Boekbespreking

Een nieuwe Geschiedenis van Amsterdam

Oude samenvattingen kunnen de prullenmand in

In 1977 werd de Jan Wagenaar Stichting opgericht met het doel een nieuwe zesdelige Geschiedenis van Amsterdam uit te brengen. In 2004 verschenen er twee delen. Deel I vertelt het verhaal van de stad tot 1578 en stond onder redactie van Marijke Carasso-Kok. Het kloeke deel bestaat uit 540 pagina’s en is verluchtigd met maar liefst 412 afbeeldingen. Deel II-1 behandelt de periode 1578-1650 en telt 534 pagina’s, verluchtigd met 388 afbeeldingen. Inmiddels is deel II-2 verschenen, over de periode 1650-1813: 581 pagina’s met 445 afbeeldingen. Deze twee delen stonden onder redactie van Willem Frijhoff en Maarten Prak met eindredactie van Marijke Carasso-Kok. (1)
Deel 1: tot 1578 Deel 2-I: 1578-1650 Deel 2-II: 1650-1813

De geschiedenis is dus veel visueler geworden dan in vorige standaardwerken als Brugmans. (2) Dat betekent dat er keuzes gemaakt moesten worden. Het was volgens de schrijvers niet de bedoeling om feiten op te sommen maar door het stellen van vragen de lezer te prikkelen en nieuwsgierig te maken, wellicht in de hoop dat er meer historisch onderzoek volgt. Dat betekent dat er meer vragen opgeroepen worden dan beantwoord.

Nieuwe feiten

Mocht u al een samenvatting hebben gemaakt van de geschiedenis van Amsterdam aan de hand van de oude boeken: die kan nu de prullenmand in. Een paar voorbeelden. Archeologische opgravingen hebben aangetoond dat er in het allereerste begin al ambachtslieden, zoals een smid en een leerlooier, op de Nieuwendijk woonden en werkten. Het oude beeld dat Amsterdam gesticht is door vissers is dus onjuist: de nederzetting is gesticht door de ontginners en dijkenbouwers van de bisschop van Utrecht, die in hun kielzog ambachtslieden aantrokken. Het is overigens nog steeds niet bekend van wanneer de dam in de Amstel is: volgens historici tussen 1265 en 1275, maar volgens de archeologen al van het begin van de 13de eeuw. Daar zit dus bijna driekwart eeuw tussen.
De uit kloostermoppen opgetrokken muren en hoektorens aan de Nieuwezijds Kolk, die na de ontdekking in 1994 door de archeologen meteen het Kasteel van Amstel werd gedoopt, komen in het artikel van Ben Speet uitgebreid ter sprake. Brugmans had het kasteel een ‘luchtkasteel’ genoemd en meende dat het huis van de Heren van Amstel in Ouderkerk stond. Ben Speet deelt die mening en schrijft dat de burcht aan de Nieuwezijds Kolk is gebouwd door Floris V, de erfvijand van de Heren van Amstel. Hij noemt het verdwijnen van het kasteel rond 1300 overigens net zo raadselachtig als zijn verschijning rond 1280-1290. Kortom, de oudste geschiedenis van Amsterdam is nog steeds in nevelen gehuld.
Over de oudste stadsrechten wordt door Eef Dijkhof gemeld dat Brugmans het bij het verkeerde eind heeft als hij deze in 1306 plaatst. Gwijde van Henegouwen verleende de nederzetting in 1300 of 1301 stadsrechten, waarschijnlijk direct na 21 mei 1300.
In de oude literatuur wordt gesteld dat de Nieuwezijds Voorburgwal niet gegraven is maar de loop volgt van een natuurlijk water. Ook werd vroeger wel gesteld dat de wal een restant is van de in de 12de eeuw gegraven Boerenwetering. Van beide opvattingen neemt men inmiddels afstand. Tegenwoordig wordt aangenomen dat de Boerenwetering oorspronkelijk via het Spui in de Amstel uitmondde.
Een laatste voorbeeld. Sinds H.P. Berlage golden de 17de-eeuwse stadsuitleggingen als het meesterlijke artistieke concept van een of meer briljante architecten. Brugmans sprak zelfs van een “geniale schepping van stedenschoon”. (3) Sinds de studies van Jansen en Taverne denken veel historici dat de beroemde grachtengordel het toevallige resultaat is van een aantal op praktische gronden genomen incidentele beslissingen. (4) Boudewijn Bakker gelooft daar niets van. Hij benadrukt de formele aspecten van de dubbele uitleg die duidelijk aantonen dat aan de grachtengordel een ‘masterplan’ ten grondslag ligt. Bovendien wilden de 17de-eeuwse Amsterdammers de stad op een bepaalde manier uitleggen, in overstemming met de ideeën van de ‘volcomen stadt’ die in die tijd leefden. Bakker laat zien dat al bij de stadsuitleg van 1578- 1596, die o.a. het gebied tussen Singel en de huidige Herengracht binnen de stad bracht, onteigeningen plaatsvonden om een geometrische inrichting mogelijk te maken, namelijk een zo rechthoekig mogelijke verkaveling. Dat was zowel winstgevend (‘proffijtelijck’) als mooi (‘cierlijck’). Het stadsbestuur liet zich daarbij zowel door nut en doelmatigheid (‘op ’t nutste ende bequaemste’) als door aanzien en schoonheid (‘ter eere ende tot cieraet vande stadt’) leiden. Zo wordt op 5 maart 1614 besloten dat er over de Herengracht geen houten ophaalbruggen gemaakt zullen worden maar stenen boogbruggen, omdat dat ‘cierlijcker ende proffijtelijcker’ is. Een aantal feiten wijzen erop dat de stad al in 1610 naar een cirkelvormige uitleg streefde. Bakker trekt de conclusie niet, maar men wordt ervan overtuigd dat de stadsuitleggingen van 1613 en 1663 twee fasen van één ‘masterplan’ zijn.

Het zijn maar een paar voorbeelden, maar er zit zoveel in de nieuwe Geschiedenis van Amsterdam dat er voldoende stof is voor vele vervolgstudies én een jarenlange discussie. De boeken zijn bovendien bijzonder fraai vormgegeven. Elke liefhebber van de stad moet de boeken eigenlijk in zijn of haar boekenkast hebben staan.

Walther Schoonenberg

Zie ook: [Feestdag op verkeerde datum]

Voetnoten:

  1. Zie de inleidende lezingen in: JA 91 (1999). Over de 17de-eeuwse geschiedschrijving: E.O.G. Haitsma Mulier, ‘De zeventiende-eeuwse stadsbeschrijvingen van Amsterdam’, Maandblad Amstelodamum 85 (1998), p. 107-115.
  2. H. Brugmans, De geschiedenis van Amsterdam, 6 delen (tweede herziene en bijgewerkte uitgave door I.J. Brugmans), Utrecht/Antwerpen 1972-1973.
  3. Brugmans 1972/73, deel 2, p. 210.
  4. L. Jansen, ‘De derde vergroting van Amsterdam’, Jaarboek Amstelodamum 52 (1960), p. 42-89, L. Jansen, ‘De stadsuitbreiding van 1663’, Ons Amsterdam 15 (1963), p. 374-380, E, Taverne, In ’t land van belofte: in de nieue stadt. Ideaal en werkelijkheid van de stadsuitleg in de Republiek 1580-1680, Maarssen 1978.

(Uit: Binnenstad 212, juli 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.