Het Begijnhof - oase van rust, of toeristische attractie

Het Begijnhof: oase van rust.
Het bizarre verhaal in een vorig nummer over de wethouder stadsdeel-Centrum mevrouw Iping die de stichting Het Begijnhof een boete van 1000 euro oplegde voor elke dag dat de paden niet toegankelijk zouden zijn op de door de deelraad geëiste tijden, krijgt – hoe kan het anders? – een vervolg.

De boete is van tafel geveegd door de uitspraak van de bestuursrechter dat aan die boete elke rechtsgrond ontbrak. De gemeente, laat staan de deelraad, heeft niets te vertellen over het Begijnhofterrein. Het is gewoon particulier gebied, beheerd en zorgvuldig onderhouden door de eigenaar, de stichting Het Begijnhof, die de toegankelijkheid in tijd beperkt heeft ten behoeve van de bewoonsters, huurders van de woningen. Mevrouw Iping heeft na de uitspraak van de rechter manhaftig verklaard dat zij ‘gewoon door zou gaan’, omdat de openbaarheid van het Begijnhof voor haar een principiële zaak is. Het klinkt wat hypocriet. Het principe dat hier aan de orde is, betreft het respect voor historisch vaststaande en door de rechter recentelijk bevestigde eigendomsverhoudingen. Dat respect mag de burgerij van de overheid verwachten. Anders gezegd: het is een vorm van behoorlijk bestuur. Achter het populistische verhaal over het principe openbaarheid wordt verborgen dat het om een financieel belang gaat van touroperators om het Begijnhof als bezienswaardigheid in hun program te exploiteren.

Het volgende hoofdstuk is de toegankelijkheid voor de kerkgangers. Twee kerkgenootschappen hebben daar belang bij: de Engelse Presbyterianen in de oorspronkelijke Begijnhofkapel, die hun voorgangers in 1607 van het stadsbestuur hebben gekregen, en de katholieken in de tegenover het middeleeuwse kerkje gelegen schuilkerk met het fraaie Vingboons-interieur. Vrije toegankelijkheid was de inzet van het volgende kort geding, dat door de Engelse gemeenschap was aangespannen. Ook in deze zaak sluit de recente uitspraak van de rechter aan bij de zeven eeuwen voorgeschiedenis die nauwkeurig is geboekstaafd in het jaarboek 2002 van Amstelodamum. Voor de reguliere kerkelijke activiteiten moet één van de toegangspoorten ten minste een half uur vóór en een kwartier na de dienst open staan. Dat wordt ook door de stichting Het Begijnhof als een oud recht erkend. Voor de Engelsen is het een beperking dat de concerten in de oude kapel niet tot die reguliere activiteiten worden gerekend. Het is, zo blijkt uit het krantenverslag van 29 augustus, nu een zaak van redelijk overleg tussen verschillende belanghebbenden, die met wat geven en nemen en wederzijds begrip voor elkaars standpunten tot een regeling van beperkte toegankelijkheid en een doeltreffend toezicht moet leiden. De oorzaak van de ruziesfeer in en om het Begijnhof is de loze eigendomspretentie van de deelraad geweest. Een cursus stadsgeschiedenis voor jonge bestuurders zou dergelijke vergissingen kunnen voorkomen.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 202, november 2003.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.