Bestemmingsplan Marcanti-eiland - Molen De Otter

Zienswijze

Geacht college,

Aan het college van Gedeputeerde Staten
van Noord-Holland, d.t.v. B&W van Amsterdam
t.a.v. secretaris van de APC, mevr. D. de Boo
afd. SSR, kamer 5B09
Postbus 2758
1000 CT Amsterdam

Betreft: bestemmingsplan Marcanti-eiland stadsdeel Westerpark - Molen De Otter

Molen De Otter gezien vanaf de Kostverlorenvaart Molen De Otter gezien vanaf de Gillis van Ledenberchstraat

Hierbij deel ik u namens de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad mee dat wij bedenkingen hebben tegen het door de raad van het stadsdeel Westerpark in de gemeente Amsterdam op 18 juni 2002 vastgestelde bestemmingsplan Marcanti-eiland. Een machtiging van de vereniging voeg ik bij.

Op 3 maart hebben wij een zienswijze over het voorliggende plan ingediend. Een afschrift daarvan voeg ik eveneens bij. Het stadsdeel heeft het niet nodig geoordeeld over de zienswijzen met de indieners overleg te voeren. Op 12 juni is een uitnodiging verzonden voor de vergadering van de stadsdeelraad op 18 juni waarin het bestemmingsplan zou worden vastgesteld. Daar zou de mogelijkheid worden geboden om de zienswijze kort toe te lichten. Het voorstel van het dagelijks bestuur was toen uiteraard al lang opgesteld. Bij die vergadering kon ik overigens niet aanwezig zijn omdat ik met vakantie was; de uitnodiging vond ik bij terugkomst. Vervanging kon ik dus ook niet regelen.
Bij brief d.d. 2 juli is ons gemeld dat onze zienswijze ongegrond was verklaard en dat inmiddels het bestemmingsplan vanaf 27 juni ter visie lag. Voor de overwegingen, waarom onze zienswijze ongegrond was verklaard moesten wij kennelijk maar op het stadsdeelkantoor gaan kijken, want daarover is geen enkele mededeling gedaan. Bedenkingen konden worden ingediend bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Dat dit via de Amsterdamse Planologische Commissie moest gebeuren is in de brief niet vermeld. De hele procedure getuigt van een nonchalance, die gelukkig in Nederland zeldzaam is en die sterk afwijkt van de correcte handelwijze van het gemeentebestuur van Amsterdam.
Ten overvloede verwijzen wij in dit verband naar de in afschrift bijgevoegde brief van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg aan het stadsdeelbestuur d.d. 2 juli 2002. Die spreekt voor zich.
Inhoudelijk volstaan wij met een verwijzing naar onze bij de stadsdeelraad ingediende zienswijze. Het belang van De Otter uit oogpunt van cultuurhistorie is onmiskenbaar. Uw adviseurs zullen u dat zonder enige twijfel kunnen bevestigen. Wat betreft de specifieke aspecten van de windvang zullen de bedenkingen van de molenaars en van De Hollandsche Molen voldoende gegevens aandragen. Wij onderschrijven die opvattingen en kunnen ons wat dat betreft daarom van commentaar onthouden.

Hoogachtend,
namens de vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad,

J. Pinkse

Amsterdam, 21 juli 2002

Meer lezen:
[Onze zienswijze dd 3 maart 2002]
[De laatste Amsterdamse zaagmolen in nood, uit: Binnenstad 187]
[Paltrokmolen "De Otter", uit: Binnenstad 159]
[De Otter, Amsterdams laatste houtzaagmolen, uit: De Lamp 103]