Amsterdamse gevelstenen

De Blaauw Brugh over den Amstel

Kort na 1593 besloot de Amsterdamse vroedschap de natte, modderige gronden tussen de Sint-Antoniesdijk, de huidige Jodenbreestraat, en de Amstel op te hogen en in te richten als terrein voor houtkopers en houtwallen. Het rechthoekige terrein, Vlooienburg genaamd – afgeleid van het bij hoge waterstand ‘ondervloeien’– werd ingedeeld in vier blokken, gescheiden door de Korte en de Lange Houtstraat, en omgeven door de Zwanenburgwal, de Houtgracht, de Leprozengracht en aan de zuidzijde de Amstel.

Op de plattegrond van Balthazar Florisz. van Berckenrode (1625) is Vlooienburg al redelijk dicht bebouwd en zijn de houtwallen aan de vier bovengenoemde zijden van het zo ontstane ‘eiland’ duidelijk herkenbaar. In 1657, na de hevige pestepidemie van 1654-55, verrees op de hoek van de Zwanenburgwal en de Amstel ten behoeve van meer dan 350 verweesde kinderen, die ten laste kwamen van de Hervormde Diaconie, het monumentale Diaconieweeshuis. De hiervoor benodigde grond was om niet ter beschikking gesteld en de overheid bood tevens fl. 7000 om de bouw te starten. Kort na de voltooiing besloten Burgemeesters en Thesaurieren het overgebleven deel van de houtwal langs de Amstel in erven te verdelen en voor woonbebouwing te verkopen. Op deze wijze ontstond er nog een straat op Vlooienburg, de Zwanenburgerstraat. De bebouwing daarlangs had een afwisselend karakter: individuele panden met klok- en halsgevels. Aan de Amstelzijde maakte de nieuwe bebouwing echter een geheel andere indruk. Hier had de overheid, wat we nu noemen, ‘welstandseisen’ gesteld; de achtergevels, oprijzend uit het Amstelwater, moesten alle even hoog en onder een doorlopende daklijst worden opgetrokken. Op het middelste pand verscheen zelfs een klein torentje. Dit alles ‘tot cieraat van de stadt’. Het Diaconieweeshuis werd in 1888 wegens bouwvalligheid afgebroken en vervangen door een nieuw weeshuis naar plannen van architect Posthumus Meyjes. Nadat de wezen waren verhuisd naar een modern gebouw aan de Tesselschadestraat zijn verschillende gemeentediensten in het gebouw ondergebracht. In 1888 werd ook langs de achtergevels van de Zwanenburgerstraatpanden een kade aangelegd.

De gevelsteen van Zwanenburgerstraat 26

In 1965 werd de gehele bebouwing van Vlooienburg afgebroken ten behoeve van de bouw van de Stopera. Op een van de erven, die in 1661 door Burgemeesteren en Thesaurieren werden aangeboden op de voormalige houtwallen langs de Amstelzijde van Vlooienburg, stond voor 1965 Zwanenburgerstraat 26. Makelaar Michiel Craij had het ‘erf no. 2, geleghen op de zuidzijde van Vloyenburg, breed 25 voet, lang ca. 91 voet’, voor de prijs van fl. 5800 gekocht. Uit de Verpondingsskohieren van de nieuwe en gemelioreerde – vernieuwde, letterlijk: verbeterde – gebouwen blijkt dat deze Michiel Craij in 1664 op dit erf een pand heeft gebouwd. Dit zal het huis zijn dat op een midden-achttiende-eeuwse gravure met gezicht op de Leprozengracht, duidelijk te zien is; het is het tweede huis met stoep en halsgevel, rechts van het midden op de achtergrond. Of de gevelsteen met de Blauwbrug zich toen al in de gevel bevond, is op de prent niet te onderscheiden, maar in een akte van 5 november 1711 waarin dit pand wordt getaxeerd op fl. 11.000, wordt het aangeduid als ‘waar de Blauwe Brug in de gevel staat’.
Als in augustus 1721 de erven van Michiel Craij het pand verkopen is de prijs fl. 15.500 en wordt het nog steeds aangeduid als ‘een huis en erf, in de Grote Zwanenburgerstraat Z.Z. het tweede huis van de Muiderbrug, waar de Blaauwe Brug in de gevel staat’. De koper is Jacob Henriques Ferreira. Als bijzonderheid vermeldt de koopacte: ‘sullende de coper met de kantelingen van de voorgevel en stoep of stijger in den Amstel als andersints sig moeten gedragen en reguleren na de keure deser stede’. Waarschijnlijk wordt met deze omschrijving de achtergevel aan de Amstel bedoeld. De voorgevel aan de Zwanenburgerstraat bleef in ieder geval in de staat zoals die in 1664 door Michiel Cray was gebouwd. Op een tekening van Gerrit Lamberts (ca. 1815, coll. K.O.G.) is deze gevel duidelijk weergegeven: boven een hoge houten onderpui met stoep een drie vensters brede halsgevel met pilasters. Boven de vensters van de eerste verdieping zijn de gevelsteen en gebeeldhouwde festoenen herkenbaar. De gevel die we kennen van foto’s voor de afbraak, een statige gevel met boven de hoge houten onderpui nog drie verdiepingen, die wordt afgesloten door een eenvoudige rechte lijst, is dus het resultaat van een negentiende-eeuwse verbouwing. In de middenas is de forse gevelsteen, van 65 x 175 cm, duidelijk zichtbaar. Na de voltooiing van de Stopera en de toegang tot de parkeergarage kreeg het reliëf in 1987 een plaats in het muurtje van de ingang van de garage. Het reliëf is in 2013 door Wil Abels schoongemaakt en in kleur gezet. Toen de VVAG de gemeente voorstelde om, ter bescherming van het reliëf er een paar paaltjes voor te plaatsen zodat er geen fietsen meer tegenaan konden worden gezet, heeft de desbetreffende dienst dwars voor de steen de belachelijk zware metalen beugel geplaatst. Dit was niet onze bedoeling.

De voorstelling op de gevelsteen

De voorgestelde brug is de Blauwbrug, gebouwd als onderdeel van de vestingwerken van 1585 als verbinding tussen de oostelijke en westelijke stadswal. Links en rechts op de steen zijn de zware trapeziumvormige keermuren te zien waartegen de aarden stadswal eindigde. Deze keermuren waren voorzien van een gebeeldhouwde wapensteen en werden afgedekt door een dubbele natuurstenen lijst waarop drie grote stenen bollen rustten. De brug was een eenvoudige doch stevige houten vaste balkbrug op jukken met elf doorvaartopeningen. Op de leuningen ter weerszijden van de middelste doorvaart stonden vier grote houten leeuwen. De zestiende-eeuwse oeververbinding is menigmaal vernieuwd en verbreed. In de achttiende eeuw werd de brug verbouwd tot een dubbele ophaalbrug, die in 1883 is vervangen door de huidige Blauwbrug.

Onno Boers

- huisonderzoek: Hans Brandenburg
- literatuur: Onno Boers, ‘Een gevelsteen van de Blauwbrug’ in: Ons Amsterdam, 41ste jrg. (1989), p. 80-82.

[Amsterdamse gevelstenen]

(Uit: Binnenstad 269, maart/april 2015)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.