijkant

Omlijstingen in de achttiende eeuw

Onder invloed van de Franse Lodewijk XIV-stijl kreeg de gevel van het stadshuis een ander aanzien. De omlijstingen veranderden niet alleen stilistisch (tek. 5), maar de beeldhouwers en architecten in deze eeuw voegden ook een nieuw element toe aan de vormentaal van het stadshuis. Ze ontwierpen ingangspartijen met deuromlijstingen die worden samengetrokken met de omlijsting van het raam op de bovenliggende verdieping. Amstel 218, gebouwd omstreeks 1700, doet denken aan de ontwerpen van Daniël Marot, die na 1702 in Amsterdam werkzaam was. Nieuwezijds Voorburgwal 284 kreeg in de tweede kwart van de achttiende eeuw een deuromlijsting in Lodewijk XIV-stijl, bestaande uit houten pilasters, basementen, kapitelen en een kroonlijst (tek 6). Keizersgracht 126 heeft een Lodewijk XV-omlijsting uit het derde kwart van de achttiende eeuw (foto 2).

Tek. 7.
Raamomlijsting Nieuwe Werkhuis (A. vd Hart, 4de kwart 18e eeuw)
Profiellering raamomlijsting
Tek. 8.
Deuromlijsting Maagdenhuis (A. vd Hart, 4de kwart 18 eeuw)
Deuromlijsting Maagdenhuis

Rond 1800

In het laatste kwart van de achttiende eeuw vereenvoudigde en verstrakte de omlijsting, zoals te zien is bij Herengracht 580. Bij de werken van de stadsbouwmeester Abraham van der Hart gaat de omlijsting weer terug naar de architraafvorm (tek. 7) en bij de ronde boogvorm van de omlijsting komt de ‘archivoltvorm’ zelfs terug (tek. 8). Daarna verschenen de empire- omlijstingen en vervolgens dienden de neostijlen zich aan. Deze omlijstingen werden in het begin van de negentiende eeuw vooral bepaald door de stijl van het Neoclassicisme. Dat onderwerp wordt in een volgende aflevering behandeld.

Theo Rouwhorst

Literatuur:
I.H. van Eeghen, Amsterdams Grachtenboekje, 1963
P.M. Fischer, Ignatius en Jan van Logteren, 2005
E.J. Haslinghuis, H. Janse, Bouwkundige Termen, 1997
E. Neurdenburg, Hendrick de Keyser Beeldhouwer en Bouwmeester
K. Ottenheym e.a., Daniel Marot, 1988
R. Vos, F. Leeman, Het nieuwe ornament, 1986
J.G. Wattjes, F.A. Warners, Amsterdams Bouwkunst en Stadsschoon, 1943
H.J. Zantkuijl, Bouwen in Amsterdam, 1993

(Uit: Binnenstad 218, oktober 2006)

Vorige aflevering: VI. Deurkalven (Binnenstad 217)
Volgende aflevering: VIII. Deur- en raamomlijstingen II (Binnenstad 219)

[Oog voor detail - alle artikelen]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.