P.J. Bekkers (1859-1918)

De kerkenbouwer

Peter Johannes Bekkers werd eigenlijk toevallig in Amsterdam geboren. Zijn vader, een voormalig valkenier, had kort daarvoor een betrekking gevonden als oppasser bij de roofvogels in Artis. Maar Bekkers senior overleed een half jaar na de geboorte van zijn zoon en vervolgens zijn moeder en kind direct teruggekeerd naar Valkenswaard, haar geboorteplaats. Junior kreeg lager en middelbaar onderwijs aan het pensionaat Eikenburg in Eindhoven. Daarna keerde hij echter terug naar zijn geboortestad, waar hij zich in november 1877 in het bevolkingsregister liet inschrijven als klerk. Aantoonbaar is het niet, maar het was duidelijk zijn bedoeling om in Amsterdam bouwkunde te gaan studeren. De befaamde bouwloods van het Rijksmuseum bood toen, onder leiding van P.J.H. Cuypers, de beste Nederlandse opleiding in de kunstnijverheid en de bouwkunde. Twee jaar later kreeg dit onderwijs in de Kunstnijverheid-Teekenschool Quellinus een meer formeel karakter. De school is reeds genoemd in de vorige Amsterdam 1900 omdat ook A. Jacot daar de bouwkunde-afdeling bezocht. Deze Amsterdamse opleiding bracht tal van toonaangevende architecten voort, onder wie Eduard Cuypers, een neef van P.J.H., K.P.C. de Bazel, en M. Lauweriks. Deze getalenteerde ontwerpers zouden elk een zeer eigen oeuvre opbouwen. Het bureau van Eduard Cuypers werd de kraamkamer van de Amsterdamse School, maar daarover meer in een volgende aflevering.
Bekkers behoorde duidelijk niet tot de grote talenten. Na zijn vertrek bij het bureau van P.J.H. Cuypers in 1884 verdiende hij aanvankelijk de kost als makelaar-taxateur en metselaar- aannemer, klaarblijkelijk met succes, want in 1892 verhuisde hij met vrouw en kinderen naar Prinsengracht 1065. Daar werd ook kantoor gehouden, tot zijn dood in 1918. De eerste serieuze opdracht was de kerk van Onze Lieve Vrouw Hemelvaart in Reusel in 1894, die Bekkers samen met Arnold Bruning ontwierp, een studiegenoot uit Amsterdam. Deze architect had meer praktijkervaring en was waarschijnlijk de toonaangevende ontwerper. Maar nog dominanter was de invloed van hun gezamenlijke leermeester. Het is Bekkers nooit gelukt om het gedachtegoed van P.J.H. Cuypers te transformeren tot een eigen visie op de bouwkunst.
Kort daarna volgde een tweede opdracht, de Heilig Hartkerk voor de Augustijnen in Eindhoven, voltooid in 1898. Dit was een prestigieuze opdracht voor een prominent gesitueerde kerk, gewijd aan een bijzondere vorm van het Rooms-katholieke geloof, de toewijding aan het Heilig Hart van Jezus. Dit markante en rijk gedetailleerde neogotische kerkgebouw markeerde een doorbraak in zijn loopbaan als kerkenbouwer. Meer opdrachten volgden.

Werk in Amsterdam

P.J. Bekkers, Pastorie van de Sint Annakerk aan de Wittenburgergracht.

De eerste belangrijke opdracht in Amsterdam was de Sint Annakerk op Wittenburg, uiteraard met een pastorie. Het exterieur van deze hallenkerk was zeer sober gedetailleerd omdat het enorme gebouw vanaf de straat niet zichtbaar was. Het stond op een industrieterrein aan de Kattenburgervaart. De pastorie was aan de Wittenburgergracht gesitueerd, nummer 77-95. Een lange poort, neogotisch gedetailleerd, voerde door de pastorie naar de kerk. De kerk werd eind 1900 ingewijd en in 1978 afgebroken. De pastorie en de poort zijn behouden gebleven. Bekkers bouwde in 1903 ook een klooster en een scholencomplex bij de Annakerk, maar beide gebouwen zijn gesloopt in 1974.
Bekkers heeft in 1901 opmetingen gedaan en een verbouwingsplan gemaakt voor ’t Boompje, een zeventiende-eeuwse schuilkerk aan de Kalverstraat, in 1844 uitgebreid met een gevel aan het Rokin door M.G. Tetar van Elven. Het plan is niet uitgevoerd, de kerk werd in 1911 gesloopt. Hier resideert nu de V&D. In 1907 bouwde Bekkers voor de Augustijnen een kapel voor Onze Lieve Vrouw van Goeden Raad aan het Rusland, behorende bij de reeds bestaande Sint Augustinuskerk. De neogotiek was toen ernstig uit de mode geraakt en hij zocht inspiratie bij de Italiaanse barok. De koepel van de kapel vormde een bijzonder element in de straatwand. De kerk en de kapel werden in 1929 gesloten en in 1955 afgebroken. Tegenwoordig is hier de ingang van een hotelgarage gesitueerd.
Niet al het werk van Bekkers is verdwenen uit Amsterdam. Aan de Nieuwe Looiersstraat staat nog een sober schoolgebouw uit 1907. Zijn werk voor ’t Boompje resulteerde in de opdracht om aan de Admiraal de Ruyterweg de nieuwe Boomkerk te bouwen, die in 1910 werd gewijd. Het romaans gedetailleerde gebouw met zijn kloeke toren vormt nog altijd een baken in de buurt. De bijbehorende Mariaschool werd in 1916 voltooid. Vrienden van de Binnenstad kunnen ook dichter bij huis terecht voor een monumentaal ontwerp van zijn hand. Het barokke hoofdaltaar in De Duif, Prinsengracht 756, is een echte Bekkers uit 1905.
Indirect dankt Amsterdam nog een imposant kerkgebouw aan Bekkers. Zijn zoon Jos bouwde namelijk in de jaren twintig de Vredeskerk aan de Pijnackerstraat. Deze kerk functioneert zelfs nog, volop naar men zegt, als een rooms-katholiek Godshuis.

Vincent van Rossem

(*) A.W. Gerlach, ‘P.J. Bekkers’, in: Bulletin KNOB 83 (1984), p. 53-87.

(Uit: Binnenstad 230, september 2008)

Vorige aflevering: A. Jacot (1864-1927), W. Oldewelt (1865-1906) (Binnenstad 228/229)
Volgende aflevering: C.B. Posthumus Meyjes (1859-1922) (Binnenstad 231)

[Amsterdam 1900]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.