Discussie: Wat moet op de monumentenlijst?

Rozengracht 218-220 in 1973 Rozengracht 218-220 tegenwoordig
Mag een pand dat met nieuw materiaal in de oude vorm is herbouwd de monumentenstatus krijgen of zouden wij het als beeldbepalend pand moeten beschouwen? Herman Pinkse stelt voor – zonder dat hij op de hoogte was van de inhoud van het interview met Denslagen – reconstructies van de monumentenlijst te schrappen, en in plaats daarvan een ‘beeldbepalende status’ te verlenen.

Op de ledenvergadering in april is gesteld dat het goed zou zijn voor de panden Rozengracht 218 en 220 opnieuw de status van rijksmonument aan te vragen. Ze zijn die status kwijtgeraakt toen zij enkele jaren geleden drastisch werden verhoogd en van een nieuwe uitgesproken eigentijdse en niet erg fraaie achteringang werden voorzien. Persoonlijk denk ik dat het voorstel niet verstandig is omdat de panden in alle redelijkheid niet voldoen aan de eisen die je aan een rijksmonument stelt. Het feit dat de twee toppen zijn hergebruikt is daarvoor niet voldoende. De twee onderverdiepingen en de achterbouw zijn gewoon modern en wat er verder aan historisch materiaal aanwezig is zal niet zeer omvangrijk zijn.
Maar los van deze casus is er, lijkt mij, wel aanleiding om ons te bezinnen op wat we willen met betrekking tot herbouwde monumenten. Ik probeer met deze bijdrage een discussie op gang te brengen.

Vraagtekens

Leidsegracht 106 / Raamdwarsstraat
Vóór restauratie (aug. 1997)
Na restauratie (1999)

Binnen de vereniging hoor je vaak de stelling dat herbouwde monumenten hun monumentenstatus moeten houden ongeacht de vraag of er nog voldoende historisch materiaal aanwezig is. Bij die stelling kun je vraagtekens plaatsen.
Het wezen van een monument is dat het in overwegende mate bestaat uit wat ik gemakshalve maar even ‘historische substantie’ noem. Daarbij is het niet nodig dat alles uit de bouwperiode stamt; dan zouden we zeer veel panden uit het register kunnen schrappen. Het lijkt mij wel redelijk te eisen dat vervanging van materiaal geleidelijk en aansluitend bij de oude vorm heeft plaatsgevonden of een vorm heeft die inmiddels ook als historisch waardevol wordt gewaardeerd. Bij een totale herbouw met overwegend nieuwe materialen is daarvan geen sprake en het lijkt mij niet onredelijk om in zo’n geval niet meer van een monument te spreken.

Te zwaar beschermd

Dat betekent niet dat de nieuwbouw voor het stadsbeeld geen betekenis heeft, integendeel. Het valt dan alleen onder een andere categorie, die van de beeldbepalende panden, ofwel ‘orde 2-panden’ zoals de officiële benaming luidt. Duidelijk zal zijn dat beeldbepalende panden beschermd moeten worden, alleen lijkt daarvoor de Monumentenwet niet het juiste instrument. De waarderingskaart Beschermd stadsgezicht en het bestemmingsplan zijn daarvoor meer geëigend omdat de betekenis nu immers niet ligt in de monumentale waarde in de gebruikelijke zin maar in de beeldbepalende kwaliteiten. De Monumentenwet geeft dan een veel te zware bescherming. Dat betekent onnodige procedures en belemmeringen. Dat betekent ook dat het beschikbare geld voor het instandhouden van historisch waardevolle objecten gedeeld moeten worden door veel meer panden. Met andere woorden de spoeling wordt dun. Dat lijkt niet in het belang van de ‘echte’ monumenten. Maar daarmee is niet alles gezegd.
In de systematiek van de Amsterdamse waarderingskaart zijn alle panden daterend van na 1940 aangeduid als ‘nieuw’, of het nu herbouwde monumenten zijn of niet. Dat zou moeten veranderen. Daar is des te meer aanleiding toe omdat de getrokken grens voorbijgaat aan de vraag of iets van na 1940 beeldbepalende waarde heeft. Er zijn zeker panden aan te wijzen, waarschijnlijk zelfs moderne, die een aanzienlijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van het stadsbeeld maar die na 1940 zijn gebouwd of vernieuwd. Die behoren ook de kwalificatie beeldbepalend te kunnen krijgen. De waarderingskaart is in dit opzicht inconsequent, met als enig argument dat je daarmee discussie uit de weg gaat.

De stelling die ik ter discussie wil stellen luidt als volgt: Het is terecht dat totaal herbouwde monumenten hun status van monument verliezen, maar zij dienen wel een beeldbepalende status te krijgen. De categorie ‘nieuw’ in de nota Waarderingskaart dient daartoe te worden gedifferentieerd. Dat opent tevens de mogelijkheid ook andere na 1940 ge- of herbouwde panden de status beeldbepalend te geven.

Dat de panden Rozengracht 218-220 de status ‘beeldbepalend pand’ zouden moeten krijgen is voor mij nog geen uitgemaakte zaak.

Herman Pinkse

[Vervolgdiscussie, in: Binnenstad 208]

(Uit: Binnenstad 206, juli 2004.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.