Interview met Dingeman Coumou en Walther Schoonenberg: Een gesprek met twee gedreven Amsterdam-liefhebbers - Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

Interview met Dingeman Coumou en Walther Schoonenberg

Een gesprek met twee gedreven Amsterdam-liefhebbers

Per 1 oktober 2011 is Dingeman Coumou is door het bestuur van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad benoemd tot secretaris. Hij volgt Walther Schoonenberg op, die deze functie van 2006 tot heden bekleedde. Walther Schoonenberg moest het bestuur verlaten omdat hij is aangesteld als bureausecretaris van de vereniging.
Walther Schoonenberg (foto Wim Ruigrok) Dingeman Coumou (foto Wim Ruigrok)

Walther, wanneer ben jij actief geworden bij de VVAB?
‘Dat is ongeveer vijftien jaar geleden, halverwege de jaren negentig. Nu ik iets ouder ben is het wel grappig om te vertellen dat ik toen verreweg de jongste was bij de Vereniging. Als ik bij een redactie- of een bestuursvergadering zat dan waren er alleen maar oudere heren. Ik geloof dat men het wel prettig vond dat er een jong iemand bij kwam. In 1996 kwam ik in de redactie. Daarna ben ik bestuurslid geworden, van 1999 tot 2006 voorzitter, vervolgens secretaris en sinds kort dan bureausecretaris – een nieuwe functie binnen de VVAB. Als je zo jong begint in een vereniging waar je je wel je hele leven voor zou willen inzetten, dan kun je onmogelijk altijd dezelfde bestuursfunctie blijven uitoefenen. Na een aantal jaren in dezelfde functie ontstaat er ook wel een zekere ‘slijtage’; je moet geen grammofoonplaat worden. Mensen willen wel weer eens een ander gezicht zien, dat geldt zeker voor de media. Voor de effectiviteit van de Vereniging is dat ook belangrijk.’

Waarom werd je lid van de VVAB?
‘Ik was woedend over een aantal dingen die er toentertijd in de binnenstad gebeurden. Met name over het bouwplan voor het complex van de architect Ben van Berkel voor de Nieuwezijds Kolk en over de bouw van een detonerend appartementencomplex op het Amstelveld van de architect Patrice Girod. Op de opmerking van een journalist van de Volkskrant, ‘Het lijkt wel een provocatie tegen de binnenstad’, antwoordde Van Berkel dat dat ook zo was bedoeld. Meer dan schandalig vond ik dat. Op zulke momenten zoek je medestanders en zo kwam ik, overigens na lang zoeken, bij de Vereniging terecht en ben ik direct lid geworden.’

Vanaf de tijd dat je bij de Vereniging zit heb je niet stilgezeten. Wat heb je zoal opgepakt?
‘Vanaf het begin heb ik me ingezet voor het verbeteren van de openbare ruimte, voor een eenduidig ‘standaardgrachtenprofiel’ met gebakken klinkers en natuurstenen stoepbanden en voor het terugbrengen van de kroonlantaarn. Er zijn ook projecten niet gelukt, zoals het opengraven van twee grachten in de Jordaan en het tegenhouden van de hoogbouw bij ‘Overhoeks’, direct aan de overzijde van het IJ. Die hoogbouw staat er gelukkig nog steeds niet, maar er komt wel een nieuwe hoogbouwvisie. De strijd voor het behoud van de monumenten op het Binnengasthuisterrein speelt ook al minstens tien jaar; de rechtbank heeft uitgesproken dat deze niet afgebroken mogen worden en daarmee lijkt de zaak gewonnen, al stribbelt de UvA nog altijd tegen. Een belangrijk resultaat van vorig jaar is de restauratie/herbouw van de Hogesluis. Voor al deze kwesties geldt natuurlijk dat je alleen in samenwerking met anderen iets kunt bereiken.
Daarnaast vond ik het belangrijk dat we een veel grotere naamsbekendheid kregen. Al vrij snel heb ik een website gemaakt wat in die tijd bijzonder was omdat het nog niet zo’n bekend medium was. Ook heb ik de naam ‘VVAB’ bedacht in plaats van de ‘Vereniging van Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad’, dat vond ik veel te lang en moeilijk te onthouden. Je ziet nu dat bijna iedereen weet waarvoor de VVAB staat. Die bekendheid moeten we vasthouden. De website draagt daar zeker aan bij; er wordt veel op gekeken en de meeste nieuwe leden komen via onze site. Wel zien we dat mensen niet meer zo vaak hun hele leven lid blijven, die tijd is voorbij. De doorloopsnelheid is groot. Als iemand naar elders verhuist, dan zegt hij op, als iemand naar Amsterdam komt, dan wordt hij lid.’

Hoeveel leden telt de VVAB nu?
Dingeman: ‘Dat zijn er nu geloof ik zo’n 2.600. Op de laatste Open Monumentendag in september zijn er zestig nieuwe leden bijgekomen. We zijn daar trots op, want daaruit blijkt dat mensen het belangrijk vinden dat er een organisatie is die hart heeft voor de binnenstad en er alles aan doet om de cultuurhistorische waarde daarvan te behouden.’

Dingeman, je bent jarenlang actief geweest in de politiek, maar na je raadswerk ben je niet op je lauweren gaan rusten?
‘Nee, verre van dat. Er zijn veel onderwerpen waar ik me mee bezighoud en ik vind het zeer eervol dat ik nu secretaris van de VVAB ben. Ik hoop natuurlijk dat ik daarmee een actieve bijdrage kan leveren aan het behoud van onze mooie binnenstad. Niet alleen van de stenen, de monumenten, maar ook van de diversiteit aan wonen en werken. Ik ben er fel op tegen dat de binnenstad een pretpark wordt, en daar heeft het nu alle schijn van, niet alleen op straat, maar ook op het water.
Daarnaast maak ik me zorgen om de binnenkant, de interieurs van monumenten. De laatste maanden dat ik nog raadslid was heb ik samen met anderen een nota geschreven om gedegen onderzoek te doen. Het doel is dat alle interieurs van monumenten binnen twintig jaar beschreven zijn. Daarnaast is het belangrijk dat eigenaren die niet zorgvuldig met hun bezit omgaan aangepakt worden.’

Hoe ben je in aanraking gekomen met de VVAB?
‘Ik ken de Vereniging natuurlijk al lang. Sowieso door mijn raadswerk, maar ook uit de tijd dat ik actievoerder was. Zo ligt het behoud van het Pintohuis me nog vers in het geheugen. Ik had toen echt het gevoel dat die actie en de strijd voor het behoud van de Nieuwmarktbuurt van cruciaal belang waren voor de binnenstad. De grote vraag was: kon de structuur van de binnenstad behouden blijven of werd die verdrongen door plannen van ontwerpers van de gemeente die aan de cityvorming ruim baan gaven? Dat die slag is gewonnen, dat is het belangrijkste resultaat van de afgelopen eeuw in de strijd om de binnenstad. Ik ben blij dat ik daar ook een bijdrage aan heb kunnen leveren.
Maar als je me vraagt wanneer ik lid geworden ben, dan was dat in 2000, na een vergadering van mijn afdeling van GroenLinks over het watergebruik, en toen ik uit de deelraad ging, ben ik bestuurslid geworden, dat was in april 2010.’
‘Nu we het toch over vroeger hebben, over de jaren zeventig van de vorige eeuw waarin er zoveel aan de gang was in de binnenstad, valt op dat er zo weinig over die periode bekend is. Dat is jammer, want er kan veel van geleerd worden ook voor de komende tijd. In de deelraad Centrum zitten nauwelijks nog raadsleden, op Yellie Alkema na, die kennis hebben van de recente geschiedenis van de binnenstad of zich erin willen verdiepen. Ik voel dat als een groot gemis, omdat er nu ook belangrijke beslissingen genomen moeten worden, zoals over de toekomst van het Binnengasthuis.’

Je zei zojuist ‘Niet alleen stenen, maar ook mensen’. Wat bedoel je daarmee?
‘Het behoud van de functiemenging is van vitaal belang voor onze monumentale binnenstad. Vooral het wonen – voor mensen met geld én voor mensen met weinig geld – is belangrijk. Voorkomen moet worden dat de horeca de overhand gaat krijgen. De monumenten zijn bijna allemaal woonhuizen. Die kun je alleen behouden als ze ook die functie behouden. We praten dan over een evenwichtig woon- en leefklimaat.’

Hoe kun je daar invloed op uitoefenen?
‘Ondermeer door goede bestemmingsplannen te maken. De bescherming van het wonen en de cultuurhistorische waarden moeten goed beschreven worden en dat moet in de voorschriften tot uiting komen. Ik houd ook wel mijn hart vast, want de nieuwste landelijke ontwikkeling schijnt het afschaffen van het instrument bestemmingsplannen te zijn. Onbegrijpelijk, want als je de huidige plannen vergelijkt met die uit de jaren zeventig waarin pand voor pand beschreven stond, dan is het nu al een mager geheel. De overheid moet er juist op toe blijven zien dat er een balans is tussen wonen, werken en recreëren.’

Walther: ‘De overheid wil ook van de monumentenzorg en de individuele objectbescherming af. Een zorgwekkende ontwikkeling, net als het vergunningvrij bouwen. Als dit ook voor de bebouwing in de keurtuinen gaat gelden, dan zijn deze waardevolle tuinen niet meer beschermd en zijn ze binnen de kortste keren volgebouwd.’

Terug naar jullie nieuwe functies binnen de VVAB? Wat gaan jullie aan taken opnemen?
Walther: ‘Ik zal als een soort bruggenhoofd gaan functioneren tussen het bestuur en de vrijwilligers.
Er zijn veel verschillende soorten activiteiten binnen onze Vereniging, zoals de excursies, de maandelijkse inhoudelijke borrel, de redactie van dit blad, de werkgroepen Waakhonden en Water, noem maar op. Nu zijn het min of meer allemaal verschillende eilandjes en dat wil ik opheffen, zodat iedereen van elkaar weet waar hij/zij mee bezig is. Ik ga onze vrijwilligers beter ondersteunen en faciliteren. Vaak gooien we mensen in het diepe en verwachten we dat ze alles maar zelf doen. We kunnen alleen het beste uit onze mensen halen als ze worden gewaardeerd en wij ze in hun werk ondersteunen.’
Dingeman: ‘We hebben veel talent binnen de Vereniging en ik denk dat er veel meer leden actief kunnen worden op een bepaald terrein, maar dan moeten ze inderdaad wel goed ondersteund worden. Als je iemand zomaar in het diepe gooit, dan haken mensen weer af. Het duurt een hele tijd voordat je helemaal ingewerkt bent in een bepaalde materie. Mijn dagelijks werk zal voor een deel ook zijn om het gezicht naar buiten te zijn, mijn politieke ervaring in te zetten om de doelstellingen van de Vereniging goed naar voren te brengen en ervoor te zorgen dat de VVAB gehoord wordt. Dit zal nog belangrijker worden als het plan doorgaat om de deelraden op te heffen.’

Dingeman en Walther, hebben jullie wensen voor de korte termijn?
‘Dat nog meer mensen lid worden van de VVAB, dat nog meer werkgroepen actief worden, bijvoorbeeld een werkgroep ‘Verpretparkisering’, grotere aandacht voor de overlast op het water, de lobby naar de politiek structureren en intensiveren, voor elkaar krijgen dat de toeristenbelasting ingezet gaat worden voor de verbetering van de binnenstad, en ga zo maar door.’

Addy Stoel

(Uit: Binnenstad 249, december 2011)

Zie ook: [Coumou nieuwe secretaris, Schoonenberg bureausecretaris]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.