3. Buitenluiken en delendeuren

Buitenluiken aan de Amsterdamse pakhuisgevels zien er zo vanzelfsprekend uit. In verband met de nieuwe woonfunctie van de panden staan de luiken tegenwoordig vrijwel altijd open.

Hierdoor zijn het kwetsbare gevelelementen geworden, die vaak verdwijnen of vervangen worden door lichtere exemplaren met een ‘verkeerde detaillering’.

Delen en klampen

15de-16de eeuw
  delendeur
voorzijde
delendeur
binnenzijde
met rosetversiering
15de-16de eeuw  
  strokendeur
voorzijde
  strokendeur
binnenzijde
16de-17de eeuw  
  strokendeur
voorzijde
  strokendeur
binnenzijde

In de periode dat de Amsterdamse gevels nog in hout werden gebouwd (vóór 1550), bestonden de deuren en luiken uit zware planken die met gesmede ‘taaie nagels’ kruislinks op elkaar gespijkerd werden. De ‘delen’ aan de buitenzijde liepen verticaal, onder meer om het regenwater beter af te voeren, de ‘klampen’ aan de binnenzijde horizontaal. Een klamp is een horizontale deel, die ter versteviging dwars over een deur wordt gespijkerd. Om kromtrekken te voorkomen werden de klampen vaak ‘kwartiers’ uit een boom gezaagd, d.w.z. dat de draad van het hout loodrecht op de draadrichting van de delen stond.

Deze meeste eikenhouten buitendeuren en -luiken zijn uit het stadsbeeld verdwenen, maar de ingangsdeur van het Rapenhofje, Palmgracht 28/38, is nog een oude delendeur. Ze leken echter sterk op de grenen pakhuisdeuren die men nog wel eens tegenkomt. Bij pakhuizen met brede grenen ‘Noortsche Deyle’ of ‘Reynsche Deyle’ zijn de klampen soms wel 5 cm dik en meestal meer dan 20 cm breed. Originele delen zijn zonder houtverbinding ‘koud op elkaar’ vernageld. Met behulp van kraslijnen werden de nagels vaak aangebracht in een kunstig patroon.

In de Oude Kerk is nog zo’n opgeklampte deur vernageld op de kruispunten van de kraslijnen te vinden.

Strokendeur

In de late middeleeuwen vond de introductie van de strokendeur plaats. De delen overlappen elkaar nu gedeeltelijk en op dat punt past men een platte kraal toe. Deze kraal zorgt ervoor dat de strook geen scherpe hoek, maar een afgeronde hoek heeft. De strokendeur werd aan de buitenkant ook wel voorzien van verticale groeven, waardoor de samenstellende delen en overlappende houtverbindingen uit het zicht bleven. De binnenzijde werd als vanouds voorzien van horizontale klampen. Om de deur lichter de maken werden de klampen om en om afgewisseld door twee korte delen, die ook wel ‘spiegelklampen’ werden genoemd, omdat de draadrichting ervan overeenkwam met die van de voorzijde. Bij woonhuisluiken in de 16de en 17de eeuw was dit de gebruikelijk constructie.

Luifels

In diezelfde periode draaien luiken van winkelpuien vaak niet opzij, maar klappen ze naar boven en beneden. Zo konden ze ook gebruikt worden als luifels. Bij de vroege restauraties uit de vorige eeuw van architect Jan de Meyer, O.Z. Voorburgwal 14 en 249, zien we deze luiken en strokendeuren weer terug. De architect A.A. Kok paste bij zijn restauraties aan het begin van de 20ste eeuw ook delendeuren met smeedijzeren nagels toe. Veel van het oorspronkelijke houtwerk is vervangen of gedeeltelijk aanwezig, maar als je door stad loopt en goed op de gevels let, zie je soms nog oorspronkelijke exemplaren. Namaakluiken bestaan altijd uit smallere delen, kleiner dan 15 cm, en zijn zo te herkennen.

Deur in de Oude Kerk, foto Henk Zantkuijl Zonneblinden aan het pand Amstel 256

Zonneblinden

Zonneblinden zijn houten luiken met vaste latten die schuin zijn neergeklapt, ‘Persienne’ is de Franse benaming. Sommige delen kunnen draaien of zijn omhoog geklapt. Het woord ‘blinden’ komt eigenlijk van het binnenluik, dat een venster ‘blindeerde’. Er hebben veel van deze blinden aan de Amsterdamse gevels gehangen, vooral aan de 18de- en vroeg-19de-eeuwse gevels, maar de zonneluiken zijn helaas als sneeuw voor de zon uit het stadsbeeld verdwenen. Aan de westzijde van de Amstel (nr 256) bij de Magere brug is een breed grachtenhuis waar ze nog te zien zijn. Buiten Amsterdam komt men ze gelukkig nog veel tegen.

Theo Rouwhorst

Literatuur:
J.G. Wattjes en F.A. Warners, Amsterdams Bouwkunst en Stadsschoon
Haslinghuis en Janse, Bouwkundige Termen
Ries van Hemert, Kozijnen, ramen, deuren, luiken, NRC uitgave 2003

(Uit: Binnenstad 214, december 2005)

Vorige aflevering: 2. Snijramen in vele modellen strelen het oog (Binnenstad 213)
Volgende aflevering: 4. Vensters, ramen en roeden (Binnenstad 215)

[Oog voor detail - alle artikelen]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.