Amsterdam Cursus

Programma

Basiscursus

1. Inleiding

In de inleiding wordt een korte schets gegeven van de geschiedenis van Amsterdam. Hoe is Amsterdam ontstaan? Hoe heeft Amsterdam zich ontwikkeld? Welke stadsuitbreidingen zijn er geweest? Welke perioden kunnen worden onderscheiden? Van de eerste ontginningen door boeren tot de belangrijkste handelsstad van de wereld. Hiermee wordt de historische basis gelegd voor alles wat in de komende weken volgt.

2. Het middeleeuwse Amsterdam

Een stad uit het niets. Houten huizen en stenen kloosters en kerken. Wat is daarvan nog te zien? De middeleeuwse stad wordt behandeld om een basis te leggen voor de appreciatie van het zeventiende-eeuwse Amsterdam op de volgende avonden. Wat zijn de verschillen tussen de middeleeuwse en de zeventiende-eeuwse stad? Zijn er ook overeenkomsten?

3. De 17de-eeuwse stadsuitleggingen

De zeventiende-eeuwse stadsuitleggingen van 1613 en 1662, het meest geslaagde voorbeeld van vroegmoderne stedenbouw. Wat zijn de kenmerken en in hoeverre is de bestaande binnenstad nog zeventiende-eeuws? Hebben er bepaalde theoretische inzichten en ideeën aan de stadsuitleg ten grondslag gelegen of is het resultaat min of meer toevallig tot stand gekomen?

4. Hendrick de Keyser

De architectuur van Hendrick de Keyser aan het begin van de Gouden Eeuw. Amsterdam krijgt zijn eigen karakter. Speels en vol energie. De belangrijkste voorbeelden van de 'stadsstijl' van Hendrick de Keyser worden getoond, zoals de Westerkerk, de Zuiderkerk en de Noorderkerk, maar ook enkele woonhuizen. Wat zijn de specifieke kenmerken? Wat is de betekenis van Hendrick de Keyser voor Amsterdam?

5. Jacob van Campen en Philips Vingboons

De architectuur van Jacob van Campen en Philips Vingboons op het toppunt van de Gouden Eeuw. Waarom wordt de architectuur zo rond 1640 streng en voornaam? Het belangrijkste voorbeeld van het Hollands Classicisme in Amsterdam is natuurlijk het voormalig stadhuis op de Dam, maar de Vingboonspanden laten zien hoe de nieuwe architectuur werd toegepast op de traditionele Amsterdamse grachtenhuizen.

6. De 18de eeuw: Architectuur zonder architecten

Het Amsterdamse grachtenhuis als ideaal, architectuur zonder architecten. In de 18de eeuw wordt de ontwikkeling van het Amsterdamse grachtenhuis voltooid. Er wordt zowel aandacht besteed aan de structuur als het interieur van het Amsterdamse grachtenhuis. Tevens wordt getoond dat het Amsterdamse grachtenhuis de norm bleef voor de gewone stadshuizen tot in de 20ste eeuw.

7. Amsterdam in de periode 1850-1940: Cityvorming

Cityvorming in het stadshart, maar aangepast bouwen op de grachten in de traditie van onze voorvaderen. Behalve de neostijlen van de negentiende eeuw wordt aandacht besteed aan de traditionele architectuur van na 1900. Ook de Van Houtenpanden komen aan bod. Geldt de architectuurgeschiedenis zoals onderwezen op de universiteit wel voor de Amsterdamse binnenstad?

8. Amsterdam na 1940: De strijd om de binnenstad

Sloop voor kantoren of herstel van de woonfunctie? Het veranderde denken over de binnenstad leidt in 1975 tot een politieke ommekeer. In 1999 wordt de binnenstad formeel een beschermd stadsgezicht in de zin van de Monumentenwet, in 2010 zelfs Werelderfgoed van de Unesco. Hoe is dat zo gekomen, aangezien men in de jaren zestig nog een totaal andere binnenstad, namelijk een modern zakencentrum, in gedachten had.

[Terug]

Email this to someone Deel deze pagina!