Wanneer is een pand een monument?
![]() |
![]() |
| Rozengracht 218-220 in 1973 | Rozengracht 218-220 tegenwoordig |
In Binnenstad 206 stelde Herman Pinkse de vraag of een pand dat met nieuw materiaal in de oude vorm is herbouwd de status van beschermd monument moet krijgen of dat het beschouwd moet worden als een beeldbepalend pand. (Zie: Wat moet op de monumentenlijst?) Aanleiding voor de discussie was het besluit van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg om de monumenten Rozengracht 218 en 220 na een zeer ingrijpende verbouwing van de Rijksmonumentenlijst af te voeren.
Herman Pinkse poneerde de stelling dat wanneer de ‘historische substantie’ van een monument door volledige herbouw met overwegend nieuwe materialen verloren is gegaan, niet meer van een monument in de zin van de Monumentenwet kan worden gesproken. Dit soort panden zou de status ‘beeldbepalend’ moeten krijgen.
Op de stelling van Pinkse reageren:
- Guido Frankfurther, wethouder Monumenten van het stadsdeel centrum:
[Historiserende nieuwbouw niet op monumentenlijst] - Wim Eggenkamp, directeur van Stadsherstel:
[Stelling van Pinkse leidt tot einde restauraties] - Jan van Niekerk, hoofd van het bureau Monumenten en Archeologie:
[Nieuwbouw na 1940 opnieuw differentiëren] - Geurt Brinkgreve:
[Kenmerk van monument is de herkenbare historische vorm]
[Meningspeiling en schriftelijke reacties]
[Reactie van Herman Pinkse, in: Binnenstad 209]
[Wat moet op de monumentenlijst?, in: Binnenstad 206]
(Uit: Binnenstad 208, november 2004)
[Inloggen]
Reacties
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.


