Een hotel-restaurant op de Middendam van W. Kromhout

De Dam ontstond geleidelijk en het ontbreken van een duidelijk architectonisch concept begon de gemoederen sinds de negentiende eeuw steeds meer bezig te houden. In het begin van de twintigste eeuw was de tijd rijp voor een drastische ingreep. Nadat de Damprijsvraag voor een waardiger bebouwing met een duidelijke pleinwand aan de oostzijde in 1908 wel een winnaar, maar geen bebouwing opleverde, adviseerde de gemeentelijke Raadhuis-Dam-Commissie op de Middendam, waar nu het Nationaal Monument staat, een groot hotel-restaurant te bouwen. Hiervoor maakte de Rotterdamse architect Willem Kromhout in 1913 een ontwerp. Hoewel er eind 1915 zelfs een aantal palen de grond in gingen voor het hotel, stortte de toch al wankele financiering in door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Al ging het winnende plan van de Damprijsvraag niet door, toch werd begonnen met de sloop van de Middendam en de aanpalende bebouwing. In 1912 vond er een verruiming van het plein plaats door de afbraak van het Kommandantshuis en in 1914 volgde de sloop van de huizen tussen de Dam en de Warmoesstraat, waardoor de oostelijke pleinwand werd gevormd door gevels die voordien aan de smalle Warmoesstraat hadden gestaan. De Raadhuis-Dam-Commissie, bestaande uit de vooraanstaande architecten H.P. Berlage, P.J.H. Cuypers (voorzitter) en C. Muysken, beoordeelde vanaf 1911, namens het college van B en W, alle ingediende bouwplannen voor de aanzienlijk verruimde Dam. (1)

Afb. 1. W. Kromhout, schetsontwerp voor een hotel op de Dam, eerste variant, maart 1913 (coll. Het Nieuwe Instituut) Afb. 2. W. Kromhout, schetsontwerp voor een hotel op de Dam, tweede variant, maart 1913. Deze variant had de voorkeur van de opdrachtgevers (coll. Het Nieuwe Instituut)

In januari 1913 toonden de broers P.J. en L.A. Zürcher en makelaar J. Lobatto interesse voor de Middendam. Zij wilden er een zakenhotel-café-restaurant bouwen, ontworpen door Willem Kromhout, de architect van het in 1902 op het Leidseplein verrezen American hotel. (2) De gezaghebbende Raadhuis-Dam-Commissie beoordeelde uitsluitend bouwplannen van architecten die zij voldoende bekwaam achtte. Kromhout behoorde tot deze selecte groep. Volgens Muysken zou een gevel van het type American hotel tegenover het Paleis op de Dam misplaatst zijn. Adviserend lid J.W.C. Tellegen, destijds directeur Bouw- en Woningtoezicht (vanaf 1915 burgemeester), uitte op voorhand ook enige aarzeling: hij vond dat bij Kromhout 'meer het decoratief dan het constructief deel der bouwkunst op den voorgrond treedt'. (3) Op voorhand was de commissie dus niet helemaal van zijn geschiktheid voor deze opgave overtuigd. Kromhout diende op de vergadering van 18 maart 1913 twee varianten in voor de gevel die de pleinwand tegenover het paleis moest vullen (afb. 1 en 2). (4) De ene oplossing 'vond haar zwaartepunt in het opgaan van de twee hoekpartijen', waar de andere zich kenmerkte door 'een niet onbeduidend zwaren torenbouw in het midden van den voorgevel met ronde hoektorenkamers, welke niet tot boven opgaan'. Volgens Kromhout ging de voorkeur van zijn opdrachtgevers uit naar de tweede variant. Uit de tekening daarvan (afb. 2) valt op te maken dat de halfronde torens eigenlijk meer uitstekende delen ter hoogte van de onderste twee bouwlagen waren. Daarboven verjongen ze om boven de derde bouwlaag terug te springen en bovenin te eindigen met een segmentvormige bekroning. Ook in deze variant overheerste de middentoren.
Muysken vreesde dat de torenbouw van de 'laatste geveloplossing een torenbouw aanbiedt, welke een te machtigen indruk' zou maken. Berlage voelde meer voor de 'andere gevel, waarbij de hoekpartijen den gevel accentueeren'. Hij vond echter dat de architect de vrijheid moest hebben om zijn eigen plan te trekken. Cuypers meende dat 'middentorenbouw, althans zoo breed opgevat als hier, geen bevredigenden indruk zal maken'. Op Kromhouts vraag of de commissie de torenbouw goed vond, antwoordde Berlage dat Kromhout 'die zaak zelf nog eens in beschouwing' moest nemen 'door de perspectief op te zetten van zijn gebouw aan den Dam met een groot deel der aangrenzende gebouwen.' Met deze vrijblijvend klinkende 'richtingslijn' ging Kromhout aan de slag. Uit het verdere verloop blijkt dat Kromhout de 'gevoelens' van commissieleden aanvankelijk niet goed aanvoelde. Niet verwonderlijk gezien de aanwijzingen.
Binnen twee weken kwam Kromhout met een ontwerp (afb. 3) dat voortborduurde op de eerste variant (afb. 1). (5) In de plattegronden kon de commissie zich vinden, maar de gevel oogstte kritiek. Het ontbrak aan 'bezonkenheid van rustig gehouden architectuur'. Dit euvel weet de commissie aan de druk die Kromhout van de opdrachtgevers voelde om snel met een ontwerp te komen. Op de zitting van 1 april 1913 was Kromhout aanwezig. Cuypers uitte kritiek op de grote boogvormige opening in de middenpartij, die volgens hem eerder deed vermoeden dat er een 'grote stations-vestibule of tentoonstellingsruimte achter schuilging dan hotelkamers'. Kromhout beriep zich op de zelfstandigheid van de architect en meende dat die niet slaafs de aanwijzingen van een commissie kon volgen. Hij vond het boogmotief wel geschikt. Deze repliek viel niet in goede aarde. Volgens Muysken diende de kritiek om tot een beter ontwerp te komen. De commissie verzocht Kromhout daarop de vergadering te verlaten. Na Kromhouts vertrek bleef Cuypers uitvaren tegen de grote boogmotieven, die ook in de zijgevels overheersten. Berlage merkte op dat toegepaste architectuur altijd persoonlijke elementen bevat en dat daarvan moeilijk los te komen is. Muysken sneerde dat architecten weten dat ze als ze aan zelfstandigheid hechten, opdrachten als deze niet moeten aanvaarden. Kromhout ontving de uitkomst van het beraad per post.
De commissie schreef dat de kolommen van de loggia op de eerste verdieping om 'iets massaler afmetingen' vroegen. (6) De grote boogopening bovenin de middenpartij oordeelde de commissie gezien 'de bestemming van de achtergelegen vertrekken niet passend'. De opbouw van de toren deed zich meer voor als een 'afzonderlijk daarbovenop geplaatst gebouw dan wel aan uit den platten grond zich organisch ontwikkelende torenafwerking', terwijl de twee partijen ter 'weerszijden van de groote boog op de zesde verdieping in onevenredig zware verhouding staan ten opzichte van de daaronder toegepaste architectuur'. Ten slotte merkte de commissie op dat tegenover het paleis 'slechts een zeer rustig en voornaam gehouden architectuur zal kunnen bevredigen.'

Afb. 3. W. Kromhout, ontwerp voor een hotel op de Middendam, 31 maart 1913 (coll. Het Nieuwe Instituut) Afb. 4. W. Kromhout, ontwerp voor een hotel op de Middendam, op verzoek van de Raadhuis-Dam-Commissie in perspectief, mei 1913 (coll. Het Nieuwe Instituut)

Op 5 mei 1913 behandelde de commissie een nieuwe poging (afb. 4). (7) De middenpartij was weliswaar nog steeds hoger dan de rest van het gebouw, maar deed zich niet meer als een toren voor. De hoge begane grond en de lage verdieping daarboven staken nog steeds naar voren ten opzichte van de hoger gelegen verdiepingen. Muysken was teleurgesteld en vond het 'geheele concept zeer onrustig, in het bijzonder was de behandeling van het bovenfries als groot reclamebord verre van fraai'. Cuypers achtte de vooruitspringende begane grond en de verdieping met de loggia's een 'ongelukkige vondst, vermits de massale gevel voor den toeschouwer als het ware nu zijn onderbouw mist en daardoor de hotelkamers op de eerste verdieping achter een soort verschansing het uitzicht op den Dam missen'. Twee leden vroegen zich af welke ruimten de kleine raampjes, die op 'privaatraampjes' leken, van daglicht voorzagen.
Aangezien Berlage door ziekte afwezig was, schoof de commissie de verdere behandeling door naar de vergadering van 26 mei 1913. (8) Muysken, daarin bijgevallen door Berlage, uitte toen bezwaar tegen de 'opvatting van de geveloplossingen, waarbij de hoekpartijen als beteekenisvolle avant-corps in den opzet van het bouwgrondstuk zoo goed als niet tot uitdrukking zijn gebracht in het façade-ontwerp'. Cuypers kon zich evenmin vinden in het silhouet en oordeelde dat de 'hoeken van het gebouw als domineerende partijen moeten opgaan'. De leden oordeelden dat het ontwerp dermate tekortschoot, dat ze Kromhout moesten verzoeken een nieuw gevelontwerp te maken in de geest van 'het ontwerp, het allereerst door hem vervaardigd'. Hoewel Kromhout de uitslag van de behandeling in een naastgelegen vertrek in spanning afwachtte, liet de commissie na afloop niets los. Opnieuw kreeg hij een afwijzing per post: 'De commissie blijft het betreuren, dat niet aan het allereerste silhouet is vastgehouden, waarbij de beide hoekoplossingen domineerden. Zij geeft den ontwerper alsnog in overweging zijn plan in die richting te wijzigen en dit te eerder, nu er volgens de allerlaatste plattegronden daartoe alle aanleiding bestaat.'

Afb. 5. W. Kromhouts denitieve ontwerp uit juli 1913 voor een hotel op de Middendam, (coll. Het Nieuwe Instituut) Afb. 6. Het plantsoen op de Dam op de plaats van het beoogde Damhotel, 1926 (Stadsarchief Amsterdam)

Burcht van keizer Karel

De Raadhuis-Dam-Commissie boog zich in haar vergadering van 28 juli 1913 over een nieuwe poging van Kromhout (afb. 5), die weer afwachtte in een nabijgelegen vertrek. De zware middentoren, waarover Muysken en Cuypers al op de eerste zitting hadden geklaagd, was verdwenen. De eerst nog bescheiden hoekaccenten daarentegen waren uitgegroeid tot indrukwekkende hoektorens, die aan de voorzijde recht opgingen, anders dan het middengedeelte, waarin de onderste twee bouwlagen, als in eerdere ontwerpen, naar voren staken. Ditmaal besloot de commissie met algemene stemmen een positief advies uit te brengen. De commissie ontbood Kromhout en Cuypers complimenteerde hem. Hij merkte op dat Kromhout 'nu ook met het eindresultaat meer zou zijn ingenomen dan met de eerst ingediende ontwerpen'. Inderdaad maakt zijn laatste ontwerp met zijn naar voren gestelde hoekpartijen een levendiger indruk dan de vrij vlakke gevels in de eerdere ontwerpen. Het plan benadrukte veel meer de breedte van de pleinwand. Volgens Kromhout waren de gevels niet in een bepaalde stijl ontworpen, maar ademden deze een moderne geest met een samenwerking van bak- en natuursteen. (9) Veel later noemde De Telegraaf het ontwerp snerend de 'burcht van keizer Karel'. (10)
Na deze met veel moeite bevochten goedkeuring bleef het tobben om de nanciering van het ongeveer 200 kamers tellende hotel rond te krijgen. Dat veranderde niet toen de gemeente zich bereid verklaarde een aanzienlijke lening te verstrekken. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog gaf de genadeslag. Nadat in de loop van 1915 nog een begin was gemaakt met de voorbereidende grondwerk en het heiwerk, legden de aannemers eind december 1915 hun werk denitief neer. (11) Uiteindelijk richtte gemeentelijk tuinarchitect J.R. Koning op de plaats van het hotel in september 1925 een 'tijdelijk' plantsoen in (afb. 6). (12)

Gert Eijkelboom en Gerrit Vermeer

Voetnoten:
1. 'Uitbreiding van de taak der Commissie', brief van de commissie aan B en W, 9 januari 1911, 273 PW 1911 (SAA 5180: 11777); 'Extract uit het boek der besluiten van B en W van Amsterdam', 10 februari 1911, 273 PW 1911 (SAA 5180: 11777).
2. 'Stadsnieuws. Het nieuwe hotel op den Dam' in: Het Nieuws van den Dag, 28 februari 1913.
3. 'Bebouwing middenblok Dam', brief van de secretaris van de Raadhuis-Dam-Commissie aan lid Berlage, 17 januari 1913, Het Nieuwe Instituut (HNI) BERL 298.2.
4. Raadhuis-Dam-Commissie, notulen vergadering 18 maart 1913, HNI BERL 298.2.
5. Brief van 2 april 1913 van de commissie aan Kromhout, HNI BERL 298.2.
6. Brief van 2 april 1913 van de commissie aan Kromhout, HNI BERL 298.2.
7. Raadhuis-Dam-Commissie, notulen vergadering 5 mei 1913, HNI BERL 298.2.
8. Raadhuis-Dam-Commissie, notulen vergadering 26 mei 1913, HNI BERL 298.2.
9. 'Het nieuwe Hôtel-Café-Restaurant op den Dam' in: Het Nieuws van den Dag, 31 juli 1913, ook De Telegraaf, 31 juli 1913.
10. 'Geen experimenten op het Damterrein' in: De Telegraaf, 23 januari 1939.
11. 'Het hotel op den Dam' in: De Tijd, 23 december 1915.
12. 'Het Damplantsoen' in: Rotterdamsch Nieuwsblad, 14 september 1925; 'De Dam te Amsterdam' in: Rotterdamsch Nieuwsblad, 5 september 1925.

(Uit: Binnenstad 277, juli/augustus/september 2016)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.