XXV. Deurbeslag

Aan en op oude historische voordeuren zijn veel kleine metalen elementen te vinden, zoals krukken, knoppen, kloppers, rozetten, spioneerraampjes, sleutelgatplaatjes en brievenbusplaten. Een ware verzameling van sierbeslag, dat veel kan vertellen over de ouderdom van de deur of het over monumentale pand. Zelfs deze ogenschijnlijk kleine metalen voorwerpen zijn bij restauratie of herstel van een monument de moeite waard om te behouden. Deze details kunnen bij een restauratie het verschil maken tussen ‘kunst of kitsch’.

Een klein historisch overzicht kan meer inzicht geven in de details, die vele voordeuren van monumentale panden sieren en die bij herstel van deuren of panden verloren kunnen gaan.

Beslagwerk

Afb. 1a Afb. 1b

Het beslaan van houten deuren met ijzeren of bronzen platen komt in de Middeleeuwen voort uit de verdedigingsfunctie van poortdeuren in vestingwerken. Deze werkwijze van metalen bescherming van deuren is vanuit de landen rond de Middellandse Zee ook meer noordelijk in Europa geïntroduceerd. In Nederland vinden we gesmede ijzeren platen die met een patroon van boutkoppen op ijzeren deuren zijn bevestigd (tek. 1). Middeleeuwse geldkisten werden eveneens met gesmede banden en bouten versterkt. En ook kerkdeuren werden beslagen met ijzeren klampen en ijzeren gehengen, zoals die van de St.-Servaaskerk en St.-Petrusstoelkerk te Sittard in de collectie van het Bonnefantenmuseum te Maastricht (afb. 1a en 1b).

Foto 1. Oude deur in de Oude Kerk Foto 2. Judasluikje

In de Oude Kerk in Amsterdam is naast dit soort zestiende-eeuwse gehengen in de St.-Sebastiaanskapel nog een zeldzaam beslagwerk op een deur te vinden in de vorm een spioneerraampje, een ‘Judas’. Door deze ‘roodeur’, zogenoemd vanwege de kleur rood, kon men de wachtende trouwlustigen nagenoeg ongemerkt bespieden. Een dergelijk raampje heet tot de dag van vandaag nog een ‘Judasluikje’ (foto 1-2). In de tweede helft van de zestiende eeuw worden onder invloed van de renaissancestijl steeds meer sierornamenten op deuren toegepast, zoals sleutelgat- (tek. 2), deurringplaatjes en slotplaten (tek. 3). De renaissance-ornamenten van het ijzeren beslag uit die periode zijn vaak ontleend aan de voorbeeldboeken van Hans Vredeman de Vries.

Tek. 1 Tek. 2 Tek. 3 Tek. 4
Tek. 5 Tek. 6a Tek. 6b Tek. 7a Tek. 7b Tek. 8

Deurringen en kloppers

Afb. 2

De vroegste vorm van een deurgreep is een smeedijzeren of bronzen ring, waarmee een deur, die vaak met ijzeren spijkers of bouten was versterkt (tek. 4), kon worden opengetrokken. Deze zware ringen werden al op Romeinse deuren toegepast (afb. 2). De ring werd ook gebruikt als deurklopper. Modellen die gedraaid konden worden, gebruikte men om klinksloten te kunnen openen. In de loop van de tijd veranderde de vorm van de ring in een wat langwerpiger model (tek. 5).
Bij de houten huizen in Amsterdam werden voor 1550 natuurlijk ook houten deurgrepen toegepast (tek. 6). Deze zijn, voor zover bekend, alleen nog bij houten huizen en schuren buiten de steden te vinden. Na de deurringen werden nadien ook andere vormen van kloppers gebruikt (tek. 7). Vanaf 1830 werden gietijzeren exemplaren in diverse modellen toegepast, bijvoorbeeld in de vorm van een klein handje of in een neo-Lodewijkstijl (tek. 8).

Deurknoppen

Tek. 9 Tek. 10 Tek. 11 Tek. 12
Afb. 3

Als opvolgers van de trekring werden in de achttiende eeuw zware bronzen trekknoppen op paneeldeuren gebruikt, vooral in de Lodewijk XIV-, Lodewijk XV- en Lodewijk XVI-stijl. Deze knoppen zijn vaak in het midden van de deur geplaatst (tek. 9), soms omringd door een rozet of geflankeerd door apart geplaatste rozetten. De kleine gepolijste messingen of koperen deurknop kennen we vooral van de sluitstijl van de paneeldeur (tek. 10). Dit type knoppen kunnen eveneens bol, rond of rechthoekig van vorm zijn. De trekbelgreep, geplaatst op de kozijnstijl, is vaak afgeleid van dit knopmodel. In de negentiende eeuw worden ze steeds meer fabrieksmatig geproduceerd en verkocht door de ijzerhandel. Een aantal prachtige modellen is afgebeeld in de catalogus uit circa 1920 van Gunter & Meusers IJzerhandel, opgericht in 1826 (afb. 3). Veel van deze knoptypen zijn in Amsterdam nog op de voordeuren te vinden. Daaronder zijn zowel bronzen als ijzergebronsde en oude koperen of messingen exemplaren. Vanaf de achttiende eeuw komen deurkrukken hoofdzakelijk voor als deurknop (tek. 11). Als deurkruk (met hendel) zijn deze vooral toegepast bij de sloten op binnendeuren. Gietijzeren rozetten, soms van zinklegeringen, komen veelal voor op paneeldeuren na de tweede helft van de negentiende eeuw (tek. 12).

Brievenbusplaten

Tek. 14 Tek. 13, 15

Na de vaststelling in 1850 van de Postwet over het briefport en tot regeling der brievenposterijen ontstaat de behoefte om in de voordeuren brievenbusplaten te gaan plaatsen. De eerste modellen dateren daarom uit de laatste helft van de negentiende eeuw (tek. 13). Deze briefplaten werden verkocht in een tiental soorten en maten en zijn op zich aardige historische documenten. In het algemeen werden ze liggend in de tussendorpel of staand in de kozijnstijl van een deur aangebracht. Hoewel de postwet tegenwoordig andere eisen stelt aan de afmetingen van de brievenbus dan vroeger, verdient het als het maar even kan de voorkeur deze briefplaten vanuit historisch oogpunt te handhaven.

Ander metalen deurbeslag

Foto 3. Keizersgracht 800

Van het ‘Judasluikje’ of spioneerraampje komen ook moderne negentiende- en twintigste- eeuwse varianten voor zoals een messingen exemplaar van de firma Weijntjes (tek. 14) en vanaf circa 1840 de gietijzeren roosters met aan de binnenzijde een glazen opdekraampje, zoals bij Keizersgracht 800 (foto 3). Deze gietijzeren roosters zijn soms nog te verkrijgen of na te gieten, maar blijven kwetsbare deurelementen. Gezien de grote hoeveelheid van modellen is dit een onderwerp om later apart te behandelen. Dit geldt eveneens voor de deursloten en scharnieren of gehengen.
Ten slotte merken we op dat er tegenwoordig veel slotplaten van blank aluminium en zelfs moderne krukken op historische deuren worden geplaatst, wat de deuren erg ontsiert. Andere oplossingen met modern donker messing of bronskleurig deurbeslag vormen ook een mogelijkheid om de veiligheid te verbeteren. Dit kleine historische overzicht kan wellicht een bijdrage leveren om aandacht te vragen voor het deurbeslag op de historische voordeuren van onze monumentale huizen.

Theo Rouwhorst

Tekeningen: Theo Rouwhorst
Foto’s: Thomas Schlijper

Literatuur:
M.L. Stokroos, Gietijzer in Nederland, Amsterdam 1984.
H.J. Zantkuijl, Bouwen in Amsterdam, Amsterdam 1993.
H. Janse, De Oude Kerk te Amsterdam. Bouwgeschiedenis en restauratie, Zwolle 2004.
L. Fopma, M. van Hemert, T.A.J. Rouwhorst, Smeedijzer/ijzerwaren, Amsterdam 2004.

(Uit: Binnenstad 241, augustus 2010)

Vorige aflevering: XXIV. Gevelankers (Binnenstad 240)
Volgende aflevering: XXVI. IJzeren deurroosters (Binnenstad 242)

[Oog voor detail - alle artikelen]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.