Aan alle vrienden van de Amsterdamse binnenstad

De besturen van de Vereniging Vrienden van Diogenes en de Vereniging Levend Monument zijn tot de conclusie gekomen dat het zinvol zou zijn de beide organisaties te doen opgaan in een nieuwe Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad.

Dat heeft uitvoerig overleg gevergd. Elke club die een tijdje bestaat krijgt een soort identiteit, en een neiging zichzelf in stand te houden. Men gaat gewoonlijk pas over fusie of opheffing praten als de belangstelling verflauwt. In dit geval ligt de zaak anders. De fusiegedachte komt voort uit de omstandigheid dat van beide verenigingen de doelstellingen buiten het eigen organisatieverband een zekere consolidatie hebben gevonden, en dat de taak die volgens beide besturen ligt te wachten van wijder strekking is dan de bestaande statuten. Levend Monument is in 1969 opgericht om de restauratie-aktiviteit van particulieren te stimuleren en te bundelen.

Nu de Stichting Aristoteles goed op gang is gekomen, blijkt het daarin ontwikkelde deelnemers-systeem het praktische antwoord te zijn op de door Levend Monument gestelde vraag. De Vrienden van Diogenes begonnen in 1962, als een steunorganisatie van de Stichting Diogenes, om een stukje vrij vermogen te vormen waaruit zo nu en dan een pand kon worden gekocht. Dat heeft zijn nut ten volle bewezen, en de stichting kan financiële steun nog altijd goed gebruiken. De omvang, zowel van het huizenbezit als van de restauratiewerken, is echter zodanig gegroeid dat de stichting niet meer van de contributie-inkomsten van de vereniging afhankelijk is wanneer er een huis moet worden gekocht. De taak die ligt te wachten, bestaat uit het bundelen van en gestalte geven aan de groeiende belangstelling voor het behoud en het herstel van de Amsterdamse binnenstad. Het centrum van de hoofdstad is een cultuurmonument van internationale betekenis, zoals de Waddenzee het is als natuurmonument. De doelstellingen van Vrienden van Diogenes en van Levend Monument zijn daar wel op gericht, maar het geheel heeft een veel ruimere betekenis, en kan ook door een veel bredere kring worden gedragen.

De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad moet uitgroeien tot een organisatie met de kracht en het gezag van de Vereniging tot behoud van de Waddenzee. Ook de forensen die dagelijks het Centraal Station uitstromen, en dan, naar het woord van Jan Campert, de stad voor zich zien, ‘gelijk een waaier, baan naast baan, van parelgrijs en goud’, en het publiek uit de tuinsteden dat ‘naar de stad gaat’, ervaren de binnenstad als een bijzondere plek, waarmee zij, ieder op zijn manier, een emotionele band voelen.

In het overleg dat tot het plan voor de nieuwe vereniging heeft geleid, is de vraag gesteld of wij niet beter zouden doen de bestaande organisaties te laten voortbestaan, en in een ‘overkoepeling’ samen te vatten. In de praktijk betekent dit driemaal zoveel convocaties, vergaderingen, notulen, en, wil men iets bereiken, ook drie contributies. Het leek ons beter in dit jaar, waarin de vieringen Amsterdam-700 en M-75 samenvallen, de grondslag te leggen voor een geheel nieuwe opzet, die enerzijds het bereikte consolideert, en anderzijds grotere groei- en samenwerkingskansen heeft. Dat zijn, in het kort, de overwegingen die de besturen hebben gebracht tot het voorstel dat in dit nummer aan de leden van beide verenigingen wordt voorgelegd. De beslissing is eerst aan de twee ledenvergaderingen, en vervolgens aan de gecombineerde vergadering. Wij hopen u op 6 maart in grote getale bijeen te zien.

(Uit: De Lamp van Diogenes 31, februari 1975.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.