Geurt Brinkgrevelezing 2016

Van wie is de stad?

In de Zuiderkerk vond op donderdag 27 oktober 2016 de viering van de verjaardag van Amsterdam plaats met de Geurt Brinkgrevelezing, dit jaar gehouden door onderzoeksjournalist Floor Milikowski. Zij is gespecialiseerd in stedelijke en ruimtelijke ontwikkeling en stedelijke cultuur, en schrijft voor De Groene Amsterdammer een artikelenreeks onder de titel Van wie is de stad? Hierin gaat zij op zoek naar het ware verhaal achter de toenemende druk op het stadscentrum. Wie heeft de macht en wie verdient het geld in het succesvolle Amsterdam van de 21ste eeuw? En minstens zo belangrijk: wie zijn de verliezers in het keiharde spel om geld, grond en stenen.

"Ik ben een optimistisch mens. Je zou zelfs kunnen zeggen dat mijn optimisme reden is om met een zeer kritische blik te kijken naar de huidige ontwikkelingen in de stad. Want wie zijn problemen niet onder ogen ziet, haalt nooit het beste uit zichzelf. Dat geldt voor een mens, maar ook voor een stad.

Ruim een jaar geleden diende ik een subsidieaanvraag in bij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten voor een serie artikelen over de toenemende druk op de stad. Met als centrale vraag: van wie is de stad? Als Amsterdammer, maar ook als geograaf en journalist, zag en voelde ik aan alles dat Amsterdam op een kritiek punt was aanbeland. Te veel mensen op een kluitje, te veel eigenbelang, een obsessie met economische groei. En daardoor steeds minder ruimte voor eigen gedachten, voor vernieuwing en verrassing.

Het probleem met een subsidieaanvraag is dat je vooraf moet je vertellen wat je gaat onderzoeken, terwijl je pas tijdens het echte onderzoekswerk ontdekt wat precies het probleem is. Mijn aanvraag werd afgewezen, met het argument dat er al genoeg was geschreven over de drukte in de stad. We wisten het wel. Het Parool stond er immers al maanden vol mee. Bierfietsen, ijswinkels, overlast van Airbnb'ers, luidruchtige bootjes, zwabberende toeristen op de fiets, rijen bij de musea, buurtwinkels die verdwijnen, nieuwe hotels, dat wisten we inderdaad wel. Maar concrete veranderingen in de een stad, zijn vaak het gevolg van grotere veranderingen die zich afspelen op de achtergrond. Die je vaak wel voelt, maar die niet direct zichtbaar of tastbaar zijn. Om te begrijpen wat zich afspeelt aan de oppervlakte, moet je inzicht hebben in het complexe samenspel van trends en ontwikkelingen dat verstopt is onder het oppervlak. Dat inzicht ontbrak volledig en juist dat wilde ik onderzoeken.

De aanvraag was een jaar geleden, twee maanden na de inmiddels beroemde uitspraak van wethouder Abdeluheb Choho dat overlast slechts een kwestie is van perceptie. Hij deed de uitspraak in een interview met Het Parool over de vele klachten van bewoners over de alsmaar toenemende hoeveelheid festivals op de meest uiteenlopend plekken in de stad. Hij vond het onzin. 'Klagen hoort bij de Amsterdamse cultuur', zei Choho. 'Overlast is ook een kwestie van perceptie.' Om vervolgens te vertellen dat hij zelf dol is op festivals. 'Ze horen bij de stad, en ze maken Amsterdam. Veel meer Amsterdammers genieten van festivals dan dat er over klagen.'

Zijn opmerking zegt veel zegt over de wijze waarop de discussie over het drukteprobleem en over de impact van toerisme jarenlang is gevoerd. Drukte hoort bij de stad, werd telkens gezegd door bestuurders, raadsleden en ondernemers in de toeristische sector. Bovendien, stelden ze keer op keer, is toerisme goed voor de economie. Wie niet tegen de drukte kan, moet maar in een dorp gaan wonen. En: ga eens kijken in Tokyo, daar is het pas druk.

Allemaal drogredeneringen, die volledig voorbij gaan aan de werkelijkheid en een groot gebrek aan kennis van de stad verraden. En als ik ergens een hekel aan heb, dan zijn het drogredeneringen en een gebrek aan feitenkennis. Met steun van het onderzoeksfonds 1877 kon ik uiteindelijk toch aan de slag en kwam ik tot nu toe tot twee artikelen: een onderzoeksartikel over de impact van Airbnb en een over vastgoed, massatoerisme en snel geld. Op dit moment ben ik bezig met een derde artikel over grondbeleid, vastgoed en woningmarkt. Onderwerpen die allemaal terug te voeren zijn tot een heel simpele kernanalyse: Amsterdam is zo populair en succesvol, dat het snelle geld voor het oprapen ligt.

Om hier dieper op in te gaan en goed te begrijpen wat er op dit moment in Amsterdam gaande is, moeten we terug in de tijd. Naar de jaren tachtig, of eigenlijk zelfs de jaren zestig. Het einde van het industriële tijdperk. Ongeveer honderd jaar lang, was de haven met de bijbehorende bedrijvigheid de motor geweest van de Amsterdamse economie. Na de aanleg van het Suez Kanaal en het Noordzeekanaal, maakte Amsterdam vanaf ongeveer 1870 een tweede Gouden Eeuw door. Grote economische groei, stijgende welvaart, een razendsnelle toename van het aantal inwoners, de bouw van iconische gebouwen zoals het Rijksmuseum, het Centraal Station en het Concertgebouw en de aanleg van het Vondelpark. Een nieuwe generatie ondernemers zag zijn kans schoon en legde de basis voor grote rederijen en andere nieuwe bedrijven. Arbeiders uit het hele land trokken naar Amsterdam om hier te werken. Om de enorme trek naar de stad te accommoderen werden rondom de stad grote nieuwe stadswijken gebouwd. De Pijp, de Indische Buurt, de Staatsliedenbuurt, de Helmersbuurt en de andere buurten uit de 19de-eeuwse gordel.

Een nieuwe economie brengt een nieuwe elite en een opleving van het culturele klimaat. Schrijvers, schilders, artiesten, ook zij komen naar Amsterdam. Nieuwe ontmoetingsplaatsen, zoals de Grote Club, het Concertgebouw, het Vondelpark en allerhande vereniging, zorgen voor de broodnodige interactie. Allemaal gelegenheden waar je zakenrelaties en netwerken kon onderhouden. Het versterkte de dynamiek alleen maar verder, zo beschreef Barbara van Vonderen in haar boek Deftig en ondernemend. Amsterdam 1870-1910.

Aan het begin van de jaren zestig is van deze voorspoed weinig over. De tijd van industrie en van vervuilende havens loopt op in de westerse wereld op zijn eind, de stad ligt er verloren bij. Vies, doorleefd, vervallen. Werkgelegenheid wordt verplaatst naar lage lonen landen, bedrijven vestigen zich buiten de stad en gezinnen trekken massaal naar nette gezinswoningen in Purmerend en Lelystad. Niet alleen omdat het daar schoner en ruimer is, maar ook omdat ze ineens een auto hebben die het mogelijk maakt om ergens te wonen dan in de stad waar je werkt.

Tussen 1963 en 1984 daalt het aantal inwoners van 860.000 naar 680.000 inwoners. Een verlies van 180.000. Een vijfde van de bevolking. Deskundigen, politici en beleidsmakers wereldwijd zijn het erover eens dat het tijdperk van de stad voorbij is. Waarom ooit nog wonen in een vieze stad als je ook terecht kan in een nieuwbouwhuis met tuin in het groen. En waarom die oude zooi op de grachten, in de Jordaan, de Pijp en de Dapperbuurt laten staan, als je er ook een nieuw betonnen appartementencomplex kan neerzetten. Om de stad nog iets van een leven te geven in deze nieuwe tijd, moest er worden gesloopt en doorgebroken. Alles voor de auto en de moderne mens.

We zijn in 1984. 32 jaar geleden. Een groot deel van u zal het zich nog herinneren als de dag van gisteren. De snelweg tussen het Concertgebouw en het Rijksmuseum, de gestutte grachtenpanden, vieze straten en grachten, hele blokken 19de-eeuwse panden die werden gesloopt en vervangen door betonnen nieuwbouw. Familie en vrienden die u meewarig aankeken als u zei dat u wilde blijven wonen tussen de junks, de hoeren en de armoede.

Vier jaar geleden sprak ik voormalig VVD wethouder Frank de Grave in zijn appartement in de Haarlemmerbuurt. Hij verwoorde Amsterdam begin jaren tachtig als volgt: 'Ik werkte bij de ABN Amro op het Rembrandtplein en als ik 's avonds naar huis ging, dan wemelde het van de hoeren. Je struikelde bijna over de condooms. De Pijp was een afbraakbuurt, de Staatsliedenbuurt een no go area. Aan de achterkant van het Centraal Station kwam je niet als je geen prostituee of dealer was. Mijn moeder schrok toen ik haar vertelde dat ik in deze buurt ging wonen.'

Als je de stad nu ziet, is het bijna niet meer voor te stellen hoe het er toen uitzag. Hier en daar wordt voorzichtig gesproken over een derde Gouden Eeuw en het zou zomaar kunnen dat de toekomst uitwijst dat we ons daar inderdaad in bevinden. Maar als dat inderdaad zo is, dan is de grote vraag: zijn we nu beland aan het einde van die derde Gouden Eeuw of begint hij net? De eerste Gouden Eeuw duurde honderd jaar, de tweede slechts dertig jaar.

Ik zeg vaak dat de fase waar wij nu zijn aanbeland, het eindpunt is van de weg die is ingeslagen aan het begin van de jaren tachtig, dus ruim dertig jaar geleden. En het begon met u: de nieuwe elite. Geheel in strijd met de heersende gedachte dat ieder weldenkend mens ging trouwen, een gezin zou stichten en de stad zo snel mogelijk zou verlaten als hij zijn opleiding had afgerond, deed u iets heel anders. Een nieuw type stedeling, die studeerde in de jaren zestig en zeventig, de protestgeneratie, voelde zich vrij en blij genoeg om niet meteen te trouwen en te baren, maar om zich individueel te ontplooien. Om eerst een heel eigen leven te leiden. Boeken te lezen, films te kijken, te reizen en te drinken. Niet in een suburbane omgeving, maar middenin de stad, tussen de winkels, theaters, cafe's, bioscopen en gelijkgestemden. In een vervallen achterhuis in De Jordaan, een leegstaand naaiatelier in De Pijp of een stinkend grachtenpand met junks op de stoep. Zonder de betutteling van ouders, buren of dominees die vertelde wat u moest doen.

Lange tijd werd gedacht dat deze groep het echte leven slechts uitstelde, maar vanzelf zou vertrekken als de tijd rijp was. Maar vanaf het begin van de jaren tachtig werd duidelijk dat er iets anders aan de hand was. Niet alleen bleef een flink deel van deze groep ook in de stad nadat ze uiteindelijk dan toch kinderen hadden gekregen. Al dan niet getrouwd. De groep werd bovendien steeds groter. Er ontstond zelfs een voorzichtig proces van gentrification. Hier en daar verdienden mensen inmiddels genoeg geld om een oud pand te kopen en op te knappen. Hier en daar opende een nieuwe winkel of een nieuw café. Hier en daar was er een investeerder die zag dat er misschien toch geld viel de verdienen in Amsterdam. Er begon iets te gebeuren, te ontstaan in die oude, vieze stad.

Voor zover de geschiedenisles van vandaag.

In januari van dit jaar werd het penthouse in het nieuwe Pontsteigergebouw verkocht voor meer dan 15 miljoen euro. Een transactie die in de lokale media een golf van opwinding veroorzaakte. 15 miljoen euro. Een type bedrag dat we enkel kenden uit de echte grote steden op aarde. Londen, New York, Tokyo. Maar niet in ons kleine, charmante Amsterdam. Moesten we trots zijn dat Amsterdam zo populair is? Of bezorgd om de gedachte dat we te maken gaan krijgen met Londense toestanden? Waar miljardairs uit Rusland, China en het Arabisch schiereiland voor krankzinnige bedragen woningen kopen om ze vervolgens leeg te laten staan. Puur als belegging en voor de status.

In Central London zijn de woningprijzen de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld. In sommige buurten zijn ze zelfs gestegen met 180%. Alleen de best verdienende één procent op de Londense arbeidsmarkt, kan het zich permitteren een woning te kopen in Central London. De gemiddelde woningprijs is 1,6 miljoen pond. Om een woning te kunnen kopen in een oorspronkelijke middenklasse buurt, heb je tegenwoordig een gezinsinkomen nodig van 306.000 Pond. Let wel, dit zijn cijfers van vóór het referendum over de Brexit.

Vanuit de gemeente en vanuit de makelaars wordt keer op keer benadrukt dat er in Amsterdam geen enkel signaal is dat de superrijken van deze wereld uit zijn op woningen in Amsterdam. De beroemde Amerikaanse econoom en socioloog Saskia Sassen ontdekte echter recent dat een Chinese investeringsmaatschappij onlangs 12 grachtenpanden heeft gekocht. Tussen 2013 en 2014 steeg het totale bedrag aan buitenlandse vastgoedaankopen in Amsterdam met 248%. Op internationale lijstjes voor aantrekkelijke steden om te investeren in vastgoed, doet Amsterdam steevast mee in de top. Nog altijd goedkoop vergeleken met andere internationale steden, maar met snel stijgende prijzen en bijzonder gunstige perspectieven. Een sterke economie, een stabiel politiek klimaat en de komende twintig jaar een verwachte bevolkingsgroei van ongeveer tweehonderdduizend inwoners. Hoogopgeleide en ambitieuze twintigers en dertigers uit alle hoeken van Nederland en de rest van de wereld, trekken naar Amsterdam voor het aangename leefklimaat en de gespecialiseerde financiële, commerciële en creatieve dienstverlening.

Tussen 1984 en nu, steeg het aantal inwoners van 680.000 naar 835.000. Het aantal arbeidsplaatsen groeide in dezelfde periode van van circa 300.000 naar circa 485.000 in 2015. Ook als in razend tempo wordt gebouwd, zal de schaarste aan woningen nog wel even aanhouden.

Een omgebouwde garage in de Kerkstraat kost 1,2 miljoen, een dubbele benedenwoning in de Da Costastraat kost bijna € 700.000, een éénkamer appartement van 42 m2 op het Zeeburgereiland kost € 195.500.

Het is het succes van een stad die teert op de creative class van Richard Florida. De Amerikaanse socioloog die de wereld veroverde met zijn boek The Rise of the Creative Class. Hij legde haarfijn uit dat de creatieve kenniswerkers de motoren zijn van de hedendaagse economie. En dat deze groep bij voorkeur woont in aantrekkelijke steden met mooie architectuur, aangename parken, leuke winkels, musea, theaters, bioscopen en het liefst een internationaal karakter. Terwijl vroeger de haven, de mijnen of andere industriële mogelijkheden bepaalden waar mensen gingen werken, zijn het in de huidige economie de creatieve kenniswerkers die bepalen waar ze gaan wonen en volgen de bedrijven vanzelf. De diensteneconomie is namelijk footloose, ongebonden aan een fysieke locatie. Een cruciale voorwaarde naast een aantrekkelijke leefomgeving is goede bereikbaarheid. En met Schiphol als één van de grootste luchthavens ter wereld, zit Amsterdam helemaal goed.

Jeroen Saris, begin jaren tachtig wethouder van ruimtelijke ordening en sinds jaar en dag eigenaar van zijn eigen adviesbureau, verwoorde het een paar jaar geleden tijdens een interview dat ik met hem hield als volgt:

'Eind jaren negentig kreeg ik steeds meer het gevoel dat er in Amsterdam iets aan het ontstaan was wat leek op cultuur, maar het niet was. Mensen zonder stropdassen, conferenties, het voelde spannend. Ik heb een conferentie georganiseerd over de creatieve stad en de Brit Guy Hayward van het succesvolle reclamebureau 180 Amsterdam uitgenodigd. Waarom had hij ervoor gekozen hun kantoor in Amsterdam te vestigen? Hij zei: 'Dat is simpel. We zoeken een stad met een goed Engels sprekende bevolking, waar onze medewerkers willen wonen, waar groeipotentie is en die internationaal is georiënteerd.' Voor een volle zaal ging hij op zijn vingers een aantal steden af. In Barcelona spreekt bijna niemand Engels en de stad was nog op weg internationaal te worden. Helsinki lag te perifeer en was niet internationaal, uit Londen kwamen ze net vandaan, Parijs was te Frans om er te willen wonen. Amsterdam scoorde dubbel op alle punten. Bovendien kun je door de nabijheid van Schiphol makkelijk collega's of klanten uit andere delen van de wereld ontvangen, kun je op je fiets naar je werk, de kinderen kunnen veilig naar school, er is veel werk en er heerst een creatieve cultuur.'

Een aantrekkelijke stad dus, met een internationaal karakter en goede bereikbaarheid. Laat dat nou precies de factoren zijn waar ook voor dagjesmensen en toeristen naar kijken. De musea, theaters, cafe's en grachten waar de de creatieve klasse op af komt, zijn precies dezelfde musea, theaters, cafe's en grachten waar bezoekers op af komen. Het is dan ook geen toeval dat naast het aantal inwoners en het aantal arbeidsplaatsen, ook het aantal toeristen en dagjesmensen in razend tempo is gegroeid. Ook gevoed door stijgende welvaart in steeds meer landen en onder steeds meer bevolkingsgroepen.

Waren het eerst gegoede Amerikanen en Europeanen, inmiddels zijn het Amerikanen van alle leeftijden, Europeanen uit alle klassen en de boven- en middenklasse uit Rusland, China, India enzovoorts.

In 2015 ontving Amsterdam 17 miljoen bezoekers, deels buitenlandse toeristen, deels dagjesmensen. Een verdubbeling ten opzichte van 2010. In 2000 kwamen er 4,5 miljoen buitenlandse toeristen naar Amsterdam, veertien jaar later, in 2014 waren dat er 9 miljoen. Het aantal hotelkamers steeg tussen 2000 en 2014 van 16.000 tot 26.000. Het aantal cruisepassagiers nam toe van 95 duizend in 2003 tot 275.000 in 2013.

Toenames die ver uitstijgen bij de groei van het aantal bewoners. Het is dus een gegeven dat de balans in de stad is veranderd. Het aantal bezoekers per inwoner is veel hoger dan vijftien jaar geleden. En dat terwijl het aantal inwoners en het aantal werkende mensen ook al flink is toegenomen.

Cijfers waar we twintig, dertig jaar geleden stijl van achterover zouden vallen. In de loop van de jaren tachtig ontstond het bewustzijn dat toerisme een snelgroeiende economische sector was, waar veel geld aan viel te verdienen. Met hotels, musea, kaartjes voor rondvaartboten, in restaurants en cafe's. Toerisme, het creëren van naamsbekendheid en het versterken van het imago, was de belangrijkste reden om een gooi te doen naar de organisatie van de Olympische Spelen in 1992. Geen groter podium dan de Olympische Spelen. De Spelen gingen uiteindelijk niet naar Amsterdam, maar naar Barcelona, dat het evenement met veel succes gebruikte als spin off voor stedelijke ontwikkeling en economische groei. En zich direct op de kaart zette als toeristische topbestemming.

Voorpagina van Het Parool, woensdag 26 oktober 2016

Jarenlang een voorbeeld voor Amsterdam. U bent er ongetwijfeld bijna allemaal wel eens geweest. Een fijne stad, palmbomen, strand, lekker eten, mooie musea, leuke winkels, de hele riedel. De stad die het in alle opzichten voor elkaar had. Dachten we. Tot twee jaar geleden. In de wijk La Barceloneta ontstond oproer nadat drie feestende Italiaanse toeristen naakt hadden geposeerd voor foto's, midden op straat. De foto's gingen snel rond op sociale media en honderd bewoners gingen massaal de straat op om te protesteren tegen dronken toerisme. Tieners en twintigers die zuipend, lallend en feestend door de stad zwalken, zich niets aantrekkend van wie of wat dan ook. U weet precies over welke mensen ik het heb. Als u ze niet kent, lees dan vooral de brief van de Amsterdamse Ombudsman Arre Zuurmond, van vorige week. Hij sliep een nacht bij een bewoner van het Leidseplein en schreef:

'Geen oog doet ze dicht, het is niet te harden, geschreeuw, dreigende geluiden. Gekots in haar portiek, gepies tegen haar huis (haar brievenbus heeft ze dichtgeschroefd...). En af en toe klimmen ze over het hekje, om te poepen voor haar kelderdeur. Aan de gracht staan met grote regelmaat mannen te pissen, en als hen duidelijk wordt dat ze gezien worden, draaien ze zich al pissend naar jou toe, net zo trots als een peuter die voor het eerst zelfstandig zijn behoefte doet.'

In Barcelona werd het probleem versterkt door de snelle opkomst van Airbnb, het platform dat het mogelijk je huis te verhuren aan toeristen. Het is goedkoop, er is geen sociale controle en het zorgt maakt van iedere woonbuurt een potentiële toeristenbuurt. Waar de overheid regie heeft over het hoe en waar van hotels, maakt Airbnb van ieder huis een potentieel hotel. Ook in Amsterdam heeft verhuur via Airbnb een grote rol van de snelle veranderingen van het klimaat in de binnenstad.

In 2015 verdiende de Amsterdamse bevolking ongeveer honderd miljoen euro aan vakantieverhuur van woningen. Het bedrag werd verdeeld over de eigenaren van circa 11.000 appartementen, woonboten, huizen. Ofwel een gemiddeld extra jaarinkomen van € 9090 per persoon.

In 2016 zal dat bedrag meer dan 150 miljoen zijn, verdeeld over bijna 14.000 appartementen. Het gemiddelde aantal nachten dat de woningen worden verhuurd is 96, meer dan anderhalf keer zoveel als het toegestane aantal van zestig nachten.

Waar de wensen en behoeftes van bezoekers en de nieuwe stedeling een jaar of dertig vergelijkbaar zijn geweest, zijn we op een punt aanbeland dat de harmonie tussen de twee groepen verdwijnt. In steeds meer delen van het centrum, zijn het niet meer de bezoekers die opgaan in de wereld van de bewoners, maar gaan bewoners op in de wereld van de bezoekers.

Het is een onvermijdelijke fase in het levenscyclus van een populaire toeristenbestemming. Toeristen zijn een makkelijke prooi voor ondernemers op zoek naar snel geld. Ze zijn bereid flink te spenderen, zonder kritisch te zijn over de kwaliteit van het product. Een vieze hamburger, een lullige sleutelhanger, een slecht ijsje, een rondrit met Tours en Tickets. Producten die weinig kosten om te maken, waarmee je veel klanten tegelijk kan bedienen en waarmee daardoor hoge winstmarges kunnen worden behaald. Naarmate het aantal toeristen stijgt, neemt de markt voor snelle handel toe, stijgen de prijzen en verandert het voorzieningenaanbod. Omdat er snel geld valt te verdienen en de winkelpanden lucratiever worden, komen winkelstraten voor een steeds groter deel in handen van vastgoedhandelaren. Eveneens op zoek naar snel geld. Dat gebeurde al in de Damstraat, waar van de 120 ondernemers uit de jaren negentig er nog maar 40 over zijn.

De Nederlander Jan van den Borg doet al bijna dertig jaar onderzoek naar de impact van toerisme op populaire toeristensteden. Hij werkt al sinds de jaren tachtig bij de Universiteit van Venetië en daarnaast bij de Ku Leuven. 'Naarmate een stad volwassener wordt als toeristische bestemming trekt hij steeds meer mensen die niet komen voor de hoofdattracties, maar voor een secundair aanbod,' zegt hij. Al aan het begin van de jaren negentig toonde hij in zijn proefschrift over Venetië aan dat toerisme niet per se gunstig hoeft te zijn voor de lokale economie. 'Integendeel. Als de maximale draagkracht van een bestemming eenmaal is bereikt, zullen de netto kosten van het toerisme hoger zijn dan de netto opbrengsten.' Met een snelle neergang van de bewuste bestemming als gevolg.

Het is precies de ontwikkeling die we nu zien in de Haarlemmerstraat, lange tijd één van de populairste winkelstraten van de stad. Er is veel illegale verhuur via Airbnb, er is overlast van junks en drugsdealers en winkeliers worstelen met dalende inkomsten. Een Britse drugstoerist is niet op zoek naar een dure bonbon, een Amerikaanse cruisepassagier vindt het leuk om te kijken bij Klevering, maar zal niet snel iets kopen. En terwijl het aantal toeristen op straat verder toeneemt, neemt het aantal Amsterdammers af. We beginnen terecht te komen in de neerwaartse spiraal van toeristische bestemmingen en dat is reden om ons ernstige zorgen te maken.

Wat gebeurt er met een stad als het toerisme de leefbaarheid en het ondernemersklimaat aantast? Wat is de waarde van de toeristische economie als het ten koste gaat van andere economieën? Wat gebeurt er met Amsterdam als buitenlandse bedrijven zich hier niet meer willen vestigen omdat de creatieve klasse niet wil wonen in een stad die wordt gedomineerd door toeristen? Wat is eigenlijk de economische waarde van de bewonerseconomie, die steeds verder wordt aangetast door de bezoekerseconomie? Het is bekend dat de toegevoegde waarde van de toeristische economie bijzonder laag is. Het is puur consumptie. Er wordt niets geproduceerd, waardoor er ook geen waarde wordt gecreëerd. Maar naar de werkelijke economische waarde van het toerisme in Amsterdam is nog nooit goed onderzoek gedaan. Er wordt gestrooid met willekeurige cijfers, die niet altijd kloppen en vaak verkeerd worden geïnterpreteerd. Terwijl een probleem nooit kan worden opgelost als de feiten niet bekend zijn.

Floor Milikowski

Eerder deze week zei burgemeester Van der Laan dat het twee voor twaalf is. Het slechte nieuws is dat de stad dreigt te bezwijken onder het eigen succes. Zoals dat eerder gebeurde met Barcelona. Het goede nieuws is dat het besef eindelijk in alle rangen en standen van de stad lijkt te zijn doorgedrongen. Zelfs bij D66. Vier jaar geleden zei Els Iping, voormalig voorzitter van stadsdeel centrum, tegen mij: in Amsterdam keert de wal altijd het schip. Dat gebeurde eerder in de jaren zestig en zeventig toen met succes werd gestreden tegen de grootschalige sloop- en doorbraakplannen in de binnenstad. De binnenstad die nu pronkt op de lijst van Unesco werelderfgoed en één van de fundamenten vormt voor het succes van Amsterdam in de moderne creatieve kenniseconomie. Vijftig jaar later, woedt in dezelfde een nieuw strijd. Maar ik heb vertrouwen: in Amsterdam keert de wal altijd het schip."

Lees ook:
[Amsterdam als koelkastmagneetje] (De Groene Amsterdammer, 27/10/2016)

Impressies van de Amsterdam Verjaardag in de Zuiderkerk, 27 oktober 2016


(WS, 27/10/2016)


Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.